Plus Interview

Saxofonist Efraim Trujillo: ‘Bij blues gaat het niet om de regeltjes’

Efraim Trujillo, voorman van The Preacher Men. ‘In de vakantie bleef ik het liefst thuis, dan kon ik de hele dag studeren’ Beeld Ferry Knijn

Scheurende sax, kolkend Hammondorgel en funky drums; de jazz van The Preacher Men heeft zijn oorsprong in de blues en de gospel. Zaterdag staat het trio van saxofonist Efraim Trujillo in het Bimhuis.

Het is nog maar net twaalf uur ’s ochtends, maar saxofonist Efraim Trujillo (50) zeult al rond met twee flessen champagne. Ja, wilde gasten, die jazzmuzikanten. Nee hoor, niks aan de hand. Het is de dag waarop bekend wordt gemaakt dat de Edison Jazzism Publieksprijs dit jaar naar het door Trujillo geleide trio The Preacher Men gaat. “Bij een tv-dingetje kreeg ik net die champagne in handen gedrukt.”

The Preacher Men, die verder bestaan uit organist Rob Mostert en drummer Chris Strik, krijgen de prijs voor hun album The blue. Daar staat jazzmuziek op, maar dan wel in een variant die zwaar leunt op de blues en de gospel. Into the blue is de titel van de scriptie waarmee Efraim Trujillo eerder dit jaar zijn mastertitel aan het Amsterdams conservatorium behaalde.

Maar Trujillo, 50 en een succesvol jazzmuzikant, was toch allang afgestudeerd? “Een vriend gaf les aan een conservatorium in China. ‘Echt iets voor jou,’ zei hij. Dat leek mij ook. De mastertitel die ervoor nodig was, kon geen probleem zijn: ik had conservatorium gedaan, uitgebreid met twee extra jaar ook nog eens. Bleek dat er voor een mastertitel in de muziek tegenwoordig ook een eigen onderzoek vereist is.”

Na een tijdje denken, besloot hij vorig jaar alsnog zijn master’s research te doen, aan het zelfde Amsterdamse conservatorium waar hij eerder studeerde. “Mensen vroegen me: Wat doe jij hier nou!? Dat vroeg ik me zelf ook weleens af, als 49-jarige tussen de vroege twintigers, maar ik vond het ontzettend leuk om zo’n muziektheoretisch onderzoek te doen.”

Stokoude opnames

Op zoek naar de essentie van de blues onderzocht hij met moderne software stokoude opnames van deltablueslegendes als Son House en Blind William Jefferson. Zijn conclusie: wat blues tot blues maakt, schuilt niet in het vaak genoemde twaalfmatenschema, een vaste

akkoordenprogressie of de pentatonische bluestoonladder, maar in de manier waarop bluesmuzikanten de noten in elkaar laten overlopen, de zogeheten slides en slurs.

“Blues zit niet in de vorm, die regeltjes doen er niet toe. Waar het om gaat, is de manier waarop je het speelt. Op ons album heeft het nummer Into the blue heeft geen vorm, het is één lange groove, en toch klinkt het bluesy. De plaat en het onderzoek zijn vanuit het zelfde idee ontstaan. Ik heb de meeste stukken geschreven tijdens het vooronderzoek.”

Een eerbetoon aan de muziekcultuur van het land waar Efraim Trujillo werd geboren zijn het album en het onderzoek ook. “Sinds drie jaar heb ik ook een Nederlands paspoort, daarvoor was ik alleen Amerikaans. Ik ben geboren in Lynwood in Californië. Mijn Nederlandse moeder had daar tijdens een uitwisseling mijn Mexicaans-Amerikaanse vader leren kennen. Ze waren allebei nog heel jong en de relatie liep stuk. Toen ik vier was, zijn mijn moeder en ik naar Nederland gemigreerd.”

In zijn muzikale ontwikkeling speelde de Nederlandse stiefvader die in Amsterdam in Efraim Trujillo’s leven kwam een grote rol. “Hij draaide alles door elkaar. Klassiek, pop en veel jazz: van de swing van Benny Goodman tot, op zondagochtend bij het ontbijt, de free jazz van Albert Ayler. Ik kreeg ook mijn eerste muzieklessen van hem. Samen speelden we in de Diemer Harmonie. Hij eerste klarinet, ik de vierde.”

De klarinet ruilde hij later in voor een tenorsaxofoon. “Een klarinet is niet heel sexy, hè. En ik had het idee dat ik me op een saxofoon beter kon uitdrukken. Als jongen was ik altijd aan het studeren. Na school gingen mijn vriendjes voetballen. Ik zei dat ik eerst een half uur saxofoon ging spelen, maar vergat dan de tijd. Als ik eindelijk naar het veldje ging, was iedereen al weg. In de vakantie bleef ik ook het liefst thuis, kon ik de hele dag studeren.”

Heerlijk blazen

Studeren doet hij nog steeds graag. “Ik heb een studiootje in Noord, waar ik elke dag zeker twee, drie uur zit. Op de fiets ernaartoe krijg ik ideetjes die ik daar uitwerk. Ik ga er nog net zo in op als vroeger als jongen. Gewoon het blazen op dat ding, ik vind het heerlijk. Studeren is mediteren voor mij. Optreden vind ik ook heel leuk, maar als ik gedwongen zou worden een keuze te maken tussen die twee, werd het studeren.”

Je zou het niet zeggen als je hem op het podium aan het werk ziet, zeker als lid van The Preacher Men. Verwijzend naar de deels kerkelijke oorsprong van de muziek dragen de drie leden graag een domineestoga compleet met befje. Zo’n verkleedpartij is in de jazz verre van gebruikelijk: “Ik dacht: bij het verhaal dat ik met The Preacher Men heb te vertellen, is een bijzondere presentatie gepast. Maar ik ben geen entertainer, hoor. Mijn sax is de entertainer.”

The Preacher Men, Bimhuis, zaterdag, 20.30 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden