Plus

Sanne Wallis de Vries: 'Ik heb mensen altijd aan het lachen kunnen maken'

Cabaretier Sanne Wallis de Vries (45) was de afgelopen jaren in tv, films en musicals te zien. Maar in 2017 gaat ze weer het theater in met een conference. "Ik heb mensen altijd aan het lachen kunnen maken; een heel manipulatieve eigenschap."

Sanne Wallis de Vries Beeld Linda Stulic

Sanne Wallis de Vries is een bekende cabaretier, maar een conference, alleen voor een publiek staan en je verhaal vertellen, deed ze in 2011 voor het laatst. De laatste jaren speelde ze in Mees Kees-films, deed ze mee aan Koefnoen en Cojones, speelde ze een gestoor-de taartenbakker in Sweeney Todd en stond ze in het theater met Paul Groot - het is een kleine greep. En nu presenteert ze tijdens de Boekenweek een quiz op tv. Quizmaster, dat was ze nog nooit geweest.

Verheugt u zich op de Boekenquiz?
"Ja! Ik ben dol op lezen, de opzet van de quiz is goed. En ik als ik mijn leesbril niet op wil zetten, hoeft dat niet: de lettergrootte op de kaartjes wordt aangepast. Die vernedering blijft mij dus bespaard."

"Schrijversteams nemen het tegen elkaar op. Best jonge schrijvers, trouwens. Sommigen zijn geboren in 1983! En die hebben dan al een heel boek geschreven! Of een oeuvre-tje! Terwijl ze in mijn ogen kinderen zijn, ­tamelijk ongelofelijk. Gisteren ben ik begonnen in Joost de Vries. Uit 1983. Schrijft als een tierelier. Elfie Tromp, ook zoiets. Allemaal piepjonge mensen. Sta ik dan tussen met m'n grote lettertype. Ach, beetje oud is ook wel fijn."

U kondigde ook aan in 2017 weer een ­cabaretprogramma te maken. Hoe is dat zo gekomen?
"Begin vorig jaar nodigde Theo Maassen me uit met hem in Toomler te spelen. We voelden ons ineens spiegels van elkaar: allebei in de veertig, allebei twee dochters. Dus het leek hem wel wat om te dubbelen. Het was al zó lang geleden dat ik langer dan een kwartier solo had gespeeld dat ik alleen nog maar wat aanzetjes en ideeën had. Ik was wel nieuwsgierig wat in het vat zat. Hoe gaat het met me in deze wereld? is de vraag die ik mezelf gesteld heb. En toen kwam er een heel verhaal uit, dat ik op het toneel heb verteld."

Hoe was het om met Theo Maassen te ­spelen?
"Leuk! Hij was ook heel streng voor mij. Ik kwam een keer van het toneel af en hij stond een beetje te lachen en met zijn hoofd te schudden. 'Het was toch oké?' vroeg ik. 'Je hebt bijna elke grap uit je poten laten vallen,' zei hij. Ik wist dat hij gelijk had. Want ik kan de neiging hebben mijn materiaal maar een beetje zo ongeveer te spelen; niet precies. Het vuur en de precisie, die maken het af. Elke grap moet zorgvuldig worden behandeld en elke stap in het proces moet nauwkeurig worden gezet. En je moet balen als het niet goed gaat."

Sanne Wallis de Vries Beeld Linda Stulic

Was u al met al tevreden?
"Het was een hoopgevend begin. Ik ben blijven doorspelen en in december had ik een paar keer een scherpe toon en tegelijkertijd veel vrijheid. Toen wist ik: als ik die combinatie behoud, heb ik heel veel zin om weer in het theater te staan. Ik ben ook benieuwd naar mezelf. Bovendien vind ik dat ik iets leuks toevoeg aan de huidige cabaretiers, want ik ben op een leeftijd dat het me eigenlijk allemaal heel weinig meer uitmaakt. Wat er ook tegen me gezegd wordt - ik ga daar niet meer uren over liggen huilen. Er zijn nu andere mensen die het middelpunt zijn van hypes enzo, dat vind ik prima. Ik hoef dat niet meer. Maar ondertussen weet ik precies hoe ik dingen wil hebben. Dus ik ben laconiek maar ook kieskeurig, daar zit een fijne, speelbare tegenstelling in."

Had u geen zin meer om cabaret te maken?
"Het kwam denk ik doordat mijn laatste programma, Kaka Passa, niet mijn beste was; het was een beetje sleuren. Achteraf denk ik dat ik dat programma niet had moeten maken: ik had een kind van vier, had net een baby gekregen en was doodmoe. Misschien had ik de stekker eruit moeten trekken, maar ik vond dat dat niet kon. En ach, dacht ik, het is misschien ook wel lekker om te werken. Want ik hou van touren, hè? Er zijn moeders die zich niet los willen scheuren van thuis; nou, ik wil me gráág losscheuren van thuis. Ik had een chauffeur; zat ik heerlijk de krant te lezen op de achterbank van de auto. Hoefde ik niet te koken."

"Maar dat programma: het was niet echt slecht, maar ook niet echt wat ik voor ogen had. Iedereen heeft weleens zo'n seizoen. Ik had de puf of de zin niet om écht in contact te komen met dat programma. En daarna kwamen weer allemaal andere dingen voorbij, waardoor dat cabaret er gewoon niet meer van kwam. Maar die laatste keren stand-up in Toomler gingen zodanig dat ik dacht: o ja, dít deed ik ooit! Dit is wat ik kon!"

Want dat kon u ooit zomaar?
"Stand-upcomedy is een vak waarvoor je moet trainen en jaren moet draaien. Maar ik heb mensen altijd aan het lachen kunnen maken. Een heel manipulatieve eigenschap. Als de grond me te heet onder de voeten werd, dacht ik: nu even grappen maken, voordat ie boos wordt. Of als een vriendin te lang zat te zeiken - even een grapje. In een groep met allemaal soorten mensen was ik de grappenmaker. Net als iedereen ben ik ­redelijk onzeker; dus het was ook een ideale manier om mezelf een houding te geven. Als ik meedeed aan de schoolmusical, zorgde ik er bij de tweede bijeenkomst wel voor dat het duidelijk was dat je met mij kon lachen."

Is het toneel ooit een enge of een angstaanjagende plek geweest? "Eigenlijk niet. Op mijn twintigste kwam ik terecht bij een kleinkunstopleiding van Selma Susanna, die later mijn mentor is geworden. Na een paar lessen zei zij: "Jij kán het gewoon al. Je praat op het toneel, je timet, je vertelt." Een volstrekt natuurlijke beginvorm van stand-upcomedy was het. Dus toen ik hoorde dat Comedy Train bestond, wist ik: daar moet ik heen. Het was gewoon het gevoel dat ik iets kon. Zoals sommige mensen heel makkelijk muziek maken of goed kunnen tekenen. Ik heb nooit getwijfeld of het iets voor me was. Je voelt wat je kunt."

Had u vroeger een idee over hoe uw leven eruit moest zien?
"Je hebt van die komieken die zeggen: 'Ik was er nooit zo mee bezig.' Nou, ik was er ­alléén maar mee bezig: het toneel op. Altijd al. Als ik Eddie Murphy zag - Delirious was een van de eerste videobanden die we thuis huurden - rolde ik niet alleen van de bank van het lachen, maar ging ook een vlammetje aan. Ik denk dat dat logisch is, als je het gevoel hebt dat je iets kunt. En daarvoor, toen De engel van Amsterdam met Jasperina de Jong werd uitgezonden, ergens in de jaren ­zeventig, heb ik gezegd: 'Dat wil ik.' Ik kon niet verder denken dan: het lijkt me te gek als ik op een podium sta. Dus wat ik nu doe, is fantastisch. Een waaier aan dingen die daarmee te maken hebben: ik speel in musicals, in kinderfilms, ik schrijf stukjes. Het komt allemaal uit dezelfde kern. Maar het zorgt er ook voor dat ik de laatst jaren heb gedacht: wil ik me uiten, en hoe?"

Jeugdfoto Beeld -

Waarom zou u zich niet willen uiten?
"Nou, waarom wél? Als ik de moeite neem om een programma te maken, op een toneel te staan, wil ik er de noodzaak toe voelen. Want anders weet ik niet waar het publiek naar zou moeten kijken. Als ik een programma maak alleen omdat het nu eenmaal mijn werk is, wordt het niet goed."

Voelt u zich niet heel oud als u weer bij Comedy Train staat te spelen?
"Soms. Maar dan kijk ik over de tafel en zie ik gelukkig Theo Maassen. Of Dolf Jansen, die er laatst aan het oefenen was. Of Kees van Amstel. Wij trekken de leeftijd een beetje omhoog. Gelukkig maar, want het is een beetje jammer als stand-up gekaapt wordt door jongens die allemaal vrijgezel zijn, veel bier drinken en verhalen hebben over vrijgezel zijn en bier drinken. Misschien lopen er nog wat mensen van in de zestig rond die ook eens auditie zouden willen doen. Oudere mannetjes, oudere vrouwtjes; ik zou het leuk vinden."

Hoe vindt u het om in de veertig te zijn?
"Vind ik een heel moeilijke vraag. Net zoiets als: vind je het erg dat het regent? Je kunt er helemaal niets aan doen. Maar ik vind het niet erg, hoor."

Fijn, zelfs?
"Vroeger kon ik me over van alles en nog wat opwinden. Dat doe ik niet meer. Als ik wil wel, hoor. Dan ben ik nog steeds heel goed in me over niets opwinden. Maar ik kan het ook weer naast me neerleggen. Voor onzin heb ik geen tijd meer; dat is voor iemand als ik een zegen. Op een gegeven moment kom je in de fase dat je iemand van de crèche moet halen of eten moet koken, en dat is heel gezond. Dat hele ouderschap is handig; je groeit erdoor. Het heeft mij een heleboel gebracht."

Heeft u een licht ontvlambare kant, dat u zich over alles opwond?
"Neeeeeee, absoluut niet! Haha! Ja, ik ben in principe heel snel op de kast te krijgen, maar tegenwoordig is dat een stuk moeilijker. En toch, als ik mijn beste vriendin was, zou ik zeggen: 'Je moet wat vaker aan de kant van de rivier zitten, kijken wat daar allemaal voorbij komt, en gewoon je hoofd schudden.' Wat ik ook altijd graag doe: mensen tips geven. Laatst zag ik iemand met een hond lopen, en dan wil ik meteen uitleggen hoe hij zijn hond moet opvoeden. Terwijl ik zelf pas net een hond heb! En ik het bovendien bloed-irritant vind als mensen mij proberen te vertellen hoe ik dingen moet doen. Tips aanvaarden; ik kan het niet."

Waarom vindt u dat zo moeilijk?
"Omdat iets, ergens diep in mij, dan zegt: je doet het niet goed!" Heeft u een probleem met autoriteit? "Eh, tja... Als kind heb ik ooit mijn koffers gepakt omdat ik vond dat ik niet serieus werd genomen. Ik heb een oudere broer en ik vond dat met hem altijd veel serieuzere gesprekken werden gevoerd. Ik wil gehoord worden, nog altijd."

"Zelfs in mijn eigen gezin vind ik het heel erg als ik iets zeg waar dwars doorheen wordt gepraat. Dan ga ik bijna stampvoeten: 'Ik wil nu mijn zin afmaken!' Doe normaal joh, Sanne, denk ik dan ook, maar het is een soort reflex."

Met Selma Susanna heeft u uw eigen ­cabaretopleiding opgezet, terwijl u er zelf dus niet tegen kunt als mensen u uitleggen hoe het zit.
"Nou ja, ik ben dól op lessituaties, en ben dan ook heel ambitieus. Ik heb jaren cursussen gedaan bij Crea, waarbij volgens mij ­altijd veel te veel gekletst werd. Dat sociale gedoe om zo'n les heen, daar moet ik dus niets van hebben. Ik wilde toneel leren spelen, punt."

Als u ergens een cursus doet, wilt u grondig aan de slag. Als u het ergens niet mee eens bent, kunt u dat niet laten passeren. Als u iets vertelt, wilt u uitpraten... U neemt het leven wel serieus.
"Ja, dat klopt, ik neem het leven heel ­serieus. Zo langzamerhand begin ik dingen een beetje te relativeren, laat ik het ook wel­eens gaan, maar ik heb alles altijd véél te serieus genomen. Zo ben ik gewoon. Inmiddels begin ik te snappen dat iedereen anders is, maar vroeger begreep ik niet dat mensen zich niet net zo druk maakten over alles als ik. Wat zitten ze nou te flierefluiten?! Maar het waren gewoon andere mensen. Dan zeiden vriendinnen tegen mij: 'Joh, laat toch gaan!' Dat is zó vaak tegen mij gezegd - joh, laat toch gaan. Daar werd ik dan weer boos over."

Beeld Linda Stulic

Maar hoe is het dan om een relatie met u te hebben? Die man moet wel van niveau zijn.
"Ik heb geen idee, eigenlijk."

Nooit over nagedacht?
"Jawel. Kijk, het handige van mijn partner is: hij is er niet zo vaak. En dat bedoel ik helemaal niet negatief. Hij is cameraman, hij reist de hele wereld over. Maar als hij er wel is - en dat gebeurt óók vaak - dan is hij er ook dag en nacht." Het is nuttig om soms een adempauze te hebben? "Voor ons allebei. Ook ben ik er superpraktisch van geworden, want ik ben een soort zeemansvrouw. Als ik er alleen voor sta, heb ik hulptroepen nodig, die ik zelf moet ­organiseren. Ik zit dan stil achter mijn computer te typen en alles te plannen met kleurtjes, oppassen, extra sleutels. En zelfs een hondenoppas tegenwoordig."

Waarom heeft u er een hond bijgenomen?
"Ja, echt. Heel raar. Ik vond dat ik eens nieuwe dingen in mijn leven moest aangaan. En iedereen in huis wilde het zó graag. Terwijl ik heus wel wist dat het allemaal op mij zou neerkomen. Dit varkentje was ik wel even, dacht ik. En nu denk ik heel vaak: o god, was die hond er maar niet geweest! De tijd, de ruimte, de vrijheid!"

"Het is ook een psychologisch-filosofisch ding. Die hond staat voor: zeg maar ja tegen het leven. En zo ben ik niet, van mezelf. Ik vind het leven best wel een kluif. Wat gaan we doen, baas?! denkt de hond. Dan kijkt hij me blij en verwachtingsvol aan en wil ik tegen hem zeggen: rustig aan joh, zo leuk is het leven niet. Die hond is dus een heel goed tegenwicht voor mij. En ik hou van wandelen. Alleen blijk je nog veel méér met een hond te moeten. Nou ja, ik moet doorzetten. We zitten pas op de helft van de puppycursus."

Had u vroeger gedacht dat u een gezin zou hebben: twee kinderen en een man met wie u al dertien jaar samen bent?
"Ik dacht altijd dat ik veel te veel op mijn vrijheid gesteld zou zijn. En dat ben ik ook hoor, nog steeds. In de Volkskrant las ik een tijdje terug een interview waardoor ik me weer eens afvroeg: seks, lust, relatie, liefde - waarom moet het állemaal maar met die ene persoon? Terwijl ik vlak daarvoor een artikel had gelezen van een seksuoloog die beweert dat ouders na paring eigenlijk niet interessant meer voor ­elkaar zijn. Want: het is gelukt. Daardoor, en door mijn karakter, vond ik het ineens heel raar dat ik al zo lang samen ben met één man."

"In mijn puberteit had ik dat niet voor mogelijk gehouden. Ik wil altijd kijken hoe het ergens anders is, ik ben snel verveeld en vind mannen nou ook weer niet van de soort dat je denkt: tjónge, wat zíjn ze boeiend! Ik dacht altijd dat ik in een commune zou eindigen, of gewoon alleen. Reizend, op pad. Maar hoe veel meer huisje-boompje-beestje kun je hebben dan wat ik heb? Wat is er gebeurd? Ik moet stiekem concluderen dat ik nog nooit zo gelukkig ben geweest."



CV

Sanne Wallis de Vries
12 februari 1971, Amsterdam

1995 Debuut bij Comedytrain

1996 Publieks- en ­juryprijs Leids Cabaretfestival

1996 Richt Kleinkunstacademie ST&M op

1997-2011 Solovoorstellingen Sop, Zin, Stuk, Vier, Best en Kaka Passa

2001/2002 Musical Foxtrot

2002-2004 Kopspijkers (Vara)

2012 Voorstelling Adèle

2012-nu Rol in drie delen Mees Kees-verfilming

2014 Musical Sweeney Todd

2016 Presenteert ­Nationale Boekenquiz (VPRO)

Sanne Wallis de Vries is getrouwd met cameraman Jackó van 't Hof. Ze hebben twee dochters, van 7 en 11.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden