PlusInterview

Schrijfster Daisy Johnson: ‘Het is een ontzettend duister boek’

Er is de meisjes September en Juli iets ­onnoembaars overkomen. In haar tweede ­roman, Zussen, brengt het Britse literaire talent Daisy Johnson een bijna wurgende suspense.

Daisy Johnson: ‘Ik werd er zelf bang van toen ik aan het schrijven was. Daar was ik heel tevreden over.’Beeld Getty Images

Ze heeft haar baan in Blackwell’s Bookshop kunnen opzeggen. Het leven van Daisy Johnson (30) nam een grote wending toen haar debuutroman Everything Under – een ambitieuze hervertelling van de Oedipusmythe – in 2018 op de shortlist belandde van de Man Booker Prize. Het boek werd dientengevolge internationaal vertaald – hier als Onder het water – en de aandacht voor deze nieuwe ­literaire stem was groot. Nu kan ze zich voltijds aan het schrijven wijden.

Onder het water gaat over het meisje Gretel, opgegroeid in een boot aan de rivier met een latente angst voor de ‘Bonak’, het monster dat onder water huist. Op haar zestiende is ze verlaten door haar moeder, weer zestien jaar later komt ze haar inmiddels dementerende moeder op het spoor en probeert ze haar geheugenflarden tot een coherent verhaal te smeden. Subtiel krijgt de lezer de puzzelstukjes aangereikt in een verhaal over diep weggestopt trauma.

‘Broodkruimels’, noemt Johnson ze zelf – ze strooit daarmee ook rijkelijk in haar tweede roman, Zussen. Daarin heeft een tragische gebeurtenis die onbesproken blijft verstrekkende gevolgen, in de setting van een vervallen familiehuis dat zijn eigen doem meedraagt.

Settle House heet het. Na de onnoembare gebeurtenis waaraan zij schuld dragen brengt moeder Sheela haar dochters September en Juli ernaartoe voor een nieuwe start. Er is maar tien maanden leeftijdsverschil tussen de zussen en hun verhouding is een symbiotische die steeds beklemmender blijkt – September als de niet te beteugelen kracht, aardje naar haar vaartje, die haar jongere zus tot alles, tot het uiterste kan aanzetten.

Ik vond Onder het water met al zijn tragiek al zeer beklemmend. Maar de suspense in Zussen is bijna wurgend naarmate je meer te zien krijgt van de interactie tussen September en Juli.

“Ja, het is echt een ontzettend duister boek. Ik hou erg van horror. Ook in mijn korte verhalen onderzoek ik de krochten van het bestaan. Eigenlijk gebeurt in dit boek niet zoveel. De meisjes maken een boterham met gesmolten kaas, ze kijken televisie, zitten op internet of nemen een bad. Maar je voelt de hele tijd dat er iets niet klopt: het huis met zijn geluiden, de zussen die zich zo afzonderen van de wereld, niet helemaal in de wereld passen, hun moeder boven in bed.”

“Ik werd er zelf bang van toen ik aan het schrijven was. Mijn partner en ik werken allebei thuis, maar hij in het tuinhuisje. Ik was alleen binnen, maar merkte dat ik over mijn schouder begon te kijken, geluiden begon te horen. Vervolgens was ik er heel tevreden over dat ik mezelf een beetje op stang had kunnen jagen – want dan moet dat met de lezer ook wel lukken.”

September is de leider en werpt zich op als de grote beschermer van de veel angstigere Juli. Ondertussen blijkt ze haar zusje op een akeliger manier in de ban te hebben, met een behoorlijk wreed spelletje bijvoorbeeld.

“Dat was voor mij als schrijver heel interessant. Het duurde ook even voor ik de juiste balans had gevonden voor die zusterliefde en de afgunst die daarmee gepaard gaat. Dat speelt altijd bij broers en zussen, bij mij en mijn broer en zus ook. Je staat elkaar zo na, je bent samen opgegroeid – maar je blijft een ander mens. September doet er alles aan om haar zus dichter naar zich toe te trekken; door uit te roepen dat ze hun verjaardag voortaan op dezelfde datum vieren bijvoorbeeld – die van haar.”

Ze zijn tieners, maar u maakt ze jonger dan hun leeftijd. ‘Slim maar achtergebleven, naïef, onbekommerd jong.’

“Dat vertaalt zich ook naar de spelletjes die ze samen spelen. Ze zitten in de fase die ‘tussen servet en tafellaken’ wordt genoemd – ik vind dat een fascinerende leeftijd. Maar zij zitten in zekere zin nog gevangen in hun kinderjaren, omdat ze zo geïsoleerd leven, zich zo aan elkaar vastklampen. Ze passen nergens bij en kunnen de sprong naar volwassenheid niet maken. Als er dingen gebeuren die daarmee samenhangen, zoals de ontmoeting met een jongen op het strand en dronken worden, voelt het of dat nog heel ver van hen afstaat; dat vergroot alleen maar het raadsel.”

In uw beide romans onderzoekt u ook de moederrol. In Onder het water is er de onwillige moeder die verdwijnt, in Zussen de moeder die zich door haar kinderen overbodig gemaakt voelt. Waar komt uw fascinatie vandaan?

“Ik heb zelf gelukkig een heel goede band met mijn moeder. De moederrol is in zekere zin iets wat wij in onze maatschappij gecreëerd hebben. Vrouwen worden onder druk gezet om het moederschap na te streven, om ‘moederlijk’ te zijn. Naarmate je ouder wordt, krijg je steeds vaker de vraag wanneer er kinderen gaan komen. Als moeder word je geacht veel van jezelf als vrouw te parkeren voor die heldenrol van moeder die voor alles en iedereen zorgt. In Zussen heb ik daar een extra twist aan gegeven: wat als je je als moeder ongewenst voelt door je kinderen?”

Lacht: “Alleen heb ik dit wel geschreven toen het moederschap wat verder van me afstond. Ik ben net twintig weken zwanger nu. Misschien ga ik er later nog anders over denken.”

Een belangrijke rol in uw boeken is er ook voor het water. Eerst de rivier met zijn geheimen, nu in Zussen de verraderlijkheid van water. Is dat bewust?

“Ik ben opgegroeid in het moerasland van The Fens, en hier in Oxford wonen we aan de rivier. Ik schrijf vaak over dat wat verborgen blijft, wat je net niet helemaal kunt zien; verborgen voor de lezer of verborgen voor mijn hoofdpersoon. Het water gebruik ik als metafoor. Dat hier van de Theems is vaak troebel. Mijn boeken gaan ook over fluïditeit; in het geval van Over het water genderfluïditeit, in Zussen over hoe de meisjes soms in elkaar lijken te vervloeien. Het water is als een getij voor die veranderingen.”

Onder het water was opmerkelijk door uw associatieve en originele taalgebruik; moeder en dochter hebben hun eigen woorden. Zussen is nog poëtischer, u bent veel spaarzamer.

“Ik heb van jongs af aan veel gelezen en nog altijd lees ik, ook als ik zelf aan een roman werk. Ik zuig mooie zinnen op, mooie gedachten van anderen die mijn hersenen scherpen, en verwerk die op mijn manier. Maar ik was altijd slecht in spelling en interpunctie. Schrijven gaat me niet licht af en ik moet extra zorgvuldig zijn. Daarom zijn mijn boeken heel verschillend; in Zussen maak ik ook gebruik van afwijkende interpunctie, van het wit op de pagina’s. Ik ben er ook heilig van overtuigd dat elk verhaal zijn eigen stijl en syntaxis nodig heeft. Daar speel ik mee en schaaf ik aan, ik schrijf en wis en wis en wis tot het goed is.” 

Daisy Johnson, Zussen. Vertaald door Nicolette Hoekmeijer, Koppernik, €19,50, 196 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden