Plus

Scheepvaartmuseum wil af van partycentrumimago met grootscheepse vernieuwing

Financiële problemen, een bestuurscrisis en een partycentrumimago: het Scheepvaartmuseum heeft roerige tijden achter zich. In de nieuwe opzet van het museum staat het pand zelf meer centraal.

Een vleugel op de begane grond is ingericht als hoofdgalerij. Hier staan de topstukken van het museum bij elkaar. Beeld Eva Plevier

“Dit gaat allemaal weg,” zegt directeur Michael Huijser als we over de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum lopen. Hij wijst op de balie voor de kaartverkoop, op een uitgiftepunt voor headsets en een aantal banieren met informatie over het museum. 

“Die dingen hebben geen enkele functie op het plein. Als onderdeel van de nieuwe inrichting gaat alle ruis weg. Het plein wordt veel meer een ontmoetingsplek, met een koffiecorner en zitjes.”Huijser wil iets vergelijkbaars als de Plantage bij Artis. “Een gratis toegankelijk plein dat ook heel goed werkt voor de buurt.”

Bezuinigen

Het Scheepvaartmuseum heeft de afgelopen jaren een onderhuidse metamorfose ondergaan. Na een jarenlange verbouwing werd het museum in 2011 met veel optimisme heropend. Er kwam een nieuwe presentatie en de binnenplaats kreeg een spectaculaire glazen overkoepeling. 

Een belangrijk deel van de exploitatie was gericht op het faciliteren van bruiloften, partijen en recepties, om zo eigen inkomsten te genereren. Huijser: “Het was het tijdperk van Halbe Zijlstra en de bezuinigingen. Musea kregen te maken met enorme kortingen van 20, 25 procent.” Huijser was destijds directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en daar kreeg hij ook met de bezuinigingen te maken.

“Het Scheepvaartmuseum liep toen voorop in anders denken over hoe je je eigen inkomsten kunt genereren. Eigenlijk was het een geniaal model. Dat je zorgt dat je ook nog bedrijven binnenkrijgt.”

Onderwereld

Niet lang na de heropening ging het echter mis. Aanvankelijk waren de bezoekersaantallen goed, maar na de heropening van het Rijks­museum in april 2013 werd het een stuk stiller. Tot overmaat van ramp was het museum een maand later tijdens een dancefeest het toneel van een criminele afrekening. 

Dat het Scheepvaartmuseum plotseling in één adem werd genoemd met feesten van de onderwereld, heeft ­natuurlijk niet bijgedragen aan een fijn imago. “Het heeft een enorme impact gehad, zowel op de organisatie als extern, want we mochten van burgemeester Eberhard van der Laan geen feesten meer geven.” Het gevolg was een gat van enkele tonnen in de exploitatie en interne conflicten die uitmondden in een bestuurs­crisis.

Directeur Michael Huijser van Het Scheepvaartmuseum. Beeld Eva Plevier

Huijser, die in 2016 werd aangesteld om het museum weer nieuwe impulsen te geven: “Het museum is in 2011 bedacht als twee gedeeltes. Op de bovenste twee verdiepingen kwamen de tentoonstellingen en beneden de feesten. Het nadeel van die feesten was dat ze niet helder gedefinieerd hebben voor wie die precies waren. Dus alles ging er doorheen, van trouwerijen tot heel heftige party’s, met alle gevolgen van dien.”

“Mensen wisten niet of het nou een museum was of een evenementenlocatie. We hebben op dit moment meer evenementen dan toen, maar niemand praat erover. Dat komt onder andere doordat we ons nu meer richten op de maritieme sector. We doen bijvoorbeeld veel meer met de havenbedrijven, we hebben evenementen die veel beter bij ons passen.”

Als onderdeel van de evenementen wordt een bezoek aan het museum ook gestimuleerd. “Ze moeten er ook iets extra voor betalen. Nu komt 56 procent van de bezoekers van evenementen ook in het museum.”

Marineterrein

Om het imago van partycentrum nog verder in te dammen komen de museale zalen en de ruimtes voor evenementen dichter bij elkaar. De meest zichtbare ingreep wordt een vleugel op de begane grond, die wordt ingericht als hoofdgalerij. Hier komen de topstukken van het museum bij elkaar.

 “Als mensen kort in het museum zijn, kunnen ze deze tentoonstelling zien. We krijgen hier veel buitenlandse delegaties en mensen van ministeries. Die kunnen dan even een rondje langs de achttiende- en negentiende-eeuwse topstukken maken.”

In de nieuwe opzet van het Scheepvaartmuseum wordt het pand zelf veel belangrijker. “Het pand is eigenlijk het belangrijkste collectiestuk. Niemand associeerde dat pand met het museum. Het was een museum in een pand. Terwijl wij het nu omdraaien: het pand is het museum. Het is natuurlijk een opslag van de marine geweest, ’s Lands Zeemagazijn. Ik krijg heel vaak de vraag wat we met het Marineterrein te maken hebben. Dan zeg ik: we zijn het Marineterrein. Dat is een heel andere opvatting.”

In de presentaties wordt het gebouw belangrijker. “Voorheen was het ‘box in box’; je ging een donkere ruimte in en daar was een tentoonstelling. Straks krijg je meer contact met het gebouw zelf en kun je ook gewoon naar buiten kijken. Het wordt licht en luchtig.” Voor de nieuwe hoofdgalerij en een nieuwe presentatie van de cartografische collectie, die donderdag openen,

is een compleet nieuwe inrichting met een ­speciaal klimaatstelsel aangelegd. De kosten, 1 miljoen euro, zijn deels betaald door in­komsten van het museum, deels door diverse fondsen.

Scheepsmodellen

Sinds zijn komst heeft Huijser een missie voor het museum gedefinieerd. “Wij vinden de relatie tussen de samenleving en de maritieme geschiedenis belangrijk en dan met name de impact die de maritieme geschiedenis heeft op het leven van veel mensen. Voorheen werd heel objectmatig gedacht, waren we een museum voor scheepsmodellen. Maar we worden meer een plek waar mensen op zoek gaan naar een eigen geschiedenis. Ons nieuwe motto is: water verbindt werelden.”

De nieuwe opvatting heeft ook geleid tot een nieuwe huisstijl, waarin de kruisende lijnen van de glazen koepel terugkomen. Het Engelse ‘maritime museum’ staat nadrukkelijker in het nieuwe logo, maar het is niet zo dat het Scheepvaartmuseum zich meer op de buitenlandse bezoeker gaat richten. “Niets is makkelijker dan je op de buitenlandse toerist te richten. Het is ingewikkelder om een andere invalshoek te hebben, om dingen te doen die anderen niet doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden