PlusInterview

Roman over nazistische familiegeschiedenis: ‘Ik zocht tegenstemmen voor het zwijgen’

Rashid Novaire  Beeld Ruud Pos
Rashid NovaireBeeld Ruud Pos

Rashid Novaire baseerde zijn nieuwe roman De vooravond op de verzwegen nazistische familiegeschiedenis van zijn Pools-Duitse oma. ‘Voor een schrijver gouden materiaal, maar als kleinzoon voel ik vervreemding.’ 

 Hij had een goede band met zijn Pools-Duitse grootmoeder, ging één keer in de twee weken naar haar toe om haar verhalen voor te lezen van Godfried Bomans. Wat ze hem had verteld: dat haar moeder in de jaren dertig in Duitsland onderscheiden was met het Moederkruis, voor het baren van tien zoons en vier dochters.

Wat ze hem niet had verteld: dat zij een zus had gehad, Trude, die net als zij in die tijd Hausmädchen was geweest in ‘het heerlijke Holland’ en niet afkerig was van de nazi’s. Dat sommige van haar broers in posities van aanzien hadden gestaan tijdens het naziregime. Dat een van haar broers had gediend in het vreemdelingenlegioen in Marokko, nota bene het land waar zijn vader vandaan komt.

Schrijver Rashid Novaire (Amsterdam, 1979): “Ze was trots op haar moeder bij de uitreiking van dat Moederkruis omdat die, als enige vrouw in bloemetjesjurk, lichtheid uitstraalde tussen al die stijfheid en grimmigheid. Ik was een puber, ik vroeg niet door. Pas toen ik voor mijn roman Afkomst onderzoek ging doen, kwam ik achter deze kant van mijn familiegeschiedenis.”

Zijn oma’s stilzwijgen is extra wrang omdat hij al op jonge leeftijd bezig was met de oorlog. In zijn laatste jaar op het Geert Groote College werd hem door zijn docent kunstgeschiedenis gevraagd twee gedichten te schrijven waarmee in de oorlog vermoorde Joodse leerlingen van de school werden (en worden) herdacht.

“Maar ze vertelde ook niet dat hun buurman in de Tweede Helmersstraat, de beroemde Joodse violist Paul Godwin, mijn opa en oma had gevraagd zijn Stradivarius in bewaring te nemen. Hij bood die aan over de rand van het balkon, maar ze hebben dat geweigerd. Voor een schrijver is dat materiaal om te onderzoeken, maar als kleinzoon voel ik vervreemding. Ik wilde schrijven vanuit liefde, maar het is zwaar om te bedenken dat ze er niet een paar woorden van zelfkritiek aan heeft besteed.”

Heeft u familieleden in Duitsland gezocht en benaderd? En hoe reageerden die?

“Ik wist dat in Duitsland verre ooms en tantes woonden. En ik zocht tegenstemmen voor het zwijgen. Maar ik kreeg te horen: ‘Bist du das Kind einer Schwarze? Dat moeten we niet’. Op dat level van racisme was ik in Nederland niet gestuit. Later ben ik wel door anderen met open armen en vol schaamte ontvangen.”

Wat deed dat met u, het besef dat dit ook uw achtergrond is?

“Ik ben heel erg geschrokken. Een van mijn oma’s broers werkte in een concentratiekamp, er werd opgeschept over het vrijlaten van Joodse gevangenen die vervolgens in de rug werden geschoten. Het was een confrontatie met het kwaad dat zich in mijn familie had genesteld. Maar ik wilde die confrontatie aangaan, ik heb op de deur geklopt. Ik wilde weten hoe het was in de vormende jaren van mijn oma; hoe ze is weggegaan uit dat gezin, hoe ze zich verhield tot dat ontwikkelende nazisme aan de andere kant van de grens.”

U ontdekte ook dat de verloofde van haar zus, de Nederlandse Johannes Sondervan, was ­veroordeeld wegens medeplichtigheid aan abortus.

“Ja, dat was ook een schokkende ontdekking, dat die praktijk aan de gang was vanuit de sigarenwinkel van Johannes. Een oudoom zei: daar moeten die meisjes van hebben geweten. Ik vond het ook zwaar voor mijn oma, dat ze zoveel geheimen moest dragen.”

“En ik hoorde in Duitsland van een lievelingsbroer van mijn oma, die in Marokko had gediend. Dan komt het voor mij wel heel dichtbij. Het was de tijd van de Rifoorlog en de gifgasaanvallen op de Berbers. Ik kon daar door zijn ogen iets over vertellen, al weet ik niet wat hij precies heeft gedaan; bruggen gebouwd, wegen aangelegd, gevochten... Als schrijver kon ik hem ineens op dat perron in Utrecht laten staan, waar hij haar komt bezoeken en zij achter zijn homoseksualiteit komt. Want ik had gehoord dat dat speelde bij een van de broers.”

Waarom hebt u gekozen voor een roman? Het is ook een verhaal dat zich leent voor ­ non-fictie.

“Ik ben een romanschrijver, ik heb de kunstgreep van verbeelding nodig om mijn verlangen naar de waarheid over die periode te onderzoeken.”

Bent u daar met dit boek voor uw gevoel dichtbij gekomen?

“Ik heb een roman geschreven waarvan ik hoop dat mensen zich kunnen inleven in hoe, in die ene week waarin het verhaal speelt, de harten van deze broer en zus voor elkaar opengingen, maar zij elkaar toch verraden omdat hun angst voor het systeem groter is. Ik geloof dat er binnen mijn roman een verhaal is ontstaan over mogelijkheden, en dat de personages niet kiezen voor de mogelijkheid die ik moreel wenselijk zou achten. Maar dat er wel liefde is geweest.”

Wat vindt uw moeder van dit verhaal over haar familie?

“Mijn moeder heeft mij naar mijn Marokkaanse familie gebracht toen mijn vader dat door omstandigheden niet kon. Ik heb haar naar haar Duitse familie gebracht door middel van de literatuur. Ze was er eerst heel zenuwachtig over, maar ze vind dat ik het verhaal goed heb gesublimeerd. Ze wist niet hoe actief haar familie was geweest binnen het naziregime. Haar moeder masseerde wel altijd haar neus, dat wist ze nog, zodat ze geen ‘Joods uiterlijk’ zou krijgen.”

In het boek zit ook de zweem van een suggestie dat deze uit Polen afkomstige familie een Joodse achtergrond heeft.

“Ja, daar heb ik wel over nagedacht. Etnisch gezien waren het Poolse mensen, mijn overgrootvader was op een paard de grens overgestoken naar het Roergebied. Ze zagen er niet arisch uit. Ik denk dat dat wel een drive geweest is in het omarmen van het nazisme. Een oudoom vertelde dat ze er nadrukkelijk ’trots op waren Duitser te zijn’.”

De vooravond is verschenen bij uitgeverij Ambo Anthos; €22,99, 269 blz.

Rashid Novaire - De vooravond Beeld
Rashid Novaire - De vooravond
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden