Plus

Schrijfster Herbjørg Wassmo: ‘Het kon literaire zelfmoord zijn’

Na twintig jaar voegde Herbjørg Wassmo een vierde deel toe aan haar Dina-trilogie. Ze had nog iets goed te maken met een van haar personages. ‘Ik wist dat dit het einde van mijn schrijverschap kon zijn.’

Herbjørg Wassmo: ‘Mijn schrijverschap werd gestigmatiseerd.’ Beeld Hollandse Hoogte / LEEMAGE

Op de zielenroer­selen van de personages in haar werk wil Herbjørg Wassmo (1942) niet te diep ingaan. “Ik vind dat analyseren niet zo interessant. De lezer is soeverein; wat de schrijver er allemaal van vindt is veel minder belangrijk,” zegt Wassmo in een kamer vol strak Scandinavisch design bij haar uitgever in Oslo. 

Bedachtzaam weegt ze haar woorden, terwijl ze de interviewer voortdurend indringend aankijkt. Ze knikt opgewekt naar vertaler en gelegenheidstolk Paula Stevens: “Eigenlijk kan je haar beter vragen stellen, zij kent het boek beter dan ik.”

Het is tekenend voor de gevierde Noorse schrijver dat ze zich nederig opstelt tegenover haar personages. Wassmo beschouwt ze als zelfstandige entiteiten, die slechts via haar spreken, en ze voelt een diepe band met ze. “Voor dit boek moest ik mijn oude werk opnieuw lezen, opnieuw in oude archieven duiken. Daardoor zag ik mijn personages opnieuw, en hoe ze veranderd waren,” zegt ze over haar laatste boek, dat onder de Nederlandse titel Dina’s erfenis in april verscheen bij De Geus.

Persoonlijke band

Herbjørg Wassmo werd geboren op de afgelegen eilandengroep Vesteralen, in het uiterste noorden van Noorwegen. De desolaatheid van die plek en het uitgestrekte noordse landschap spelen een nadrukkelijke rol in haar werk, waarvan de zogenoemde Dina-trilogie (1989-1997) het bekendst is. 

Hierin beschrijft Wassmo drie generaties in een negentiende-eeuwse familie­geschiedenis aan de hand van de lotgevallen van Dina, een sterke en vrijgevochten vrouw die een vervallen landgoed in Noord-Noorwegen nieuw leven inblaast, haar zoon Benjamin en kleindochter Karna. Het laatste deel, Het boek Karna, verscheen in Noorwegen in 1997.

Met Dina’s erfenis voegt Wassmo ruim twee decennia later een vierde deel toe aan de reeks, een tegenstelling waar ze zich terdege van bewust is. “Ik ben een intuïtieve schrijver, en maak geen vooropgestelde plannen van wat ik ga schrijven. Het gebeurt gewoon. Toen ik merkte dat ik weer een manuscript over de familie van Dina ingezogen werd, wist ik dat het mijn literaire zelfmoord zou kunnen zijn, het einde van mijn schrijverschap. De trilogie was immers afgesloten.”

Het was ook helemaal niet de bedoeling om een nieuw boek te schrijven, vertelt ze. “Het was eigenlijk een spelletje voor mezelf. Ik zette ’s ochtends de gedachten en dromen van de afgelopen nacht op papier. Ik was enorm bezig met het personage Karna. Aan het einde van het derde boek van de Dina-trilogie had ik haar in een gruwelijke situatie achtergelaten.”

Getraumatiseerde kinderen

Aan het einde van Het boek Karna spreekt Karna in een koude kerk een macabere grafrede over haar overleden grootmoeder Dina uit, waarbij ze onthult dat Dina twee moorden heeft gepleegd. Wassmo: “Ik wist toen ik de trilogie afsloot dat Karna de last die ik op haar schouders legde niet aan zou kunnen, mentaal gezien. Toch verliet ik haar, in de literatuur. Omdat ik een heel persoonlijke band heb met mijn personages, voelde dat als persoonlijk verraad.”

Omdat de vertalingen van haar boeken pas ­later in het buitenland verschenen, bleef Wassmo bezig met het personage Karna, wat ertoe leidde dat ze toch weer over haar ging schrijven. 

“Daar kwam bij dat ik Karna als schrijver misschien wel meer nodig had, dan Karna mij.  Sinds de Dina-trilogie heb ik een aantal biografische boeken geschreven, die ertoe leidden dat ik steeds meer het stempel kreeg van de schrijver die het verwaarloosde, beschadigde kind een stem geeft en zichtbaar maakt (zo beschrijft Wassmo in de autobiografische roman Enkele ogenblikken uit 2013 hoe een jonge vrouw zich aan haar misbruikverleden ontworstelt, red.). Daar kreeg ik prijzen voor, en oogstte ik lof. Ik werd uitgenodigd om met getraumatiseerde kinderen te praten. Heel waardevol, maar dat werd ontzettend belastend en veeleisend op den duur.”

Wassmo: “Ik voelde dat mijn hele schrijverschap op deze manier gestigmatiseerd werd, en daarom wilde ik terug naar de fictie.” Zo kwam Dina’s erfenis tot stand, waarin ze verhaalt hoe Karna, getraumatiseerd door de gebeurtenissen omtrent haar grootmoeder, in een psychiatrisch ziekenhuis in Kopenhagen wordt opgenomen. “Er zit een natuurlijke tegenstelling tussen het afgelegen Noord-Noorwegen en het wereldse Kopenhagen in dit boek,” zegt Wassmo. “De hoofdpersonen moeten daar voortdurend tussen laveren.”

In een aantal hoofdstukken met een hoog hallucinogeen gehalte, neemt Wassmo de lezer mee in Karna’s waanzin. “Dat vond ik ontzettend spannend; ik heb haar hele waanzin meegemaakt, ook al is het natuurlijk niet mijn werkelijkheid.”

Terloops schetst ze ook een beeld van de stand van de psychiatrie vlak voor het begin van de twintigste eeuw. “Ik heb onderzoek gedaan naar de psychiatrische praktijk van die tijd. Daarin was het verhaal van de Deense schrijver Amalie Skram heel belangrijk. Zij leefde in de tijd dat mijn boek speelt en schreef naturalistische, ­feministische boeken. Uiteindelijk kwam ze ­terecht in het Sankt Hans Hospital in Roskilde, dat model heeft gestaan voor de Hospitaalstad in dit boek.”

Feministische bril

Een andere verhaallijn in het boek is die van Anna, de stiefmoeder van Karna, die meereist naar Kopenhagen. Zij komt tot bloei in de grote stad, wordt steeds vrijer, mede door de veranderende economische en maatschappelijke verhoudingen van het laatnegentiende-eeuwse Scandinavië.

Emancipatie is een terugkerend thema in het werk van Wassmo, deels door haar eigen geschiedenis. 

Lachend: “Ik heb een zegswijze: goddank voor studiefinanciering en geboortebeperking. Dat komt ook in mijn werk terug: alles wat ik schrijf, zie ik door een feministische bril. Welk personage ik ook beschrijf, ongeacht geslacht. Zelfs de vervelende, nare mannen in mijn werk zie ik op die manier. Ik wantrouw mensen die niet door een feministische bril kijken. Dat hebben we nodig, willen we ooit verder komen in de samenleving.” 

Ze is zeer geïnteresseerd in de huidige feministische golf, waarvan de MeToo-beweging een uitwas is. 

Wassmo: “Ook in Scandinavië heeft die flink om zich heen geslagen. Ook hier zijn grote mannen van hun voetstuk gevallen. Ik ben ondertussen oud en verlang respect, daarom ben ik voorzichtig in het vellen van een oordeel over anderen. Maar als een vrouw mij privé om raad vraagt over wat ze moet doen na misbruik, zou ik zeggen: beklim de barricades, schreeuw het uit, met naam en toenaam van de persoon die je zoiets heeft aangedaan. Wees je daarbij wel bewust van de consequenties die dat kan hebben.”

Wassmo vindt het onterecht dat haar Dina-boeken veelal als vrouwenboeken zijn beschreven. Zuchtend zegt ze: “Dat is een typisch masculiene manier van kijken naar literatuur, die alomtegenwoordig is. Je kan er boos om worden, je kan er tegen tekeer gaan. Of je kan jonge mannen verleiden om boeken zoals de mijne te lezen en te zien dat ze er vreugde aan beleven. Of woede: een razende lezer is een goede lezer.”

Wassmo is sowieso wars van hokjes. Haar vorige werk is vanwege de lyrische natuurbeelden door literair critici met regelmaat beschreven als onderdeel van de Noorse verteltraditie, of door de sterke vrouwenpersonages als typisch Scandinavische literatuur in de geest van Astrid Lindgren en Marianne Fredriksson. 

“Ik heb daar geen mening over, behalve dat ik hoop dat mensen die zulke dingen zeggen mijn boeken echt hebben gelezen. Dat staat de lezer vrij. Ik heb de puf niet om tegen zulke etiketjes in ­opstand te komen.”

Herbjørg Wassmo (Vesteralen, 1942) geldt als een van de belangrijkste hedendaagse Noorse schrijvers. Zij debuteerde, na de publicatie van twee dichtbundels, in 1981 met Het huis met de blinde serre, het eerste deel van de Tora-trilogie. Voor het derde deel, Huidloze Hemel, kreeg ze in 1989 de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden