Plus Interview

Sacha Bronwasser: ‘Het geheugen is een wankel bouwsel’

‘Ik kan zelf verbaasd zijn over wat ik ben vergeten.’ Beeld Lin Woldendorp

Niets is gelogen, de reconstructie van een incident in 2013 in Kortrijk door de ogen van alle aanwezigen, is het intrigerende romandebuut van kunsthistoricus Sacha Bronwasser.

Ze opent – “Nu niet niezen!” – het potje korrelig ultra­marijn pigment dat ze heeft meegebracht, de basis voor de verf International Klein Blue waarop kunstenaar Yves Klein het patent heeft en de kleur die het omslag van haar roman Niets is gelogen domineert. Het krachtige matblauw kan niet in vierkleurendruk worden aangebracht. “Het is er in één keer achteraf opgezet. Ik moest naar de drukkerij om te zeggen: zo is het goed.”

Sacha Bronwasser (50) is kunsthistoricus en was twintig jaar als criticus verbonden aan de Volkskrant. In haar romandebuut Niets is gelogen is de hoofdrol voor kunstcriticus Gala Versluis, die in Kortrijk een openingspraatje moet houden op de tentoonstelling van de Nederlandse kunstenares Lisa van Staal, die haar eigen lichaam tot kunst heeft verheven.

De andere spelers zijn Gala’s vriendin Fatima, Lisa’s man Maxim, haar Amsterdamse galerist Paul en de Kortrijkse kunstliefhebber en gynaecoloog Pé Derkinderen. De avond na de opening gebeurt er iets in Kortrijk dat hun aller levens nieuw momentum geeft. Na het overlijdensbericht van Derkinderen, vijf jaar later, besluit Gala de avond te reconstrueren. Conclusie: ‘Waar het geheugen ruimte voor reserveert, heb je niet voor het zeggen, en al helemaal niet hoeveel.’

Uw hoofdpersoon is kunstcriticus, en u hebt veel geput uit eigen observaties. Van Marina Abramovic en Yves Klein tot de Schotse videokunstenaar Douglas Gordon.

“Als ik schrijf, heb ik veel aan mijn lange ervaring met kijken naar kunst. Als criticus moet je taal vinden voor iets wat niet in taal bedoeld is. Door het kijken naar kunst – en films overigens ook – heb ik er bij het schrijven ook geen moeite mee dingen voor me te zien. Ik heb gekozen voor een ik-figuur die op me lijkt, maar mij niet is. Ze is jonger, ze heeft een andere familiesituatie. Maar zij kan reageren op haar omgeving via de kunst. Douglas Gordon liet de film Psycho in 24 uur vertraagd afspelen. Daardoor kan Gala de tijdspanne van die cruciale gebeurtenis in Kortrijk beter begrijpen en uitleggen. Bij situaties van grote stress hebben mensen vaak het gevoel dat de tijd vertraagt – alsof iets zich buiten je om afspeelt en je er ook geen invloed op hebt.”

U kon door die setting in de kunstwereld ook uw frustratie kwijt over het dedain voor kunst.

“Als je er van een afstandje naar kijkt, is het bezopen hoe de kunstsector in 2011 is gekort. Het kwam politiek zo goed uit en het was zo makkelijk scoren met die ‘linkse hobby’. Ik kon me boos maken, maar het werd ook niet goed verdedigd. Ik herinner me nog die ‘Mars der ­Beschaving’, wat een gênante toestand. En ­vervolgens ging de kunstwereld door met ­functioneren, maar dan met veel minder geld. Cultuurredacties zijn kleiner geworden, de stukken moeten korter en meer ‘snappy’. Er is echt wat verloren gegaan en dat moest me van het hart. Maar het is een zijlijntje, mensen die niet zo in de kunstwereld zijn geïnteresseerd, kunnen het verhaal gewoon nemen zoals het komt.”

U speelt in uw boek met herinneringen en de betrouwbaarheid ervan. Geen van de ­aanwezigen heeft exact dezelfde versie van de gebeurtenis.

“Herinnering is cruciaal, het was voor mij de aanleiding om te gaan schrijven. Die situatie in Kortrijk hééft zich voorgedaan. Maar het is zeker geen sleutelroman. Ik was in Kortrijk, in de jaren daarna zag ik de betrokken mensen sporadisch, we hadden het dan natuurlijk over wat er toen was gebeurd. En wat me bleef fascineren, is dat we allemaal zo’n andere perceptie hadden. Ik kan zelf verbaasd zijn over wat ik ben vergeten. Dat speelt natuurlijk een rol bij het ouder worden, en waar je bang voor bent: je geheugen kwijt te raken. Maar überhaupt is het een wankel bouwsel, zo’n geheugen.”

Het is haast not done om schrijvers te vragen of iets ‘waargebeurd’ is in hun roman. Maar u gooit het zomaar op tafel.

“Ik dacht: met deze situatie kan ik werken. Maar ik heb er nieuwe karakters omheen gebouwd, die de situatie anders kleuren. Ik heb de mensen van toen geïnterviewd en gevraagd of ik het materiaal kon gebruiken om van hen een personage te maken. Ik heb niet één op één gebruikt wat ze hebben verteld. Maar die essentiële verschillen kwamen zo wel aan het licht.”

U bent bewust naar ze toegegaan voor een roman?

“Ja, ik heb het pas gedaan toen ik wist dat ik die zou gaan schrijven. Ik was na twintig jaar bij de Volkskrant vrij plotseling gestopt, ik wilde ruimte maken voor nieuwe dingen. Ik had bij de uitgeverij een afspraak voor een nieuw non-fictieboek. En toen begon ik ineens hierover – ik heb jarenlang gedacht: hier moet ik wat mee. Mijn andere boek ging rücksichtlos aan de kant. Maar hoe het precies vorm zou krijgen, wist ik nog niet, ik wist ook niet hoe fictie zou bevallen. Ik ben begonnen door als journalist langs die mensen te gaan.”

En hoe was het om die journalist ook weer achter u te laten?

“Ik heb genoten, absoluut. En ik was soms ook verbaasd wat er gebeurt als je dingen toelaat. Ik had mijn contract voor het boek getekend en toen ik op internet ging zoeken naar een van de hoofdpersonen van die gebeurtenis, bleek hij overleden. Dus kon ik hem, meer nog dan de anderen, als fictief personage gaan vormgeven: wie zou hij zijn, die man? Hij kwam als een volkomen verrassing. Bij alles wat ik heb gedaan – een tafelschikking uitgetekend, een inter­mezzo geschreven als dialoog met geluids­aanwijzingen waarvan je je kunt afvragen of dat echt is of aanvoelt als droomsequentie – heb ik me heel vrij gevoeld. Het is per saldo een reconstructie waarbij de ik-figuur heel veel dingen níet weet; ook al zijn dingen soms misschien niet logisch, ik vond dit de manier om het verhaal te vertellen – vanuit al die verschillende perspectieven, als experiment. Ik ben door dit boek schrijver geworden.”

Niet is gelogen. € 20,99, 255 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden