PlusInterview

Rockband Vandenberg maakt comeback: ‘Miste het zigeunerleven’

Met een verse bezetting en een nieuw album maakt rockband Vandenberg na 33 jaar zijn comeback. Constante factor is de 66-jarige naamgever Ad op gitaar. ‘We knallen weer als de tering.’

Vandenberg (vlnr): Ad van den Berg, Koen Herfst, Ronnie Romero en Randy van der Elsen.Beeld Karina Wells

Zeker, hij heeft er even over gedacht de comeback uit te stellen. De vraag: moesten de sinds 1987 zwijgende gitaren van rockband Vandenberg uitgerekend opnieuw worden aangeslagen tijdens een pandemie waarin livepodia droogstaan? “Onze eerste reflex was: uitstellen die hap,” bast Ad van den Berg door de telefoonlijn vanuit woonplaats Enschede.

Maar uiteindelijk is een oerkracht als die van het ronkende gitaargeweld van Vandenberg natuurlijk niet te kooien. “We dachten: ‘Laten we vooral nou niet doen wat alle anderen ook doen.’ Straks in het najaar komt iedereen met z’n opgeschoven albums. Wij hebben onze plaat klaar, zijn er trots op en gooien hem gewoon de wereld in.”

Van den Berg is er het type niet naar lijdzaam te wachten op wat komt. “Misschien is het voor ons een geluk bij een ongeluk. Nu niemand naar buiten durft met zijn nieuwe muziek, willen ­bijna alle rockbladen verhalen met ons. Ik zit vrijwel dagelijks aan de telefoon voor interviews met Hongarije, Duitsland of Engeland.”

Burning heart

Het is in de wereld van de splijtende gitaarsolo dan ook geen geringe gebeurtenis: de heroprichting van Vandenberg met de naamgever als vanouds in positie voor de ene gierende solo na de andere. Naast hem een geheel nieuwe bezetting. Op zang geen Bert Heerink, maar de Chileen Ronnie Romero, die eerder de stem was van rockmastodont Ritchie Blackmore’s Rainbow.

Wel terug op het repertoire én op het vrijdag te verschijnen album 2020: de klassieker Burning Heart, in een knisperverse versie. Op die hit sloeg Vandenberg in 1982 de pijlers van zijn kortstondige internationale succes. Het waren de dagen waarin je zonder haar tot net boven de broekriem geen vermelding ‘gitarist’ in je paspoort kreeg. De hairmetal kwam op, stadionrock werd de internationale voertaal in de muziek.

De videoclip van Burning Heart – Van den Berg gehuld in panterlegging, de lange manen bijna verstrikt in de snaren van zijn Gibson – bleek een onbedoelde sollicitatie bij de eighties-grootheden van Whitesnake. Frontman David Coverdale rekruteerde Van den Berg als gitarist. Samen scoorden ze in 1987 de wereldhit Here I Go Again.

Steeds heavier

Dat Hollywoodavontuur duurde voor Van den Berg tot begin jaren negentig. Toen de band tijdelijk werd opgeheven, legde hij zich toe op zijn schilderijen, werd vader van een dochter (‘Ik wilde geen vader zijn die af en toe eens langs­kwam, omdat hij verder alleen maar aan het optreden was.’) en richtte uiteindelijk de groep Vandenberg’s Moonkings op. Die formatie, met Jan Hoving als zanger, speelde de afgelopen jaren voornamelijk bluesrock.

“Maar ik merkte dat ik bij het schrijven als vanzelf steeds heavier klonk. Ook begon ik het zigeunerleven van het toeren met een band te missen. Jan heeft een boerenbedrijf, kan niet langer dan een dag of drie van huis. Het begon te wringen. Moest ik dan een nieuwe zanger zoeken en de muzikale koers verleggen?”

Het antwoord bleek ‘nee’. De Moonkings staan, zoals Van den Berg het formuleert, ‘even op ijs’. “In eerste instantie voelde het terughalen van Vandenberg iets te nostalgisch aan. Dat gevoel van oude glorie herkauwen wilde ik dus absoluut niet uitstralen. Veel van de groepen uit die tijd die uit de dood herrijzen, missen toch het echte vuur. Ik wilde juist een band met een hedendaagse attitude, die een brug slaat tussen het hardere werk uit de jaren tachtig en dat van nu.”

Of dat is gelukt? “Hoe vaker ik luister naar onze plaat hoe meer ik denk: ‘Het knalt als de tering, maar je hoort wel onze roots.’ In die zin is mijn ambitie nog hetzelfde als toen ik begon. Vreselijk toch, die reünietours onder het motto ‘Laten we het nog maar eens een keertje doen allemaal’? Voor mij is het alleen de moeite als iedereen speelt alsof z’n leven ervan afhangt.”

Het lijkt de houding van een gretige tiener. Toch ontvangt Van den Berg over enkele maanden zijn eerste AOW. “Lijkt me een grappig moment, die eerste storting. Dat bedrag zie ik als een leuke fooi, zal er een keer goed van uit eten gaan. Maar ik blijf toch echt vol aan het werk.”

Sterke genen

“Nee, van die leeftijd merk ik dus helemaal niets. Ik besef: dat is een bevoorrechte positie. We zijn in de familie gezegend met sterke genen. Ik ben gisteren nog bij mijn moeder geweest. Die is 94 en straalt van de levenslust. Als ik op het podium sta, ervaar ik geen enkel verschil met vroeger.”

“Daar moet je wel wat voor doen, natuurlijk. Zie je lichaam als een auto, zeg ik altijd. Die moet je goed onderhouden, dan blijft ’ie op de weg. Ik let op mijn voeding, skeeler veel en drink heel matig. Drugs heb ik al helemaal nooit gedaan. Dat werd me niet altijd in dank afgenomen. Herman Brood vond me altijd maar een saai baasje. ‘Kom op, Adje. Doe even gezellig mee.’ Ik veroordeel niemand, hoor. Maar constateer wel: ik sta nu nog op het podium te springen. Zijn laatste sprong was er een van een hotel.”

Vandenberg keert terug in een op het oog geheel ander muzieklandschap. Past de groep nog tussen de beats uit de laptop, de dj’s en de rappers? “Waarom niet? Het kan toch prima naast elkaar bestaan? Ja, ik denk dat de kids nog steeds net zo gek zijn op gitaarmuziek als vroeger. Als je nu een paar van die lekkere AC/DC-riffs opzet voor een stel peuters, staan die gewoon te stuiteren, hoor. Dat is een oergevoel. Dat verdwijnt nooit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden