PlusMuziek

Schitterende mix van traditionele folksongs en Giddens eigen materiaal

null Beeld -
Beeld -

Honderden, zo niet duizenden versies zijn er vermoedelijk al van Amazing Grace, de christelijke hymne uit achttiende eeuw. Aretha Franklin zong de bekendste en misschien ook wel mooiste, maar de versie waarmee Rhiannon Giddens (44) haar album They’re Calling Me Home afsluit, behoort zonder meer tot de uitzonderlijkste.

Een geheel geneuriede melodie, een bezwerende trommel en een doedelzak zijn de bouwstenen van de mysterieuze apotheose van een album dat het begrip genrebegrenzing recht in het gezicht uitlacht.

Giddens, afkomstig uit de Amerikaanse rootsmuziek, voegt haar fraai rollende stemgeluid en haar eigen banjo- en vioolspel samen met de instrumenten van haar Italiaanse echtgenoot Francesco Turrisi.

Giddens’ vierde soloalbum – ze maakte er al zeven met bluegrassband Carolina Chocolate Drops – is een plaat zoals je er dit jaar niet nog één zult horen. Giddens combineert traditionele folksongs – ronduit prachtig is I Shall Not Be Moved waarop Giddens de volle diepte van haar stem etaleert – met eigen materiaal en gaat stilistisch van folk, via blues en bluegrass naar gospel en terug. En dan is er met Di Dolce è’l Tormento ineens een Italiaanse hartenkreet op de Spaanse gitaar én een panfluit op Black as Crow. Maar het knapste van alles is dat They’re Calling Me Home toch klinkt als één geheel. En wat voor een.

FOLK

Rhiannon Giddens (met Francesco Turrisi)
They’re Calling Me Home
(Nonesuch records)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden