PlusInterview

Ronald Giphart: ‘Was er een misstand, dan kwam Superwijnie’

In Wie waarlijk leeft portretteert Ronald Giphart zijn moeder Wijnie Jabaaij. Ze was gemeenteraadslid en Tweede Kamerlid voor de PvdA – en altijd strijdbaar.

Ronald Giphart.Beeld Daniel Cohen

Voor de literaire buitenwereld was hij een losbol, een zuiplap en een seksmaniak, schrijft Ronald Giphart (54) in Wie waarlijk leeft. Maar in de jaren na zijn debuut Ik ook van jou in 1992 was hij naast zijn werk als nachtportier in een ziekenhuis vooral mantelzorger. Zijn moeder Wijnie Jabaaij had in 1989 wegens de ziekte MS haar werk als parlementariër moeten neerleggen. Ze overleed 25 jaar geleden.

In zijn in 2000 verschenen roman Ik omhels je met duizend armen schreef Giphart al over haar ­euthanasie. Nu is er het kleine portret dat hij schreef voor De Bezige Bij, van de eigenzinnige vrouw voor wie de Dordtse buitenwijk waar ze met haar gezin woonde als een keurslijf voelde. Een vrouw wier bestaan ‘voor een vermoeiend groot deel bestond uit discussiëren, demonstreren, vragen stellen en poten zagen’.

Voor Wijnie Jabaaij bestond de wereld uit discussiëren en strijd voeren.Beeld Privéarchief

“Heel vermoeiend, ja,” zegt Giphart. “Ik wil niet zeggen dat het een jeugdtrauma is, maar ze was altijd strijdbaar. Als ze nog geleefd zou hebben, had ze zich strompelend bij #MeToo aangesloten en was ze op de Dam geweest voor Black Lives Matter. Het was altijd hetzelfde: was er een misstand, was er radeloosheid, dan kwam mijn moeder in haar zwarte kleren als een ­Superwijnie aangezet om het probleem op te lossen.”

Lachbui Den Uyl

Het begon met acties voor een crèche in Dordrecht en bredere stoepen, zodat schoolkinderen veilig naar het zwembad konden lopen. In de Tweede kamer was Jabaaij woordvoerder overzeese gebiedsdelen en betrokken bij de Arubaanse onafhankelijkheid. Toen ze zich kandidaat stelde voor de Tweede Kamer kreeg ze de vraag hoe ze het met haar kinderen ging doen. Haar antwoord ontlokte hilariteit en een lachbui bij Joop den Uyl. “Ik doe het niet met mijn kinderen,” zei ze. “Ik heb het al gedaan en daarom heb ik twee kinderen.”

Van zijn zus Karin kreeg Giphart een oud KLM-koffertje met krantenknipsels, foto’s, brieven en paperassen. “Ik heb ook veel in archieven gespit, maar dat koffertje was wel een goed startpunt. Er zaten de speeches in die bij haar uitvaart waren gehouden, maar ook een door haarzelf geschreven verhaal over haar eerste zwangerschap, dat Giphart in Wie waarlijk leeft citeert.

‘De tijd van een zwangerschap is met geen pen te beschrijven, alles glanst en lacht je tegemoet,’ schrijft ze. ‘Geen angst voor mij, ik was zeker, te zeker van een mollige baby van acht pond met een overmatig lief koppetje en tien roze kriebelteentjes.’ Haar zoon Mark werd dood geboren.

Giphart: “Zo aandoenlijk en aangrijpend. Ik kende het verhaal natuurlijk en had er in een privé-domeindeel over geschreven. Maar dit was zoveel beter dan ik het had gedaan. Mijn opa Marius Giphart was schrijver, mijn vader had ook aspiraties. Ik heb altijd te horen gekregen dat ik het talent van mijn opa had. Maar toen ik dit las, dacht ik: mijn moeder is de echte bron geweest.”

Feministische idealen

Na de scheiding van zijn ouders kwam Giphart bij zijn vader te wonen en zijn zus bij hun moeder. Uit gesprekken met haar weet Giphart dat ze daarvan spijt heeft gehad. “Ze had het liefst ons allebei gehouden. Maar mijn vader sloeg haar met haar feministische idealen om de oren. Ik ben feminist, zei hij, ik kan ook een kind opvoeden. Co-ouderschap, dat bestond in die tijd nog niet. Ik heb er nooit problemen mee gehad, maar mijn zus wel.”

Hij beschrijft in Wie waarlijk leeft hoe hard zijn moeder heeft gewerkt en hoeveel strijd ze heeft geleverd. Met lede ogen constateert hij dat al haar stokpaardjes van toen nog steeds actueel zijn. Vluchtelingen, milieu, extreemrechts, vrouwenrechten, misbruik, discriminatie.

“De opwarming van de aarde, daar maakte ze zich toen al druk om. Ze is nu 25 jaar dood. Waarom moest het zolang duren voor het debat breder werd? Vorige week werden de regeringsgebouwen in Curaçao bestormd door betogers, 50 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Daar zou ze zich verschrikkelijk boos om hebben gemaakt.”

Ronald Giphart, Wie waarlijk leeft, De Bezige Bij, €14,99, 96 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden