Bertus Borgers: ‘Met een klarinet kon je niet op tegen het geluid van een elektrische gitaar, met een saxofoon wel.’

PlusInterview

Saxofonist Bertus Borgers: ‘Geweldig, zo’n scheurende tenorsax’

Bertus Borgers: ‘Met een klarinet kon je niet op tegen het geluid van een elektrische gitaar, met een saxofoon wel.’ Beeld Dave van Hout

In de serie The Golden Years of Dutch Pop Music is nu een deel gewijd aan Bertus Borgers en Sweet d’Buster. ‘Little Richard heeft me aan de sax gebracht,’ zegt de nog altijd actieve Borgers.

Hij is niet zo bezig met zijn muzikale verleden. Leuk, zo’n nieuwe dubbel-cd met oud werk, maar Bertus Borgers (72) luistert er nooit meer naar. “En op mijn liverepertoire heb ik van vroeger alleen nog Still Believe staan,” zegt de saxofonist met smeuïg Brabants accent.

Still Believe is vooral bekend in de uitvoering van Herman Brood, die er in 1978 een hit mee had, maar het nummer is oorspronkelijk van Sweet d’Buster, de vroegere groep van Bertus Borgers. “Het stond op ons eerder in 1978 verschenen album Friction. Ruwe mixen daarvan waren in handen gekomen van Brood, die ik goed kende. Midden in de nacht kwam ik hem tegen en zei hij: ‘Dat Still Believe vind ik wel wat. Ik wil er zelf iets mee doen, maar dan gaat wel dat middenstuk eruit en ga ik ook wat sleutelen aan de tekst, want dit is mijn romantiek niet helemaal.’ Ik zei: ‘Doe wat je wil.’ Onze vriendschap was gebaseerd op wederzijds respect, ik had er alle vertrouwen in.”

Herman Brood

Op de liveversie van Broods Still Believe, zoals die te horen is op het album Cha Cha (ook uit 1978), speelt Borgers een prominente rol. “Ik speelde vaker mee met Brood. Cha Cha was een live in de studio opgenomen album. Er was geen setlist, maar vlak voor we begonnen zei Brood: ‘We doen ook Still Believe, speel jij maar een intro en geef me in het refrein een tweede stem.’”

Dat saxintro van Broods liveversie van Still ­Believe klinkt nog altijd geweldig. Ook nog altijd mooi is Broods introductie van de saxofonist: ‘Featuring… Bertus Borgers!’ De Bertus Borgers van 42 jaar later lacht bij de herinnering: “Die introductie deed meer voor mijn bekendheid dan alles wat ik daarvoor met Sweet d’Buster en andere bands had gedaan.”

Voor Sweet d’Buster was er undergroundgroep Mr. Albert Show (‘We vonden het volkomen normaal een concert te beginnen met een nummer van 20 minuten’) en daar weer voor was er de harmonie, waar Borgers als telg van een muzikale Brabantse arbeidersfamilie bijna verplicht lid van werd. “Eerst speelde ik klarinet. Little ­Richard heeft me aan de sax gebracht. Op die vroege singles van hem, het klassieke werk, barstte na twee coupletten altijd zo’n scheurende tenor los. Geweldig. Dat wilde ik ook. Toen de beat opkwam, ben ik overgestapt. Met een klarinet kon je niet op tegen het geluid van een elektrische gitaar, met een saxofoon wel.”

Amerikaanse tournee

Sweet d’Buster, dat bestond van 1975 tot 1981, richtte hij op met toetsenist Robert Jan Stips, de voormalige leider van hippiegroep Supersister. De twee hadden elkaar in 1975 leren kennen tijdens een Amerikaanse tournee van Golden Earring, waar ze beiden aan meewerkten. “Drie maanden door de States, alleen maar in grote zalen, dat was een brainwash, hoor. Popmuziek was daar al echt een industrie. Maanden voor we vertrokken, kreeg ik al een uitgebreide itinerary: van dag tot dag stond niet alleen vermeld waar we speelden en verbleven, maar ook welke arts en zelfs welke advocaat we daar konden benaderen als er problemen zouden zijn.”

Terug in Nederland vonden Borgers en Stips snel de leden voor een eigen groep: naast gitarist Paul Smeenk waren dat bassist Herman Deinum en drummer Hans Lafaille, die samen nog deel hadden uitgemaakt van bluesgroep Cuby and the Blizzards. Allemaal oudgedienden dus, maar Sweet d’Buster deed het eind jaren zeventig goed bij een jong en hip publiek, terwijl de muziek van de groep weinig van doen had met de in die tijd populaire new wave en eerder funky klonk. “Zwarte muziek heeft me altijd geïnspireerd,” zegt Borgers. “Mijn roots liggen in de underground, maar al vanaf de jaren zestig was ik ook bezig met blues, soul en jazz. Dat hoorde je terug in veel van wat ik deed.”

Vanaf de jaren tachtig combineerde Borgers het muzikantenbestaan met een docentschap aan het Rotterdams conservatorium. Eind jaren negentig was hij een van de oprichters van de Rockacademie in Tilburg; later werd hij daar de directeur van.

Muziek in de keuken

Tegenwoordig is hij behalve muzikant ook schrijver. Hij schreef boeken over onder meer zijn vriendschap met Brood en zijn familie­geschiedenis. “Muziek is de rode draad in de familie Borgers. Ik wist natuurlijk dat mijn ouders in een orkestje zaten, mijn vroegste herinnering is dat ze in de keuken muziek maakten en zongen, maar ik ontdekte dat ook de generaties voor hen zo met muziek bezig waren. Ik geef het weer door, mijn kinderen zijn ook muzikaal.”

Mogen we, tot slot, na al die jaren misschien weten wat Sweet d’Buster betekent? “Ha! Als die vraag vroeger werd gesteld, zeiden we om er vanaf te wezen dat Sweet d’Buster de naam was van een Canadese houthakker, die ver van de bewoonde wereld een prachtig boek had geschreven. De waarheid is dat ik de naam heb verzonnen toen ik na Mr. Albert Show plannen had om solo te gaan. Buster is een anagram van Bertus. Sweet komt van Soeters, de meisjesnaam van mijn moeder. Daarbij was ik in die tijd fan van de Kameroense saxofonist Manu Dibango. Om de naam Afrikaans te laten klinken, werd het niet gewoon Sweet Buster, maar Sweet d’Buster.”

Bertus Borgers en Sweet d’Buster: A & B Sides and More (Golden Years of Dutch Pop Music, Universal)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden