Roskilde: perfect!

Roskilde Dag 2

We zijn veel gewend, maar zo nagenoeg perfect en opwindend als deze tweede dag van het Deense festival hebben we niet eerder gemaakt. En dat terwijl het eigenlijk veel te heet is voor een aangenaam festivalverblijf. Maar dat we af en toe stevig naar adem moeten happen, komt niet van de verzengende hitte. Het komt omdat het gebodene ons keer op keer versteld doet staan.

Waarschijnlijk ligt het ook aan het feit dat de programmering urenlang, bedoeld of onbedoeld, wie zal het zeggen, een uitermate boeiend spelletje speelt met de begrippen cynisme en het volkomen ontbreken ervan. Fleet Foxes, de bebaarde nachtegalen uit Portland, toveren de immense Arena (een tent waar 17000 mensen in passen) met hun devote samenzang om in een kathedraal van tentdoek. Hun folk is prachtig, hoewel de keyboards af en toe voor een laagje kitsch zorgen en we ze meer vinden rocken dan op hun bijna verstilde succesplaat. Minder pastoraal dan verwacht, maar ook veel meer The Beach Boys van nu dan we hadden gedacht.

Na deze pure schoonheid valt het optreden van FAITH NO MORE op het grote veld de luisteraar rauw op het dak. De groep uit San Francisco - weer bij elkaar sinds een cultstatus met hituitschieter Easy in de jaren negentig - opent vol zelfspot met een cover van Peaches & Herb: Reunited ('and it feels so good'), maar dan begint Mike Patton zijn pijlen te richten op het publiek. 'Enjoy the show, hippies'. Op Roskilde valt geen hippie te bekennen, maar Mike Patton herinnert zich nog de hasjwalmen van twaalf jaar geleden, toen de band er eerder optrad. De man blijft voortdurend sarren en jennen, en dat past helemaal bij de groots opgezette muziek, waarin metal, funk, punk en kitschsoul wringend naast elkaar bestaan. Maar het irriteert ook. Als de band niet zo vreselijk knap en gedreven - over de top - speelde, dacht je: hier komen een paar ouder geworden Amerikanen even wat poen bij elkaar spelen, terwijl ze er eigenlijk helemaal geen zin in hebben en de mensen schofferen die zo stom zijn om er in te trappen. Het mooie van het Deense publiek is dat ze Mike en zijn rockende mannen in de brandende middaghitte op dat immense veld op handen blijven dragen. Cynisme, beantwoordt met het tegenovergestelde ervan.

Juist daarom is het optreden van Friendly Fires in de Odeon ook zo goed. Omdat band, Britse jonge honden met veel percussie en rave-invloeden, en publiek - vooral veel jongeren - elkaar vinden in een steeds opzwepender wordende feeststemming. Hier staat een band te ontdekken dat ze een grote tent ( de Odeon heeft een capaciteit van 5000 man) makkelijk aankunnen. En aan die ontdekking is niks geborneerds, het is een wervelend feest van onbevangenheid.

Nick Cave (& The Bad Seeds) is net als Faith No More een typische representant van een tijdperk waarin een beetje popster niet pleasede, maar dwars lag en provoceerde. Hij heeft alleen beter dan Mike Patton door dat die houding nu gedateerd overkomt. Bovendien heeft er in het beest Cave - wiens haarlijn zich steeds maar verder terugtrekt - altijd een romanticus pur sang geschuild, en die komt af en toe prachtig (The Ship Song) naar boven in dit optreden, dat alleen al door haar best of- karakter (Oh Deanna, Tupelo etc) lekker lijkt te willen entertainen.

Maar ja, het valt allemaal volkomen in het niet bij de ronduit verbijsterende show die de Malinese ROKIA TRAORE en haar band neerzet in de Odeon (capaciteit 5000). De in het wit gestoken diplomatendochter (een gigantische ster in Frankrijk) kan fenomenaal zingen, maar ook dansen als een slangenmens, met een souplesse en een heupbewegingen, die je naar adem doen snakken. Haar band (drie blanke, en inclusief haarzelf drie zwarte muzikanten) swingt als The Talking Heads in hun Once In A Lifetime-tijd en verstaat de kunst lange stukken muziek subtiel maar dwingend naar een climax te spelen. De vonken spatten er bijna letterlijk vanaf, terwijl Rokia trots en felheid koppelt aan gratie en waardigheid. Dit is muzikaal gezien echt het beste dat er momenteel op live-gebied vertoont wordt.

En ach, als je dan even later LITTLE BOOTS, volgens de BBC het geluid van 2009, met een synthesizerspeler en een drummer , in een paars glitterjurkje op haar pumps ziet wiebelen en weer een heerlijk simpele discostamper de zaal in ziet slingeren, dan kun je alleen maar glimlachen. Vergeleken bij de finesse van Rokia steekt deze Victoria Hesketh ('the next Kylie or Annie') gewoonweg lomp af, maar ze is zo'n typisch Britse volksmeid, tikje ordinair, maar ook hartverwarmend 'echt', zoals de zangeres van de Ting-Tings. Pak maar in, Pet Shop Boys, Little Boots komt eraan!

Dan de hoofdact van vanavond: Oasis. We kunnen alleen maar zeggen: was U er maar bij geweest. Wat Liam, Noel en de lads er van bakken is niets meer of minder dan HET KLASSIEKE FESTIVALCONCERT. De ingrediënten: sterke songs, lekker veel gepikt van Beatles en The Who, een zompig, zuigend gitaargeluid en een tempo waarbij het fijn meebleren, inhaken en het glas ter hemel heffen is. Ook Oasis is natuurlijk bedreven in het etaleren van de nodige nurksheid, maar wat vanavond zo mooi maakt is het extreme contrast tussen de twee broers.

Noel, de oudste, is de sociale, vriendelijke, de verantwoordelijke liefste oom die je zou wensen. En Liam is de etter van een neef. Hij ziet er uit alsof hij zojuist een lijn cocaine ter lengte van de afstand tussen Manchester en Kopenhagen in zijn neus heeft gesnoven en staat stijf van de bokkigheid. Hij bijt het publiek af en toe wat geknauwde zinnetjes toe: 'This one is for the kids that died here a couple of years ago, it's called Live Forever'. Hij zingt het verder onbewogen, met zijn handen in de zakken van zijn lange jas (die hij natuurlijk de gehele show aanhoudt), maar de emoties gieren over het veld.

Prachtig is het ook om deze straatvechter aan het eind, terwijl de band met I'm The Walrus hun inspiratiebronnen Lennon & McCartney eert, voor het eerst voor op het podium komt, en daar stokstijf de massa inspecteert, terwijl hij zijn tamboerijn op zijn hoofd laat balanceren. Ook zo'n prachtig moment: Noel, die de 60.000 met een korte handbeweging een saluut brengt, als hij Don't Look Back In Anger tot een goed einde heeft gebracht.

Wildvreemden vallen elkaar om de hals, de rillingen lopen over de rug, ja alle cliches worden waarheid bij dit Oasis.

En dan het toetje: Grace Jones. Ze heeft een ongelofelijk goede band bij zich en we zien haar meteen aan het paaldansen slaan, gekleed in een nauwsluitend zwart bloot pakje dat toont dat haar eenenzestigjarige billen er nog best mogen zijn. Ze is charmant, een veel betere zangeres dan we op grond van haar praatzang op plaat zouden vermoeden, steelt de show door tijdens La Vie En Rose op de nek van een Deense security-man tot ver in de Arena-tent tussen het publiek 'gereden'te worden. Ze straalt, ze geniet en ze maakt lol ('I had a relation with Michael Jackson, a church relation. Michael asked me: 'Hey Grace, how did you get out of church? I don't know Michael, I just did it'). Op een gegeven moment laat ze - al weer in een andere zwart billenpakje - gedurende het gehele Slave To The Rhythm een hoepel om haar middel te draaien. Zij is niet langer de zwarte panter van weleer (die rol is vandaag weggelegd voor Rokia Traore), maar wel de leukste en meest vitale oma die je zou wensen. Zoals dit een festivaldag was, zoals je die in de stoutste dromen niet had durven verlangen.

Gezien vrijdag 3 juli door Tom Engelshoven en Roy Mantel, Roskilde, Denemarken. Lees morgen het verslag van Dag 3 met o.a. Elbow, Gogol Bordello, Lily Allen en Slipknot

Het toetje van dag 2: Grace Jones. Foto Roy Mantel Beeld
Het toetje van dag 2: Grace Jones. Foto Roy Mantel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden