Sanne van Tongeren: ‘De kracht van het lichaam vind ik heel mooi.’

Plus Interview

Sanne nam ontslag om beeldhouwer te worden, en heeft nu een eigen academie

Sanne van Tongeren: ‘De kracht van het lichaam vind ik heel mooi.’ Beeld Lin Woldendorp

Beeldhouwer Sanne van Tongeren (41) is van de klassieke, figuratieve school. In Amsterdam richtte ze een beeldhouwacademie op: Figura. ‘De ­invloed van de Italiaanse meesters komt er weer tot leven.’

Ze ging naar Florence om een vak te leren. Terwijl Sanne van Tongeren al een baan had: ze was docent Grieks en ­Latijn op een middelbare school in Haarlem. Maar ze wilde per se beeldhouwer worden.

“Ik was dertig, dan heb je toch wel je studententijd afgesloten. En zit je in een periode waarvan men zegt dat je vooral carrière moet gaan maken in de richting die je hebt gekozen. Ik tekende en boetseerde altijd al, maar nooit op professioneel niveau. Dat wilde ik nadat ik op de radio bij Kunststof een interview met Lotta Blokker had gehoord. Een Nederlandse, klassieke beeldhouwer die in Florence had gestudeerd. Toen heb ik mijn baan opgezegd en ben ik opnieuw gaan studeren, aan de The Florence Academy of Art. Het was fantastisch!”

Van Tongeren vertelt haar verhaal in haar atelier boven ‘de Wieg der kampioenen’: boksschool Albert Cuyp. Ze is namelijk alweer een tijdje terug in Nederland. Om hier het geleerde in praktijk te brengen, want het lesgeven zit haar, met een moeder die lerares Nederlands was en een vader die als hoogleraar filosofie doceerde, toch in het bloed.

En, niet onbelangrijk, ze is ook in Amsterdam neergestreken om een bijna verdwenen ambacht nieuw ­leven in te blazen. “Ik ben naar Florence gegaan omdat wat ik wilde leren niet meer in Nederland werd onderwezen. De academies hier geven geen les meer in klassieke, figuratieve beeldhouwkunst, het boetseren naar model. Ik weet niet precies waarom, maar de interesse is verlegd naar conceptuele beeldhouwkunst. Dan ga ik naar Florence, dacht ik. Maar dus wel met het idee om wat ik daar zou leren weer mee terug te nemen.”

Moderne dans

Het is de menselijke figuur die haar fascineert. “De kracht van het lichaam vind ik heel mooi, het verhaal dat een ­lichaam vertelt. Zoals sommige mensen inspiratie in de natuur zien, zie ik die in het lichaam. Voor mij is het niet zo dat de menselijke figuur de drager is van het verhaal, maar het gaat mij om het verhaal dat in het lichaam zit, dat vind ik gewoon heel fascinerend. Ik vergelijk beeldhouwen vaak met dans. Dans op zich kan ook verhalend gebruikt worden. Als je naar De Notenkraker kijkt, wordt er iets uitgebeeld met het lichaam. Maar als je naar modern ballet kijkt – choreograaf Hans van Manen is een enorme inspiratiebron voor mij – dan zie je dat hij zoekt naar de kriebels in het lichaam die maken dat het gaat bewegen. Dat zoek ik als ik boetseer.”

En dat zoeken haar leerlingen ook, want Van Tongeren richtte bij terugkomst een beeldhouwopleiding op: Figura, Dutch Academy of Figurative Sculpture. Haar leerlingen komen ook op haar naam af, op haar werk (ze is bijvoorbeeld genomineerd voor De Nederlandse Portretprijs 2019). Ze drijft de opleiding in broedplaats HW10 van ­Urban Resort in Nieuw-West. “Er is belangstelling voor ­figuratieve beeldhouwkunst. Behoefte zelfs, denk ik, want het volgende cursusjaar ga ik van zes naar twaalf leerlingen. Dat is wel het maximum, want ik doe het in mijn eentje. Al huur ik wel collega’s in die teken- en anatomielessen geven.”

Tarantula 3 (2018). Beeld Sanne van Tongeren

Opgetogen: “Ik zie deze vorm van beeldhouwen echt als een ambacht. Vooral het werken met een model. Het werk komt ook nooit alleen maar bij mij of mijn leerlingen tot stand, het komt samen tot stand. Als het goed is, is er een dialoog met het model. Er wordt wel gezegd dat het leven in een kunstwerk er door de kunstenaar in wordt gebracht, maar dat is toch zeker ook de wisselwerking met het model waardoor een beeld gaat leven.”

Niet iedereen is geschikt als model. “Ik krijg weleens ­modellen aangeprezen, van die sporttypes, maar die zijn zelf al met hun lijf aan het boetseren. En die vind ik ook niet zo interessant. Ik heb in Florence een serie van drie dansers gemaakt, gebaseerd op een oude Italiaanse dans, de tarantella. Die dans beschrijft de opstanding van het ­lichaam vanuit de verlamming naar het terugvinden van je kracht. Voor die serie heb ik gezocht naar een lichaam dat flexibel is en krachtig maar dat tegelijkertijd ook in volledige ontspanning kan bestaan. Heel gespierde sporters kunnen dat vaak slecht. Ik vond een man, geen danser, geen sporter, rookte als een ketter. Een ingenieur. Een fantastisch model. Hij heeft een jaar voor me geposeerd. Hij was lenig, kende geen schaamte voor zijn lichaam, en hij vond het prima om bekeken te worden.”

“Modellen zijn zeer belangrijk. Er zijn ook mensen die vragen: wil je een portret van me maken? Maar ik doe dat alleen als er een klik is. Een model levert een zeer wezenlijke bijdrage aan de overtuigingskracht van het beeld.”

Tekenboekjes

Over beelden gesproken, is ze in Florence vaak naar de ­David van Michelangelo gaan kijken? “Daar kun je niet omheen in Florence… maar Florence zelf is al een inspiratiebron omdat de figuratieve beeldhouwkunst letterlijk op straat ligt. Je hoeft maar naar Piazza della Signoria te gaan, onder de Loggia dei Lanzi beelden van Giambologna, van Cellini. Het staat er allemaal. Ook de David, maar niet de originele, die staat in de Accademia. Al heb ik dat nooit echt een heel mooi beeld gevonden.”

“Er wordt me weleens gevraagd waarom ik niet in steen werk. Alles wat in steen bestaat, is eerst in klei gemaakt, als figuurstudie. Dus het creatieve proces zit in de klei. Het steenhouwen is uitvoering. Het is kopiëren in het groot. En natuurlijk, de echte grote beeldhouwers zoals Michelangelo, die waren ook ­capabel om dingen in steen voor ­elkaar te krijgen zonder dat helemaal uitgewerkt te hebben. Maar er is altijd een studie in klei. Ik werk alleen in klei, dan maak ik mallen en die giet ik in. Mijn beelden zijn van gips, kunsthars of brons.”

Tarantula 1 (2016) Beeld Sanne van Tongeren

Op de vraag of iedereen op Figura wordt toegelaten, zegt Van Tongeren dat mensen zonder ervaring zich meestal niet aanmelden. “Voor mij is het belangrijk dat ik mogelijkheden tot ontwikkeling zie. Dat ze ervaring hebben met tekenen of modelboetseren. Tekenen is heel belangrijk. Eigenlijk is modelboetseren tekenen in de ruimte, zo wordt de methode van de Florence Academie genoemd: drawing in space. Wat ik mijn leerlingen leer is observeren. Dat kan je het beste leren door te tekenen. Als mijn leerlingen op vakantie gaan, zeg ik: neem een tekenboekje mee. Ze krijgen van mij ook een tekenboekje voor een trimester. En wie het vol heeft getekend, krijgt een nieuwe.”

“Dat is de manier waarop ik ze train: eerst te analyseren wat ze zien, dan een beslissing te nemen en het uit te voeren. En het is nooit toeval wat ze maken, het is nooit toevallig een goed been. Het is techniek, ze leren te maken wat ze zien, en vervolgens te spelen met wat ze kunnen. In dat laatste gaat ambacht over in kunstenaarschap. Dat deed Michelangelo ook met de David, met intentie spelen met verhoudingen, de testikeltjes zijn heel klein en de handen zijn gigantisch. Dat is het spel dat je speelt als je het ambacht onder de knie hebt.”

Games en museum

Wat Van Tongeren bijzonder vindt, is dat een deel van haar studenten afkomstig is uit de wereld van 3D-modeling, ­gamedesign en animatie. Zij hebben geen ervaring met het werken naar model en komen bij Van Tongeren om hun vak verder te perfectioneren. De opleiding wordt ook internationaler. “Ik heb nu een Française, een Spanjaard en een Chinese student. Die laatste is geselecteerd voor Lang leve Rembrandt en hangt nu in het Rijksmuseum. De ­invloed van de Italiaanse meesters komt op mijn academie weer tot leven, en vindt haar weg in games en het ­museum.”

Waarmee haar missie al meer dan geslaagd is.

Beeld Sanne van Tongeren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden