Plus

Robert Vuijsje: 'Antisemitisme bestaat op een subtiele manier'

Robert Vuijsje (48) schrijft in zijn nieuwe boek Salomons Oordeel over het moeizaam met elkaar samenleven. Vuijsje - Joods, wit en getrouwd met een Nederlands-Surinaamse - weet waarover hij het heeft. 'Niemand anders kan het zo van binnenuit beschrijven.'

Robert Vuijsje. Beeld Jitske Schols

Een oude Joodse witz. Vraag: wat is een antisemiet? Antwoord: dat is iemand met een meer dan normale hekel aan Joden.

Schrijver Robert Vuijsje moet er zijns ondanks hard om lachen. "Er zijn mensen," zegt hij, "die voor zichzelf nadrukkelijk begrip en inlevingsvermogen opeisen: je móet je verdiepen in mijn geschiedenis. Je móet je verplaatsen in hoe het voor mij is om in Nederland te wonen. Maar diezelfde mensen kunnen dat begrip en inlevingsvermogen op geen enkele manier opbrengen voor de geschiedenis van een ander."

'Down met de homies, maar denk maar niet dat de homies altijd down zijn met jou', schrijft hij in zijn nieuwe boek Salomons Oordeel, dat deze week verschijnt.

Bekende thematiek: het grote misverstand in multicultureel Nederland. Niemand die elkaar echt kent en allemaal nemen we elkaar graag de maat.

Ruim tien jaar geleden verscheen Alleen Maar Nette Mensen, zijn stormachtige debuut over de moeizame verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen in Amsterdam.

De Joodse David Samuels, telg uit een snobistisch, intellectueel gezin uit Amsterdam-Oud-Zuid weet niet precies waar hij bij hoort. Bij de witte Hollanders? Of is hij, met zijn Marokkaanse uiterlijk, een allochtoon? Eén ding weet hij zeker: hij valt op fors uitgevallen, zwarte vrouwen uit de Bijlmermeer.

Lang duurde het niet voordat Vuijsje de wind van voren kreeg: hoe durfde deze verwende snotaap uit Zuid te schrijven over Surinaamse vrouwen 'met een dikke bil'? De oplage van het boek schoot door van een keurige 4000 exemplaren in het eerste jaar naar een record van 200.000 in de jaren daarna, ook voortgedreven door een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs en winst van de Gouden Uil. In 2012 verscheen de verfilming door Lodewijk Crijns met Géza Weisz in de hoofdrol.

We hebben lang op u moeten wachten.
"Dat klopt: mijn laatste roman, Beste Vriend, verscheen zeven jaar geleden."

Last van schrijfangst?
"Dat zou je zeggen. Maar ik heb al die jaren aan een boek gewerkt. Ik kwam er inhoudelijk alleen niet uit. In mijn eigen hoofd ben ik gewoon een romanschrijver geweest. Dat valt de buitenwereld alleen niet op als je niet publiceert."

Zat het succes van uw eerste boek u in de weg?
"Mensen die het niet hebben meegemaakt zeggen altijd: je tweede boek is een probleem. Als je het wel hebt meegemaakt, weet je: het tweede boek is helemaal niet het probleem, want dat schrijf je nog in de overwinningsroes. Het dérde boek, daar beginnen pas de moeilijkheden."

"Het zijn rare jaren geweest. Toen die film verscheen, kwam ik in een soort glamourachtige fantasiewereld terecht. Premières in Nederland, in Suriname en op Curaçao. Ruim een jaar later zat ik in het ziekenhuis met mijn vrouw: borstkanker. De dokter vraagt niet: komt het nu misschien uit, of moet u aan het schrijven?"

Is ze helemaal beter?
"Gelukkig wel."

Is uw vader, Bert Vuijsje, nog boos op u?
"Hahaha."

Bij het eerste boek kwam de stoom uit zijn oren.
"Hij vond dat er niets klopte van het gezin dat daarin werd beschreven, het gezin waarin hij zichzelf en zijn vrouw herkende. Maar toen het boek een jaar later succesvol werd, was hij opeens heel tevreden. Ik ben zijn zoon. Hij is trots op me."

Hij zal in dit boek weer veel van zichzelf herkennen.
"Hij heeft het al gelezen en er nog een paar vervelende spelfouten uit gehaald. Hij is een uitstekende eindredacteur. Deze keer wordt ook een versie van mijn echte moeder ten tonele gevoerd."

Dus nu is het wachten op de toorn van uw moeder?
"Mijn ervaring is dat mensen nog bozer zijn als ze niet in het boek voorkomen. Dan zeggen ze: hoezo ben ik niet interessant genoeg?"

Vuijsje - Joods, Nederlands en Amerikaans - is getrouwd met een Nederlands-Surinaamse. Ze hebben een zoon van negen. Uit eerdere relaties heeft Vuijsje nog een half-Braziliaanse zoon van twaalf en zijn vrouw een half-Nederlandse zoon van achttien.

'Wij, Joden, weten hoe het voelt om erbij te horen en om er niet bij te horen.' Beeld Jitske Schols

Salomons Oordeel gaat over de ingewikkelde driehoeksverhouding tussen de Joodse Max, zijn Nederlands-Surinaamse vrouw Alissa en hun zeventienjarige zoon Salomon, die samenwonen op de bovenste verdiepingen van het grote huis van Max' vader in Amsterdam-Oud-Zuid. Wat is de jongen eigenlijk? Joods? Zwart? Hoe ziet hij zichzelf en wat zien zijn ouders als hij terechtkomt in een politiecel? Een dader? Een slachtoffer?

Zijn afkomst en zijn gezinssituatie maken hem, zegt Vuijsje, bij uitstek geschikt om over de materie te schrijven. "Ik pretendeer dat niemand anders zo van binnenuit kan beschrijven hoe wij nu in Nederland met elkaar samenleven."

"Bijna alle andere Nederlandse schrijvers voelen zich autochtoon of een lid van een minderheid die er niet helemaal bij hoort. Joden zitten daar precies tussenin: we weten uit eigen ervaring hoe het voelt om er gewoon bij te horen, om een witte Nederlander te zijn, maar we weten ook hoe het voelt om er niet bij te horen."

"Ik heb het boek waar ik aan bezig was afgekapt omdat ik voelde: ik moet nú schrijven over een gezin zoals mijn eigen gezin, waar alles recht tegenover elkaar staat. Een zoon die moet kiezen tussen zijn twee ouders en moet beslissen waar hij bij hoort. Twee ouders die naar een zoon in een politiecel kijken, maar allebei iets anders zien, terwijl ze juist dachten dat ze allebei door dezelfde bril naar de wereld keken."

Hoe lang gaat het duren voordat over dit boek het gekrakeel uitbreekt?
"Als ik iets van het eerste boek heb geleerd, is het wel dat dat niet te voorspellen is. Een jaar lang gebeurde er helemaal niets."

Maar toen ontplofte het.
"Dat verraste me. In mijn optiek was dat eerste boek vooral een kritiek op mensen in Zuid: kijk eens hoe raar ze reageren op iemand die er anders uitziet of die een ander schoonheidsideaal heeft."

"Ik vertelde weleens aan collega's of vrienden dat ik een persoonlijke voorkeur had voor grote zwarte vrouwen. Ik dacht: wat vreemd dat ze daar zo gestoord op reageren."

Heeft u zich de verwijten aangetrokken?
"Leuk is het niet."

In dit boek komen geen zwarte vrouwen met grote billen meer voor.
"Die zouden ook helemaal niet in dit boek passen. Ik ben nu met heel andere dingen bezig: mijn gezin. Maar ik heb geen onderwerpen in mijn achterhoofd waarover ik niet schrijf, omdat er mensen kunnen zijn die er aanstoot aan nemen. Dan kun je geen autonoom boek schrijven."

Volgens sommigen zou u helemaal niet over zwarte vrouwen moeten schrijven.
"Wat moet ik dan? Schrijven over een gezin met alleen maar Joden of een gezin waarin de hoofdrolspeler met een Hollandse vrouw is getrouwd?"

"Bij mijn uitgeverij Lebowski zijn net twee boeken verschenen over Nederlandse Joden in de Tweede Wereldoorlog, geschreven door twee blonde Hollandse schrijvers, Marion Pauw en Roxane van Iperen. Het zou niet in me opkomen om tegen ze te zeggen: daar mag jij niet over schrijven, want dat leed is van ons en niet van jou. Ik ben juist blij dat ze het doen."

Waarom?
"Het betekent dat waar zij over schrijven een verhaal van heel Nederland is en niet een exclusief probleem is dat alleen Joden aangaat."

Er is, zegt Vuijsje, de afgelopen tien jaar veel gebeurd in Nederland. We zijn in een andere wereld terechtgekomen, een wereld vol ongemak en hysterie over hoe wij ons tot elkaar verhouden. Een wereld waarin emotie de boventoon voert.

Vuijsje: "In 2017 bedacht ik: bijna tien jaar geleden verscheen Alleen Maar Nette Mensen, wat in elk geval voor mijzelf een beginpunt was van de discussie over hoe wij samenleven. Ik wilde dat beschrijven aan de hand van twee decors. Wat in mijn eigen huis gebeurde en wat ik buiten mijn huis zag gebeuren: een tragikomedie."

U schuwt opnieuw de karikatuur niet.
"Volgens mij zijn de twee hoofdpersonen echte personages."

Als er geschreeuwd wordt, heet het bij Surinamers ruzie en bij Joden discussie.
"Hahaha, dat is een grap. Geschreeuwd wordt er in alle gezinnen."

Bent u bang dat uw kinderen bij u ­wegdrijven?
"Aan mijn zoon van twaalf, die er toch min of meer uitziet zoals ik, werd in mijn bijzijn weleens gevraagd: wat ben jij? Hij zei: Braziliaans. Ik heb hem gevraagd: waarom zeg je niet dat je Joods bent? Daar kun je ook zwart haar van krijgen. Maar ja, zijn moeder verkeert in een Braziliaanse wereld in Amsterdam en praat Portugees met hem. Ik leef zelf niet in een Joodse wereld, ik praat ook geen Jiddisch of Ivriet tegen hem."

"Als mijn jongste zoon in de spiegel kijkt, is het logisch dat hij denkt: ik ben een creool. En niet: ik ben een Jood. Toen de oudste, van achttien, naar de middelbare school ging, was er zo'n moment. Hij komt binnen, hij is nieuw, hij kent niemand en er zit in de klas een groepje witte leerlingen en een groepje zwarte leerlingen. Waar sluit je je bij aan?"

En?
"In zijn eigen beleving is hij gewoon zwart en is dat helemaal geen keus."

U zegt zelf altijd: ik zie eruit als een Marokkaan.
"Jaren geleden, voordat ik grijs werd, heb ik de nodige dingen meegemaakt waarvan ik pas na een tijdje begreep waarom dat was. Mensen die in winkels achter me aan gingen lopen, oude vrouwtjes die hun tas stevig vastpakten."

"Op mijn werk bij Nieuwe Revu is mij door de portier meerdere keren gevraagd wat ik kwam doen en of hij even in mijn tas mocht ­kijken. Op een boekpresentatie ging er iemand voor me staan en zei: kan ik je ­helpen? Na een paar keer begonnen mijn collega's erom te lachen."

Kon je er zelf ook om lachen?
"Nee, natuurlijk niet."

Uw kinderen zullen hier ook mee worden geconfronteerd.
"Dat is helaas de realiteit, maar het is thuis geen gespreksonderwerp. Mijn jongste leest gewoon de Donald Duck, terwijl ik bezig ben met waar alle ouders mee bezig zijn: dat ze geen zin hebben om hun schoolwerk te doen en liever op een schermpje zitten."

In hoeverre voelt u als Jood binding met de zwarte gemeenschap?
"Ik voel die binding omdat ik al jaren samenwoon met een zwarte vrouw en mijn kind zwart is. Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in zwarte cultuur, ik ben ermee opgevoed. Mijn ouders hebben samen Malcolm X zien spreken. Ze waren bij de Mars op Washington in 1963, waar Martin Luther King zijn beroemde toespraak hield."

Ik bedoel...
"Als minderheid heb je een vergelijkbare positie. Anders, maar vergelijkbaar. Je moet je verhouden tot de meerderheid. Maar ik wist al vroeg: de verbondenheid die ik hun kant op voel, komt niet automatisch terug."

Wanneer kwam u daarachter?
"Toen mijn ouders vertelden dat ze in Harlem geïnteresseerd naar Malcolm X stonden te luisteren en opeens iemand riep: 'Hé, wat doen die twee witten hier?' Hahaha."

Jeugdfoto Robert Vuijsje. Beeld Michiel van den Berg

"In de beleving van sommige Surinaamse Nederlanders zijn Joden slavenhouders. Ook al waren dat sefardische Joden en ben ik, met mijn familie uit Oost-Europa, van asjkenazische komaf."

Waarom verdedigt u zich?
"Nou ja, net zoals ik bij Duitsers een bepaald gevoel heb, kan ik me voorstellen dat zij bij Joden geen prettige associaties hebben. Dan kan ik wel zeggen dat mijn voorouders straatarme mensen waren die ten tijde van de slavernij in Oost-Europa werden uitgeroeid, maar dat schiet gewoon niet op."

Dat is wel heel veel begrip in één keer.
"Ik zou willen dat andere mensen net zo begripvol zijn."

Is Nederland een antisemitisch land?
"Zo kun je dat niet zeggen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen antisemitisme bestaat. Op een subtiele manier. Mensen, zelfs vrienden, die opmerkingen maken. Dan zeggen ze: jouw mensen hebben toch wel geld?"

Het wereldwijde complot der Joden?
"Ja."

Zit dat u dwars?
"Nou, ik zal er niet meteen de vriendschap voor opzeggen, maar ik onthoud het wel."

Men laat zich hier graag voorstaan op een joods-christelijke cultuur.
"In het boek zegt Max: tussen 1940 en 1945 had die kennelijk een korte time-out. Het is in elk geval een term die ik een Jood nog nooit heb horen gebruiken. Als de joods-christelijke samenleving bestaat, waarom vieren we dan alleen samen de christelijke feestdagen?"

'Als mijn vaders familie over de oorlog vertelde, zat er een hiërarchie van leed in.' Beeld Jitske Schols

"Ik ervaar het vooral als een manier voor mensen om zich af te zetten tegen groepen die zowel niet-joods als niet-christelijk zijn. Ik voel er weinig voor om te worden gebruikt als stok om de moslims mee te slaan."

Max voelt zich geen Nederlander.
"Ik ben opgevoed door een moeder die is geboren in New York. Haar ouders zijn geboren in Israël en Egypte en hun ouders in Polen en Oekraïne. Ik voel me Nederlands, maar ik heb ook heel sterk het idee dat Nederland ook maar gewoon een land is waar ik toevallig ben geboren. Ik denk dat veel Nederlandse Joden dat gevoel hebben."

Een dubbel paspoort?
"Nederlands en Amerikaans."

Als u Marokkaan was geweest, had ik nu moeten vragen: bent u wel loyaal aan Nederland?
"Interessante kwestie, ja. Maar ik juich net zo hard voor het Nederlandse elftal als alle andere Nederlanders, ook als ze tegen Amerika of Israël zouden spelen. In die zin wijk ik wellicht af van Nederlandse Turken of Marokkanen."

Hebt u een dergelijk verwijt weleens gekregen?
"Zo van: ga terug naar je eigen land? Dat is bij een Jood best lastig. En misschien hebben Nederlanders toch in hun achterhoofd dat dat niet zo smaakvol is."

Hoe groot is de rol van de oorlog in uw leven?
"Best groot, al heb ik alles uit de tweede en derde hand. Het was vooral de familie van mijn vader die over de oorlog vertelde, want die van mijn moeder zat destijds al in Amerika. Ze was boos omdat het nooit over haar familie ging, terwijl die al slachtoffer was van pogroms in Polen en Oekraïne. En dan moest de oorlog nog komen. Mijn vaders familie haalt relatief een hoge score: de helft is overgebleven."

In uw boek loopt de familie te kibbelen wie het grootste slachtoffer is.
"Zo ging dat in mijn vaders familie. Je moet je voorstellen: als we bij elkaar waren ging het binnen vijf minuten over de oorlog. Er zat een hiërarchie van leed in. Dan vertelde er een hoe hij op zijn onderduikadres weg moest en midden in de oorlog op zoek moest naar een andere plek."

"Van die ellende en angst kun je je geen voorstelling maken, maar er was ook een broer die Auschwitz had overleefd. Als die aanschoof, kon de rest inpakken. Gelukkig kan ik daar nu op een relativerende manier naar kijken."

Praat u met uw kinderen over uw ­familiegeschiedenis?
"Natuurlijk, maar er is een verschil. Toen ik werd geboren, was de Tweede Wereldoorlog pas 25 jaar voorbij. Hij was nog heel nadrukkelijk aanwezig, zeker in Amsterdam. Op school wist elk kind welke winkeliers in de straat fout waren geweest. Mijn kinderen zitten nu op dezelfde school, maar geen kind dat nog weet wat de term 'fout in de oorlog' betekent."

Het slijt?
"Ja."

Is dat erg?
"Het lijkt me niet verkeerd. Het is prettiger leven als je niet met zoiets wordt opgezadeld. Mijn kinderen hoeven de oorlog niet met zich mee te slepen."

Robert Vuijsje: Salomons Oordeel. Uitgeverij Lebowski, €21,99

Robert Vuijsje

Geboren
12 oktober 1970, Amsterdam

1983-1990
Barlaeus Gymnasium,Amsterdam

1990-1997
Studies sociologie en Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam en de University of Memphis

1997-2007
Verslaggever voor Nieuwe Revu, verslaggever voor Dagblad De Pers

2008
Publicatie Alleen Maar Nette Mensen (winnaar Gouden Uil in 2009)

2012
Publicatie Beste Vriend

2012
Verfilming Alleen Maar Nette Mensen

2019
Publicatie Salomons Oordeel

Robert Vuijsje woont in Buitenveldert met zijn vrouw Lynn Spier, zijn zoon Samuel (9) en deels met zijn zoon Sonny (12). Stiefzoon Noah (18) woont niet meer thuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.