PlusVoorpublicatie

Schervenstad: over een tweeling die elkaar hervindt na de explosie in Beiroet

In haar debuut Schervenstad volgt de Nederlands-Libanese Hanan Faour (1998) de tweeling Nadine en Isaac, die gescheiden van elkaar in Nederland en Libanon wonen. Als op 4 augustus 2020, donderdag twee jaar geleden, Beiroet wordt opgeschrikt door een verwoestende explosie in de haven reist Nadine naar haar broer. Een voorpublicatie.

Hanan Faour
De Libanese hoofdstad Beiroet, en dag na de verwoestende explosie in de haven op 4 augustus 2020.  Beeld AFP
De Libanese hoofdstad Beiroet, en dag na de verwoestende explosie in de haven op 4 augustus 2020.Beeld AFP

Mijn laatste gesprek met Isaac was zeven maanden geleden. Hij stuurde me om één over elf ’s avonds een foto van een taart met vijfentwintig kaarsjes. Nu moet ik een paar keer knipperen om zeker te weten dat de notificatie waardoor mijn telefoon oplicht Isaacs naam bovenaan heeft staan, Isaac met een klavertje vier. Zo had mijn moeder hem in haar telefoon gezet: ik heb de emoticon laten staan nadat ze zijn nummer had doorgestuurd.

Isaac 🍀

dina

17:28

de haven is ontploft

17:28

Wat?

17:29

De video die hij stuurt duurt 35 seconden. Mijn vinger blijft boven de playknop op mijn scherm hangen en ik durf pas te drukken als het niet meer voelt of mijn keel wordt dichtgeknepen.

Op het scherm verschijnt een rij flatgebouwen. Aan de horizon staat een rookwolk, die steeds groter wordt, het lijkt op een grote bol watten of een schapenvacht of een wolk waar een klein kind in een sprookje een dutje in zou doen. Dan knalt de wolk uit elkaar. Het scherm kleurt feloranje, bijna goud, er schiet een vloedgolf van lucht naar de camera toe. De rollende lucht slaat tegen de flatgebouwen aan, een hand schuift voor het beeld, ik probeer de video net op dat moment te pauzeren om te zien of er een litteken dwars over de pink loopt, het litteken dat Isaac kreeg toen ik in een kwade bui de deur van onze slaapkamer dichtgooide, maar het beeld is te wazig om het vast te kunnen stellen. De camera zakt, alles wordt zwart en er klinkt gerinkel: gerinkel als de deur van de sigarettenwinkel waar opa zijn sigaretten haalde, maar dan harder. Honderd sigarettenwinkeldeuren die tegelijkertijd openslaan. Het beeld blijft zwart, het gerinkel stopt. Een vrouw gilt maar ik versta haar niet. De doffe zenuw die van mijn cupidoboog naar het tussenschotje van mijn neus loopt, prikt.

Ben je oké?

17:32

De lucht in de keuken benauwt me en mijn handpalmen voelen klam aan. Ik laat de wasbak vollopen met koud water en steek mijn handen er langzaam in, eerst tot mijn nagels en dan vingerkootje voor vingerkootje, tot ze tot aan mijn pols verdwenen zijn. Op het wateroppervlak drijft een geblakerd stukje prei.

Isaac en ik hadden een computerlimiet: we mochten allebei maximaal een kwartier per dag achter de pc, een halfuur als we een werkstuk moesten maken, en alleen vóórdat het avondeten op tafel stond. Mama zei dat het was omdat haar hele kant van de familie sterk verziend was en te veel tijd achter het beeldscherm onze ogen zou verpesten, maar al gauw ontdekten we dat papa niet wilde dat we de telefoonlijn bezet hielden. ‘Alsof je een kriebelende neus hebt, maar niet weet wanneer je gaat niezen,’ legde hij uit. ‘Zo voelt het om niet bij je familie in de buurt te zijn. Je aandacht is altijd ergens anders.’

Ik schaam me als ik denk aan zijn uitspraak. Er zijn weken dat ik lijk te vergeten dat Isaac bestaat, en onze gesprekken zijn niet veel meer dan verkapte verjaardagswensen aan onszelf. Tijdens de babyshower van Reyna moest iedereen een babyfoto meenemen – pas toen me werd gevraagd wie het kindje naast me in de couveuse was, realiseerde ik me dat ik nog nooit had verteld over Isaac. Wat had ik moeten zeggen? Dat is Isaac, mijn tweelingbroer. Als kleuters drukten we onze navels tegen elkaar aan omdat we ervan overtuigd waren dat we zo ter wereld waren gekomen. Ik heb hem al tien jaar niet gezien.

Hallo?

17:40

Mijn vingers laten waterdruppels achter op mijn telefoonscherm en ik veeg ze weg met de onderkant van mijn shirt.

ja ben ok

17:48

Weet mama het al?

17:49

▶︎ ----------------- ○

17:50

Hij stuurt me een spraakbericht. ‘Mama zei dat ze het aan voelde komen,’ zegt hij. ‘Alles thuis was al dagen aan het rotten. Zelfs de uien.’ Het klinkt gehaast.

Ik weet niet wanneer ik zijn stem voor het laatst heb gehoord, zelfs op onze verjaardag sturen we elkaar alleen maar foto’s van taarten, memes over hoe oud we worden of een aaneenschakeling van emoji’s. Ik denk dat ik hem voor het laatst heb horen praten via een omweg – via een video op mama’s telefoon vorig jaar, waarin hij haar een fijne zestigste verjaardag wenst. Het voelt als een uitdaging, alsof Isaac zegt: ‘Ik heb iets van mezelf gegeven, nu is het jouw beurt.’ Ik druk op mijn scherm om mijn stem op te nemen, gooi de opname dan weg en probeer het opnieuw, klem mijn kiezen eerst stevig op elkaar, adem in door mijn neus. ‘Moeten we komen?’ vraag ik. Pas nadat ik het bericht een paar keer heb teruggeluisterd, durf ik het te versturen.

▶︎ ----------------- ○

17:52

we kijken morgen ff

17:53

Ga je naar papa?

17:53

Ik vis het stukje prei uit de wasbak en rol het tussen mijn vingers. Tijdens een van de ruzies tussen onze ouders, die ene die ik me herinner omdat hij begon tijdens de finale van het Junior Songfestival en Isaac en ik net nadat de stemlijnen gesloten waren naar boven werden gestuurd, hoorden we mama zeggen dat het niet normaal was om een kind mee te nemen naar zo’n plek. Het was het jaar dat Tess won met Stupid, ondanks de vijf sms-stemmen voor De Smilies die ik via papa’s telefoon had gestuurd.

‘Het staat daar op springen, Abed,’ zei ze.

We snapten niet wat ze bedoelde. Op onze kamer klom Isaac op het bovenste bed van ons stapelbed. Hij hurkte op het matras, leunde over de rand van het bed en sprong eraf, besloot het nog een keer te doen, en nog een keer. Als een video die we opnieuw en opnieuw afspeelden bleef hij in hoog tempo de ladder op klimmen om zich vervolgens van het bed af te werpen, tot mama de deur opengooide, ons een boze blik toewierp en de deur weer sloot. Het staat daar op springen. Had ze net zo’n scène als die in het filmpje voor zich gezien? Een golf van lucht die zich tegen de gebouwen aan kapotslaat?

Ik trek de stop uit de wasbak en kijk hoe het water met een slurpend geluid de gootsteen in verdwijnt. In het halfuur daarna belt mijn moeder me elke vijf minuten, maar telkens wacht ik tot ze mijn voicemail krijgt en vanzelf ophangt. Na haar vierde poging stuur ik haar een bericht. Erg, hè? Daarna: Ik kom vanavond langs. Ze stuurt een huilende smiley, zonnebloem en lieveheersbeestje, en dan reageert Isaac.

Weet het nog niet. bel je morgen

18:41

Soms vraag ik me af of Isaac en ik toen hij vertrok een onuitgesproken pact hebben opgesteld. Spraken we die ochtend af elkaar vanaf dat moment alleen nog maar te zien als het van levensbelang was? En zouden we dan in alle andere situaties, als in een perfect ingestudeerde dans, om elkaar heen bewegen en elkaar niet confronteren met ons bestaan?

Op 30 augustus verschijnt Schervenstad, het debuut van de Nederlands-Libanese Hanan Faour. In Schervenstad volgen we de tweeling Nadine en Isaac, die sinds hun veertiende gescheiden van elkaar – respectievelijk in Nederland en Libanon – wonen. Als op 4 augustus 2020 Beiroet wordt opgeschrikt door een verwoestende explosie in de haven besluit Nadine naar haar broer in te reizen. In hun kindertijd waren ze onafscheidelijk. Toch werd Isaac, als jongen met een Arabische achtergrond, door de buitenwereld heel anders behandeld dan zijn zus. Als hun ouders scheiden vertrekt Isaac met zijn Libanese vader naar diens geboorteland, terwijl Nadine met haar Nederlandse moeder achterblijft in hun Noord-Limburgse dorpje.

SCHERVENSTAD
Fictie
Hanan Faour,
De Geus, €20,99
Publicatiedatum: 30-08-2022

'Schervenstad' is het debuut van de Nederlands-Libanese Hanan Faour (1998) . Beeld ANNEKE HYMMEN
'Schervenstad' is het debuut van de Nederlands-Libanese Hanan Faour (1998) .Beeld ANNEKE HYMMEN

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden