PlusInterview

Roberto Camurri: ‘Om over een moeder te kunnen schrijven, moet ik haar wegsturen’

In De naam van de moeder beschrijft Roberto Camurri een vader-zoonrelatie. Ettore heeft Pietro van kleins af aan alleen opgevoed. Zijn verdwenen moeder staat als een spookverschijning tussen hen in.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

De roos op zijn pols was zijn eerste tatoeage, die heeft geen echte betekenis. Maar die daar half boven, van een boom die wegloopt van zijn plaats, staat voor de manier waarop zijn debuutroman zijn leven heeft opgeschud. De Italiaanse schrijver Roberto Camurri gidst via het beeldscherm over zijn beïnkte rechterarm. In 2018 debuteerde hij met De menselijke maat, een tedere roman in verhalen over vriendschap en liefde, vertrouwen en verraad.

Hij werd meteen internationaal op het schild gehesen als beloftevolle nieuwe stem van de Italiaanse literatuur. En kwam voor interviews en optredens voor het eerst buiten de regio Emilia-Romagna, waar hij is geboren en getogen en werkt als psychiatrisch verzorger.

“Die boom die wegloopt, staat symbool voor mij. Ik ben hier geworteld en helemaal op mijn plaats, maar moet ook de wereld in. Ik ben nog dezelfde persoon met hetzelfde leven als voor mijn debuut, maar ik ben nu ook een andere persoon met een ander leven. En daar moet ik daar een balans in zien te vinden, dat is soms niet makkelijk.”

Boven die boom: een ouderwetse vierkante rolmaat – die had zijn grootvader die alles kon maken en bouwen altijd in zijn zak; hij heeft de tattoo na diens overlijden laten zetten. Daar weer boven een varken, het dier (zowel echt als van pluche) vormt een rode draad in zijn nieuwe roman De naam van de moeder.

Op zijn biceps een stoel. “Want voor mij het allermoeilijkste als ik moet schrijven is daadwerkelijk met m’n kont op die stoel gaan zitten. Ik vind dan alles makkelijker en leuker dan schrijven. Zelfs het huis schoonmaken.” En bij de stoelpoten, daarmee is de arm ook vol, ligt een bolletje rode wol: een eerbetoon aan zijn moeder die altijd – hij zoekt het woord in het Engels maar vindt het niet, beeldt het uit met zijn vingers als naalden – breit.

U hebt uw boek opgedragen aan uw ouders. ‘Voor mijn vader en voor haar, mijn moeder’. Moest dat zo nadrukkelijk – om te voorkomen dat we u zouden identificeren met hoofd­persoon Pietro? Die groeit op bij zijn vader in uw eigen geboorteplaats Fabbrico, nadat zijn moeder was vertrokken toen hij tien maanden oud was.

“Toen ik mijn roman aan het schrijven was en delen daarvan naar vrienden stuurde die ­meelazen, zeiden ze: ‘Weet je moeder dit wel? Als ze dit boek leest, moet ze naar een psychiater.’ Omdat de setting zo bekend is en zij mij in Pietro herkennen. Ik was me daar helemaal niet van bewust. Het was niet mijn eigen verhaal dat ik hier schreef. Maar het eerste wat mijn moeder zei, is: ‘Heb je je zo door mij verlaten gevoeld in al die veertig jaar?’”

Die herkenning zit in kleine dingen waarschijnlijk. Toen u net vertelde over die rolmaat van uw opa dacht ik ook meteen aan de opa van Pietro die huizen bouwt voor anderen en zijn eigen huis.

“Ik hou ervan de kleine werkelijkheid te beschrijven, de kleine dingen van het dagelijkse leven. Ik schrijf over dingen die op een bepaalde manier in mijn eigen leven zijn gebeurd, en transformeer die naar een ander niveau. Maar het gevoel is waarachtig. Wat ik op de bladzijden probeer vast te leggen, is wat ik voel.”

Schrijft u daarom in dit boek weer over Fabbrico, waar ook uw debuut zich afspeelde?

Camurri toont zijn linkerpols: daarop een kleine tattoo, de postcode van Fabbrico. “Dat was denk ik geen bewuste keuze. Ik begrijp altijd pas wat ik heb geschreven als ik ermee klaar ben. Als ik in het verhaal zit, komt het van ­binnenuit, het is iets wat in mij verborgen zit en in een bepaalde vorm naar buiten komt.”

Roberto Camurri: ‘Ik wil niet in een man-vrouwstramien schrijven, ik wil schrijven over ménsen.’ Beeld Leonardo Cendamo
Roberto Camurri: ‘Ik wil niet in een man-vrouwstramien schrijven, ik wil schrijven over ménsen.’Beeld Leonardo Cendamo

“Ik besef achteraf dat ik kennelijk nog niet klaar ben met wat ik te vertellen heb over Fabbrico, al is dit Fabbrico weer een ander Fabbrico dan dat in mijn eerste boek. Daarin schreef ik over relaties op hetzelfde niveau en bleef ­Fabbrico schetsmatig, maar in dit boek is er de vader-zoonhiërarchie en zoek ik meer naar het Fabbrico uit mijn jeugd.”

“Na de eerste lockdown ging ik naar mijn ouders die er nog wonen. We wandelden door de stad en we kwamen langs de basisschool waar ik naartoe ging en die ik in mijn boek beschrijf. Ik wíst dat die is herbouwd na de aardbeving in 2012, maar er ging toch een schok door me heen, ik verwachtte toch nog hetzelfde oude gebouw. Fabbrico is de plaats waar ik alle emoties uit mijn jeugd, als kind en jongen voor ik naar Parma ging, heb samengebald.”

Waarom hebt u ervoor gekozen de moeder van Pietro te laten weggaan?

“Ik werd geïnterviewd over mijn eerste boek door een boekenblogger. In De menselijke maat besluit de vrouwelijke hoofdpersoon te blijven. Dit meisje vroeg me: ‘Denkt u zo over vrouwen? Vindt u dat ze bij hun man moeten blijven?’ Ik antwoordde dat ik helemaal niet zo denk. Ik wil niet in een man-vrouwstramien schrijven, ik wil schreven over ménsen. Maar die vraag van haar was voor mij wel het vonkje om in dit boek de vrouw, de moeder te laten vertrekken.”

“Ik denk trouwens ook dat de enige manier voor mij om over een moeder te kunnen schrijven, is om haar weg te sturen. Want ik kan me absoluut niet indenken hoe het is om moeder te zijn – menselijk leven in je te voelen groeien. Dat staat voor mij dicht bij God.”

“Soms, als ik naar mijn dochter kijk – ze is nu bijna tien – en zie hoe ze zich focust op haar huiswerk, het boek dat ze leest, haar spel, denk ik: ze is te perfect, ik kan dit niet aan, ik durf die verantwoordelijkheid voor haar niet te dragen. Als ik daarbij stilsta, is die last haast te zwaar. Dat gevoel heb ik geprobeerd te verwoorden in de relatie tussen Ettore en Pietro.”

Uw roman gaat mede over het onvermogen van vader en zoon om zich tot elkaar te verhouden. Pietro’s afwezige moeder staat als een spookverschijning tussen hen in.

“Ettores liefde voor Pietro is groot, maar naarmate Pietro groter wordt, verschuift de balans. Ettore is als Hector in de Ilias die weet dat hij verdoemd is. Hij weet dat hij het gaat afleggen tegen Pietro, ooit, maar hij besluit toch hem helemaal in zijn eentje op te voeden. Het kan hem niet schelen dat hij zal verliezen; het belangrijkste voor hem is zijn best te doen en in het reine te komen met de gevoelens die hem overmannen en de taak waar hij niet tegen opgewassen is.”

“Ettore is van een generatie die alles volgens het boekje deed: een baan zoeken, een vrouw vinden, trouwen, kinderen krijgen, samen oud worden en dan sterven. Huisje, boompje, beestje. Maar als Pietro’s moeder verdwijnt, verwoest ze dat hele plaatje. En hij kan het maar niet begrijpen; hij haat haar, maar blijft van haar houden, zoals hij ook zijn zoon tegelijkertijd liefheeft en haat.”

De moeder lijkt het zwarte schaap; zelfs haar ouders hebben haar foto’s van de muur gehaald.

“Voor hen allemaal is ze een raadsel geworden. Ze besluiten haar uit hun leven te verbannen – maar allemaal houden ze haar met iets kleins stiekem toch bij zich. Ettore die haar dagboek bewaart, haar vader die een klein fotootje bij zich draagt, haar moeder met een eigen geheim. En Pietro rent altijd buiten adem achter zijn moeder aan; want omdat niemand met hem over haar praat, is hij altijd zoekende.”

“En tegelijk is Pietro ook verlamd, omdat hij niet weet of hij, eenmaal volwassen, zelf in staat is een relatie aan te gaan en te blijven. Hij denkt dat hij moet kiezen: zijn zoals zijn moeder, of zoals zijn vader. Hij weet niet dat er een derde weg is: zichzelf worden. En ik volg in mijn boek Pietro in zijn zoektocht; hij rent lang rondjes. Pas aan het einde valt het kwartje. Wat ik heb gehoopt te bereiken, is dat de lezer tot dat aha-moment meeademt met Pietro.”

Bekroond debuut

Roberto Camurri (1982) woont en werkt in Parma. Zijn debuutroman A misura d’uomo (De menselijke maat), over een driehoeksverhouding in zijn geboortestad ­Fabbrico in Emilia-Romagna in Noord-Italië, was een bestseller in Italië en won verschillende prijzen. In 2020 werd het genomineerd voor de Europese Literatuurprijs.

Roberto Camurri, De naam van de moeder. Vertaald door Manon Smits, De Bezige Bij, €21,99, 221 blz. Beeld
Roberto Camurri, De naam van de moeder. Vertaald door Manon Smits, De Bezige Bij, €21,99, 221 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden