PlusAchtergrond

Ronald Ophuis schildert tegen het vergeten

Wat mensen elkaar vandaag de dag aandoen moet verbeeld en verteld worden, vindt schilder Ronald Ophuis. Hij schuwt de gruwelijkheden niet, ook al komt hem dat op heftige verwijten te staan.

Beeld Jakob Van Vliet

Aanvankelijk scheen de zon. Als je goed kijkt, zie je de vage contouren nog door de olieverf schemeren. Ronald Ophuis: “Hij was vrij groot en werd steeds intenser naar de rode wolken toe. Toen die figuren er nog niet op stonden, was het heel mooi, die opkomende zon. Maar later werd de kleurcompositie irritant. Die gele vlek spoorde niet met de rest van het schilderij.”

Zijn plan was om een schilderij te maken met drie vrouwen die een huis verlaten, in de heuvels bij Srebrenica. “Het is in de nadagen van de oorlog, drie vrouwen van wie de mannen zijn vermoord. Ze moesten een samenleving opbouwen, een boerenbedrijf zonder mannen.”

Ronald Ophuis (1968) ging in de zomer van 2003 naar Bosnië, acht jaar na de val van de enclave Srebrenica. Hij maakte er foto’s die destijds het startpunt waren voor een aantal schilderijen. De indrukken bleven door zijn hoofd spoken en een jaar geleden besloot hij om opnieuw een groot schilderij over de vrouwen van Srebrenica op te zetten. Het is ruim vijf meter breed en bijna drieënhalf meter hoog.

Samenkomst

“De meest rechtse figuur is duidelijk gestrest en ze staat verstijfd. De middelste kijkt enigszins bemoedigend naar haar en de linker vrouw ondersteunt de middelste, ze legt een hand op haar schouder. Het moest er niet zo dik bovenop liggen, maar het is op een bepaalde manier wel een soort samenkomst van drie heilige vrouwen, zoals je in renaissanceschilderijen ziet.”

Drie, vijf of twee, dat zijn volgens Ophuis ook goede aantallen voor figuren in een landschap. Dat heeft een goed ritme en dan is er ook nog ruimte voor het landschap zelf. “Dat landschap, dat is waar de mannen voor stierven. De Serviërs zeiden: dit is niet jullie landschap, jullie horen het niet.”

Beeld Upstream Gallery

Het schilderij speelt zich af in 2005, had Ophuis bedacht. Dus verzamelde hij kleren uit die tijd, die ook in het schilderij verwerkt zijn. Hij huurde actrices in om model te staan, iets wat hij voor al zijn figuurstukken doet.

De zon verdween dus van het doek en er kwam sneeuw in het schilderij. Ophuis wilde al langer sneeuw schilderen. Uit bewondering voor Giovanni Segantini, de negentiende-eeuwse schilder van pastorale alpenlandschapjes. “Die vind ik echt fenomenaal. Het zijn lieflijke schilderijen maar bij hem wordt het geen kitsch. Ik ben regelmatig in de Alpen. In berghutten en hotels hangen altijd landschappen. Maar die hebben bij lange na niet de kwaliteit van wat hij doet.”

Toch kon hij voor dit schilderij niet veel met de manier waarop Segantini had geschilderd. Er zat weinig variëteit in de sneeuw en daardoor werd het saai. “Ik heb nog even naar de sneeuwschilderijen van Breughel gekeken, maar kwam toch uit bij Breitner, vooral de manier waarop hij modderige sneeuw schilderde. Bij hem zijn het van die vegen. Ook de kleur, dat oker, heb ik van hem overgenomen. Hoewel Breitner veel virtuozer is. Dat heeft ook met het formaat te maken. Hij kon met behoorlijke power een horizontale streep zetten, maar dat is fysiek onmogelijk als het doek zo enorm breed is.”

Ophuis moest zijn sneeuw in vele lagen opzetten. Hij was er een klein jaar mee bezig. Er hangen nog twee grote schilderijen bij galerie Upstream, naast een reeks kleinere werken met bloemen, schedels en portretten van bekende schrijvers als Varlam Sjalamov. Deze Russische dissident schreef Berichten uit Kolyma, een verslag van zijn verblijf in de werkkampen van de Goelag. “Hij dacht tijdens de treinreis terug naar huis dat hij het zou vergeten, daarom heeft hij alles opgeschreven.”

Geweld en leed

Iets vastleggen opdat we niet vergeten. Dat lijkt ook een motivatie voor Ophuis, die als ‘chroniqueur van gruwelijkheden’ vaak historische onderwerpen vol geweld en leed aansnijdt. Het leven in concentratiekampen, miskramen, moorden en verkrachtingen. Zijn werk werd verwijderd uit tentoonstellingen, hem werd sensatiezucht verweten.

“Soms zeiden mensen dat ik mij als niet-jood niet mag verhouden tot de Tweede Wereldoorlog. Zo’n gesprek wordt vrij zinloos, want ik kan niet tegen zo’n argument op. Behalve dat ik het vanzelfsprekend vind dat je verhalen doorvertelt. Dat is eigen aan de mens.”

“Ik vind het ook jammer dat het dan nog steeds niet gaat over wat we zien. Als je degene die het gemaakt heeft niet vertrouwt, hoef je je ook niet verhouden tot het beeld. Ik snap de impuls wel als mensen woedend worden, maar ik vind het vrij gemakzuchtig. Uiteindelijk gaat het toch om het beeld dat beoordeeld moet worden, niet de maker.”

Bij Upstream concentreert hij zich nu op trauma’s. Naast de val van Srebrenica verbeeldt Ophuis slachtoffers van de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog en een Egyptische gevangenis.

Ophuis maakt zijn schilderijen inderdaad tegen het vergeten. “Al zijn er meerdere motieven. Frustratie, kwaadheid, inlevingsvermogen. Soms wil je iets meer voelen door het te schilderen, door het emotioneel te maken. Ik ben geïnteresseerd, gefascineerd en ik lees me in. Dan komen de ideeën in me op. Maar ik wil niet moraliseren.”

In het schilderij Gevangenis, Egypte 2015 wordt een politieke gevangene vastgebonden in een cel waar geen ruimte is om te staan. “Hij wordt bijna liefdevol vastgebonden door zijn gevangenisbewaarder. Het lijkt of die bijna zijn excuses aanbiedt, zich verontschuldigt voor zijn positie.”

Beeld Upstream Gallery

Het inzicht wat hij wilde doen als kunstenaar brak door toen hij rond 1990 als student op de Rietveld Academie tijdens een bezoek aan het Louvre in Parijs oog in oog stond met Het vlot van de Medusa (1818-19) van Théodore Géricault. Het schilderij maakte een verpletterende indruk. Géricault deed verslag van een recente scheepsramp waarbij een deel van de opvarenden op een vlot terecht kwam, wat leidde tot honger, moord en kannibalisme.

Géricault ging voor hij het schilderde als een moderne onderzoeker te werk. Hij sprak met overlevenden, bestudeerde dode huid in een lijkenhuis, huurde modellen in en maakte een kopie van het vlot. “Toen ik dat schilderij zag, wist ik: dat is wat ik wil.”

Na de academie stroomde de actualiteit zijn werk binnen. “Tijdens de academie was het genoeg om naakte figuren te schilderen, maar daarna wilde ik meer contact maken met de maatschappij. De oorlog in voormalig Joegoslavië brak uit en toen dacht ik: het is veel spannender en je hebt meer binding met de maatschappij als de figuren een spijkerbroek aanhebben en een kalasjnikov vasthouden.”

Voorjaarsbloemen

Dat lukte, al was dat contact niet altijd even hartelijk. Vooral Ophuis’ schilderijen over het leven in de nazi-concentratiekampen waren zeer confronterend. Hij liet slachtoffers van de Holocaust ook dader zijn van gruwelijkheden.

Zijn recente schilderijen zijn wat milder en gaan vooral over de traumatische gevolgen van gruwelijke gebeurtenissen. Zo schilderde hij schedels van mannen die tijdens de oorlogen in Irak zijn gedood. Op een ander doek zijn drie kampgevangenen uit de Tweede Wereldoorlog afgebeeld. “Dit speelt zich af nadat ze bevrijd zijn. Primo Levi heeft in zijn boek Het respijt beschreven dat hij door de Russen bevrijd wordt en met een aantal andere gevangenen via Oost-Europa terugkeert naar Turijn. Hij kreeg nieuwe kleren, maar heeft zijn kampkleren altijd bewaard.”

“Levi beschrijft dat af en toe theatervoorstellingen werden georganiseerd waar gezongen en gedanst werd en waar mensen gedichten voordroegen. Daar wilde ik iets mee doen. De vrouw probeert op te klimmen uit het trauma. Ze heeft bloemen in haar handen, voorjaarsbloemen, als symbool voor een nieuw begin. Toch staat ze heel wankel op die trap en kijkt enigszins verstijft. Ze weet niet hoe de toekomst eruit gaat zien. De twee mannen zijn ook nog niet in staat om iemand te vertrouwen.”

Should All Wounds Be Healed? Upstream Gallery, Kloveniersburgwal 95, t/m 17/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden