PlusColumn

Rudolf Escher staat zij aan zij met de grootsten

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: Rudolf Escher.

Erik VoermansBeeld Linda Stulic

Aan welke componisten en stukken denkt u bij 'muziek in oorlogstijd'? Aan Britten (vanwege zijn War Requiem) en Sjostakovitsj (vanwege zijn symfonieën Zeven, Acht en Negen, die hij schreef tussen 1940 en 1945), gok ik. Begrijpelijk, want die werken worden met grote regelmaat in vele landen door dirigenten op de lessenaars gelegd. En terecht, want het gaat om indrukwekkende muziek.

Maar die hebben we in Nederland dus ook. Ik durf hier zelfs te beweren dat in de vorige eeuw iemand in ons kikkerlandje rondliep die zich in zijn beste werk zonder meer met Sjostakovitsj en Britten kon meten. Hij heet Rudolf Escher. Hij was een neef van M.C. Escher, de graficus met dezelfde achternaam die het wél tot wereldroem bracht.

Rudolf Escher leefde van 1912 tot 1980, een periode waarin hij 57 stukken schreef. Een oeuvre dat groter had kunnen zijn, als niet vrijwel al het werk dat hij tot 1940 had gecomponeerd verloren was gegaan bij het Duitse bombardement op Rotterdam.

Rudolf Escher deed tijdens die oorlog illegaal koerierswerk voor een verzetsgroep. Onder erbarmelijke ­omstandigheden wist hij daarnaast toch nog noten op papier te krijgen. Je verstand staat er bij stil. 'Orkestratie op 9 februari 1943 te Oegstgeest voltooid.

Dienzelfden avond in stormweer hals-over-kop per fiets naar Reeuwijk gevlucht, wegens razzia's te Leiden,' schreef hij in de partituur van het orkestwerk dat hij aanvankelijk L'Acte sonore à travers les désastres wilde noemen. Uiteindelijk koos hij voor Musique pour l'esprit en deuil - muziek voor de geest in de rouw; nadere uitleg overbodig. Het is een werk van een meester.

Rudolf Escher staat met dat stuk zij aan zij met de grootsten, laten we er vooral niet zuinig over doen. Hoor zijn orkestratiekunst, hoor hoe hij de spanning ­opbouwt, hoe hij de melodieën laat zinderen en het ­onzegbare laat uitdrukken.

Dus waarom, o waarom, behoort dit niet allang tot de symfonische canon, tot het internationale repertoire? Wie het weet, mag het zeggen.

Koninklijk Concertgebouw­orkest o.l.v. Daniele Gatti. Solist: Leonidas Kavakos (viool). Musique pour l'esprit en deuil van Escher en werken van Connesson, Hartmann en ­Honegger, 13 april in het Concertgebouw (20.15 uur).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden