Ronnie Flex.

PlusInterview

Ronnie Flex over zijn documentaire: ‘Je ziet me een jaar lang slecht gaan’

Ronnie Flex.Beeld Jitske Schols

Ronnie Flex (27) mag dan een van de succesvolste Nederlandse rappers van nu zijn: in een nieuwe documentaire ziet zijn leven er een stuk minder rooskleurig uit. ‘Ik vond ’m heavy, man. Ik wil ’m niet meer zien.’

Het was begin 2018 groot nieuws: Ronnie Flex was in een kliniek opgenomen om zijn wietverslaving de kop in te drukken. Hij verbleef in een villa waar hij onder begeleiding van psychologen afkickte en werd door de media onthaald als voorbeeld voor de jeugd.

“Rehab hielp zeker,” zegt de rapper nu in zijn vrijstaande gezinswoning in Capelle aan den IJssel, die hij zo’n twee jaar geleden kocht. Het huis is speels ingericht voor zijn eenjarige dochtertje Nori, met grote knuffelberen, speelgoed en een felroze trapautootje in de woon­kamer. Ze scharrelt gezellig rond en gooit haar gezichtje af en toe diep in haar vaders nek. “Niet roken is niet het probleem, dat kan elke dag, dat kan ook nu. Maar om het vol te houden forever, dat is zo moeilijk.”

Ronnie Flex werd het afgelopen jaar gevolgd voor De vlucht van Ronnie, het vervolg op een eerdere documentaire over hem (zie kader onderaan). Filmmaker Sacha Vermeulen maakte een intiem portret. We zien de rapper de ene na de andere dampende joint opsteken, en met een grauw gezicht en donkere wallen vertellen dat hij de wiet toch echt, echt wil opgeven.

Intussen moet hij zijn rol als nieuwbakken vader uitvogelen – eind 2018 kreeg hij Nori met Wafae Kefi, beter bekend als DJ Wef, met wie hij geen relatie heeft. En dan is er ook nog de druk om weer een hitalbum af te leveren na het succes van de plaat Rémi. De documentaire is geen lichte kost. “Ik vond ‘m ook heavy, man. Ik wil ‘m niet meer zien. Je ziet me gewoon de hele tijd slecht gaan, een jaar lang.”

Grinnikend: “Meer valt er eigenlijk niet van te maken.”

Hoe was het om weer gevolgd te worden?

“De eerste keer was het al best comfortabel, dit keer heb ik er eerlijk gezegd niet veel van meegekregen. Ik vind het in het moment ook niet erg om me kwetsbaar op te stellen.” Lachend: “Nu denk ik wel: kut man, wat heb ik gedaan?”

“Ik vind het fucked up, vooral hoe ik eruit zie. Ik geef geen fok om wat mensen denken, maar ik vind het vervelend dat de minderjarige kids die mij op een voetstuk hebben gezet, gaan zien dat ik superslecht ga.”

En dat een van de succesvolste rappers van het land superveel blowt.

“Ja… maar ik vind het ook wel leerzaam voor ze. Ze zien dit nu van mij, maar er zijn meer mensen die kampen met zulke problemen. En wat ik wel positief vind, is de progressie. Er zijn momenten dat ik kan zien: hier ben ik gestopt met wiet, ging ik sporten, en ben ik in twee weken tijd onwijs afgevallen. Dat vind ik wel motiverend.”

Na een trek van een sigaret: “Het zijn gewoon twee levens, die ik leid. Op het moment ben ik vooral bezig met mijn muziek, met mijn nieuwe album.”

Ronnie Flex in De vlucht van Ronnie.Beeld VPRO

Gaan die levens niet samen?

“Nee… nee. Elke dag sporten, vroeg slapen en goed eten: het is niet per se níet te mixen met mijn artiestencarrière, maar het punt waarop ik nu zit, nachten doorgaan in de studio, dan werkt het niet. Het is niet dat ik het gevoel heb dat ik zonder wiet geen muziek kan maken, maar het is gewoon een feit dat je heel lang op een stoel kan blijven zitten als je blowt.”

Maar ben je dan nog productief?

“Dan gebeurt het, dan gebeurt het! Wiet helpt me om te focussen, vooral als ik alleen ben. Als er niks om me heen is en niemand tegen me praat, zit ik zo negen, tien, twaalf uur in de studio, zonder te eten of te drinken. Ik weet dat het niet goed voor me is…”

Ontstaat er wel goede muziek onder invloed?

“Elke hit die ik ooit heb geschreven, heb ik stoned gemaakt. Tijdens Rémi was ik the highest of high.”

Manager Breghje Kommers, voegt vanuit zijn woonkamer toe: “Ro, je hebt drie nummers nuchter gemaakt. Blijf bij mij, 4/5 en Fan.”

Ronnie Flex: “Nee joh, tijdens Blijf bij mij was ik niet nuchter, ik was panja (dronken, red.) en stoned.”

Houdt je manager dat bij?

Lachend: “Nee, dat zijn gewoon de liedjes die ik in rehab heb gemaakt.”

Wiet maakt je paranoïde en zenuwachtig. En toch kan je het niet als iets ‘fucked ups’ zien, zeg je in de documentaire.

“Dat is wel gek, ja. De reden dat ik dat zeg is omdat elk lichaam anders reageert op zulke dingen. Kijk, ik heb ook een foto van Bob Marley aan m’n muur; hij kon die pressure wel aan. En mensen met adhd worden er rustig van. Maar voor mij is het eigenlijk wel fucked up, voor het overgrote deel van mijn leven. Ik heb best een goed geheugen van mezelf, en dat wordt minder door wiet; dat vind ik wel zonde.”

“Maar…” Lange stilte, nog een hijs van een sigaret. “Ik ga het gewoon fixen. Als m’n album uit is, ga ik de draad weer oppakken, vroeg slapen en stoppen met smoken. Ik heb al laten zien dat ik het kan: mijn eerste album heb ik gemaakt van mijn vijftiende tot mijn negentiende, en ik begon pas met wiet roken op mijn achttiende.”

Rémi werd ongelooflijk goed ontvangen. Levert dat stress op?

“Niet arrogant bedoeld, maar hoe het ontvangen is, daar kijk ik niet zo naar. En er waren albums dat jaar die veel meer streams hadden. Maar als ik Rémi terugluister, al zeg ik het zelf: ik vind het gewoon kapot hard.”

Ronnie Flex lacht. “Ik vind het vooral moeilijk om dat te overstijgen, om iets nieuws te maken dat in de buurt komt. Rémi is een album waar ik van de eerste tot en met de laatste track zelf naar zou luisteren. Met diepgang, een beetje roots, een beetje soul: alles zit erin. Op Lowlands staan of prijzen winnen, dat boeit me allemaal niet zo. Om één hard, succesvol album te maken, dat was de droom.”

“Er zit een dunne line tussen perfectionisme en onzekerheid, denk ik. Ik werk echt heel lang aan mijn muziek, soms langer dan goed is voor mezelf. Maar ik vind ook wel dat je dat terughoort, er zitten veel koortjes in, de beats zijn uitgewerkt. Dat is ook een zwak punt van mij; beslissen wanneer een liedje af is.”

Ronnie Flex.Beeld VPRO

De lancering van het nieuwe album is op het laatste moment uitgesteld.

“Ik was niet helemaal tevreden. Ik heb ongeveer 25 nummers af, maar moet nog een verhaal maken; ik hou er niet van als een album klinkt als een playlist met tien hits achter elkaar. Ik wil dat er dynamiek in zit, met af en toe een kwetsbaar liedje, soms een die wat meer rough is. Ik heb lang geen muziek uitgebracht, en ik vond het ook leuk om tussendoor wat liedjes met anderen uit te brengen, dat deed ik lang niet. Misschien ben ik te lang een kluizenaar geweest.”

Hoe lang was je een kluizenaar?

“Vanaf Rémi tot nu, en misschien voor Rémi ook wel. Mensen willen wereldreizen maken en alles zien, maar ik vind m’n kleine leven hier in Nederland gewoon prima. En ik vind het ook wel lekker om alleen te zijn. Als ik in een bepaalde mood zit, dan kan ik hier zomaar twee dagen achter elkaar playstationen met de gordijnen dicht.”

In de film zeg je ook dat het lekker lui gamen met vieze pizzadozen om je heen voorbij is met een kind.

“Ik weet het in te calculeren. Nori is hier twee, drie keer per week, soms vaker. Ze komt elke zondag, dus heb ik vrijdag mijn dagje dat ik effe lekker gek kan doen, zaterdag een beetje cleanen… dan kan ik het toch nog een beetje combineren. Ik begin steeds meer dingetjes te begrijpen. Als ik haar neerleg bijvoorbeeld, en ze gaat huilen; vroeger pakte ik haar gelijk. Nu weet ik: ik moet haar even met rust laten, dan gaat ze slapen.”

Ronnie Flex met zijn dochter Nori.Beeld VPRO

Heeft haar komst je leven veranderd?

“Heel erg. Ik kijk sowieso heel anders naar het leven in het algemeen: vooral qua werk, en hoeveel bloed, zweet en tranen ik daarin steek. Nu is mijn dochter mijn eerste prioriteit, de rest komt een plekje lager. Maar ik vind het zo nice. Ik had gisteren een studioafspraak, en toen vroeg mijn baby momma of ik kon oppassen. Ik maak altijd een heel plaatje wat ik die dag ga doen; vroeger moest ik er niet aan denken om dat om te gooien. Nu boeit het me niet. Fuck it, breng haar maar, geen probleem.”

Wilde je al lang kinderen?

“Eigenlijk al mijn hele leven. Ik zie het wel vaker om me heen, dat als je een stugge band hebt met je vader, dat een kind een nog grotere blessing kan zijn, omdat je… ik wil het goed formuleren, want het is geen payback. Maar het voelt goed dat er iemand is die onvoorwaardelijk van je houdt. Dat je weet: op deze persoon kan ik forever rekenen.”

Je vader vertrok op je dertiende naar de ­Verenigde Staten. Daarna is het contact verwaterd, mede vanwege financiële problemen. Kijk je anders naar jullie band nu je zelf een kind hebt?

“Ik kan het eigenlijk beter relativeren. Er zijn absoluut geen negatieve gedachtes bijgekomen sinds zij is geboren, eerder andersom.”

Je denkt niet: wie laat in godsnaam z’n kind achter?

“Dat is wel weer zo. Dat gevoel heb ik wel. Maar ik weet ook uit mijn omgeving dat als je niet alle middelen hebt om voor je kind te zorgen, en niet samen bent met de moeder, het allemaal hectisch kan lopen. Dat heeft eigenlijk niet per se met Nori te maken, ik denk dat ik het afgelopen jaar toch wat volwassener ben geworden. Ik vind het moeilijk om onder woorden te brengen. Het voelt niet alsof mijn vader me iets heeft aangedaan, en dus ook niet dat ik hem moet vergeven. Ik probeer nu gewoon onze band te fiksen en er het beste van te maken.”

In de film worstel je met de vraag of je hem naar Nederland moet halen.

“Dat heb ik gedaan, voor Nori’s verjaardagsfeestje. Dat was kapot leuk.”

En bijzonder?

“Ik weet het niet... Ik heb niet gehuild, geen emotionele gesprekken gevoerd, niets in die richting. Ik denk dat de tijd daar nog niet juist voor is. Ik vond het gewoon kapot lauw dat hij er was. Dat is eigenlijk alles wat ik ervan vond.”

Wat voor vader wil je voor je dochter zijn?

“Ik ben down voor alles, echt volwassen ben ik niet en ga ik ook nooit worden.” Lachend: “Ik zag filmpjes op internet van vaders die van die Frozen-jurken voor hun dochters aantrekken. Als Nori dat zou willen, trek ik zo’n jurk aan. Het gaat zo goed met haar; ze loopt al, is altijd vrolijk, en lacht de hele tijd. Dat is eigenlijk het enige wat ik moet regelen, toch?”

3Doc: De vlucht van Ronnie (VPRO) is zaterdag om 22.05 uur te zien op NPO 3, en nu al online op npo3.nl.

Ronnie Flex & Deuxperience treden 15 mei met een nieuwe show op in Afas Live.

Tweede documentaire over Ronnie Flex

Sacha Vermeulen (46) maakte in 2017 al een documentaire over de rapper voor de VPRO: Ronnie Flex: Alleen met iedereen. Vermeulen filmde Ronnie Flex terwijl hij werkte aan zijn succesalbum Rémi en optredens deed in clubs door het hele land, maar legde ook de intieme momenten vast waarin hij knetterstoned met zijn jeugdvrienden aan het chillen was, of in zijn eentje aan het gamen.

“Eigenlijk direct nadat die film af was, had ik het gevoel dat er nog meer over Ronnie te vertellen was,” zegt Vermeulen. “En 2019 zou zo’n belangrijk jaar worden, alleen al omdat hij dat jaar vader zou worden, dat ik hem graag opnieuw een jaar wilde volgen. Ronnie ging vrij snel akkoord – hoewel ik wel eisen had; ik wilde er bijvoorbeeld bij zijn in de afkickkliniek. Maar hij is niet bang om z’n lelijke kanten te laten zien.”

Zijn wietverslaving speelde in de eerste film al een rol; ook in De vlucht van Ronnie heeft die een fors aandeel gekregen. Toch heeft Vermeulen de rapper in 2019 behoorlijk zien veranderen. “Van de vieze pizzadozen met uitgedrukte sigarettenpeuken, tot een… iets opgeruimder huis, en in ieder geval de wens een betere versie van zichzelf te worden. Hij blijft han­gen in dingen, en dat snap ik ook: die jongens zijn allemaal tien jaar geleden begonnen met urenlang muziek maken, blowen en gekkigheid: dat loslaten is een moeilijk proces. En het wordt routine. Je steekt er eentje ’s avonds op, en dan zit je als je wakker wordt ook ineens te smoken. Maar ’s ochtends wordt dan wel de baby gebracht.”

De vlucht van Ronnie gaat dan ook grotendeels over die tweestrijd; de lastige combinatie van het leven als hiphopartiest en jonge vader. “En ik wilde dit keer nog meer van zijn privéleven laten zien. Hij is dan wel de man die de Popprijs wint en Lowlands kapot speelt, maar dit zit er thuis.”

Biografie Ronnie Flex

Ronell Langston Plasschaert (Rotterdam, 16 april 1992) groeide op in een muzikaal nest. Zijn moeder speelt piano en zingt, zijn vader, die vertrok naar de ­VS toen Plasschaerts dertien was, is muziekproducer. Op de middelbare school begon hij met het schrijven van teksten en maakte hij zijn eerste beats. Daarna studeerde hij een tijdje aan de Rotterdamse Popacademie.

In 2013 had Plasschaert zijn eerste hitje: Zusje, dat later verscheen op zijn debuutalbum De nacht is nog jong, net als wij voor altijd. Zijn doorbraak kwam met Drank & Drugs, de gigantische zomerhit van 2015, die hij samen met Lil’ Kleine maakte. Dat jaar kwam ook New Wave uit, van het gelijknamige hiphopcollectief dat platenlabel Top Notch samenstelde.

In 2017 lanceerde Ronnie Flex plotseling Rémi, zijn plaat die lovend werd ontvangen. “Refreintjes zijn aanstekelijk, de koortjes zingen op het juiste moment. Bijna ieder nummer is hitgevoelig,” schreef de recensent van Het Parool. De jury van de Edisons – hij sleepte er twee in de wacht– noemde Rémi een ‘modern meesterwerk’.

De afgelopen tweeënhalf jaar heeft Ronnie Flex met liveband Deuxperience vooral op­getreden op festivals en in een uitverkochte Afas Live. Begin vorig jaar won hij de Popprijs 2018. De jury: “Hij staat tekstueel op eenzame hoogte en durft zich ook nog eens kwetsbaar op te stellen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden