Plus Interview

Rob van Essen: ‘Ik was allang blij dat iemand me wilde uitgeven’

Het winnen van de Libris Literatuur Prijs was voor Rob van Essen een waterscheiding. Zijn agenda is vol, voor nieuwe grote projecten ontbreekt de concentratie. Wel is er een heruitgave van zijn eerdere roman Visser.

Rob van Essen is geen writer’s writer meer. ‘Ik moet uitkijken dat ik dit niet als een eindpunt ga zien.’ Beeld Martijn Gijsbertsen / HH

Eerst de 50PlusBeurs in Utrecht, dan de Nacht van de Literatuur in Amersfoort, de Bruna Ondernemersdag waar hij acte de présence geeft, een optreden in Groningen, naar de Toneelschuur in Haarlem, een avond bij SLAA, Stichting ­Literaire Activiteiten Amsterdam.

Rob van Essen (56) bladert door zijn agenda. Hij wordt een beetje geleefd, vaart mee met de stroom. In de dagen nadat hij de Libris Literatuur Prijs won met De goede zoon moest hij de boekhandels langs, twee, drie optredens op een dag; al diezelfde vragen over het boek, zorgen dat je niet te veel op de automatische piloot gaat.

Het is nieuw voor hem om zo lang na het schrijven met één boek bezig te zijn. Met wat hij zelf beschreef als ‘autobiografische sciencefiction’ over een schrijver van plotloze thrillers die na de dood van zijn demente moeder op een roadtrip gaat in een zelfrijdende, pratende en meer dan verzorgende auto.

Hij had al een paar jaar eerder met het idee gestoeid, maar kreeg het verhaal niet rond. “Toen ging mijn moeder dood – en dat heeft het boek gered. Nu had mijn personage een reden om op weg te gaan. Het gebeurt voor mij wel met het goede boek, het is een culminatie van de thema’s van al mijn eerdere boeken: een gereformeerde jeugd, de verzorgingsstaat, een passieve persoonlijkheid, het gemeentearchief, bepaalde surrealistische tendenzen heb ik verder doorgevoerd.”

Steady ritme

Hij wist toen De goede zoon af was dat het een speciaal boek was, maar dacht dat hij er geen nieuwe lezers mee zou winnen. Toen scoorde hij hoge ogen op de eindejaarslijstjes van recensenten, kwam de longlist van de Libris, de shortlist.

“Het moment dat alles samenvalt. Maar het is ook een zware zegen. Ik moet uitkijken dat ik het niet als een eindpunt ga zien. Ik moet die prijs ook weer kwijtraken, ik moet het uitzweten. Je positie verandert en ik moet mijn onbevangenheid terugwinnen. Ik moet ook verder.”

Hij ontvangt, op sokken, in zijn woning in de Diamantbuurt, waar hij al twintig jaar woont en elf van zijn boeken heeft geschreven. Met altijd op de achtergrond klavecimbelmuziek van de Franse barokcomponist François Couperin – een steady ritme waar je lekker bij kan typen, altijd op het zelfde geluidsniveau, geen verrassingen.

Op een steenworp afstand is ook het studentenhuis waar hij in De goede zoon jonge studentes laat begluren door medewerkers van het oude Stadsarchief aan de Amsteldijk – een ­ervaring van Van Essen zelf, die er als jonge werkloze tewerkgesteld werd.

Op zijn negentiende was hij zijn oudste zus naar Amsterdam gevolgd, hij moest weg van de Veluwe. En altijd heeft hij schrijver willen worden. “Het geschreven willen hebben – dáár ging het me om. Prijzen gingen meestal naar gevestigde schrijvers, dat stond allemaal zo ver van me af. Ik was allang blij dat een uitgever me wilde uitgeven. Ik las de boekenbijlage van Vrij Nederland – dát was de wereld waar ik bij wilde horen. En dat is gelukt.”

“Het is een vreemd beroep, schrijver. Het is géén beroep, of een lastig beroep: je weet van te voren niet of je ervan zult kunnen leven en meestal kun je er niet van leven. Daar kun je wrokkig van worden. Je brengt iets op de markt waar niemand per se op zit te wachten. Je moet er ander werk bij doen. Ik heb ook wel beurzen aangevraagd, maar dat wil ik niet voor elk boek. Ik wil er niet afhankelijk van zijn omdat ik dan toch weer een soort uitkering zou hebben. Ik was net zo blij daarvan af te zijn.”

De ochtend van 7 mei werd hij wakker en lag die grote cheque in de kamer. Het besef: o, dit is écht gebeurd. Een waterscheiding. Want nu is hij niet meer de writer’s writer maar de Libriswinnaar en in die functie moet hij zich laten zien. Hij kom tot weinig andere dingen, de concentratie die je nodig hebt voor grote projecten is er niet: de biografie van dichter Menno Wigman, om maar iets te noemen, die hij uitgever Mai Spijkers van Prometheus heeft toegezegd.

Ondertussen heeft zijn huidige uitgeverij ­Atlas Contact Visser opnieuw uitgebracht, de roman waarmee hij tien jaar geleden als echte outsider ook al de shortlist van de Libris haalde. Over een leraar aan een middelbare school, Jacob Visser, die in de klas uitspraken doet waarmee antisemitische jongeren aan de haal gaan en waardoor hij onbedoeld maar lijdzaam inspirator wordt van de ‘Visserjeugd’.

Dodelijke vermoeidheid

Die passieve personages van hem, zegt Van Essen, ze hebben onvermijdelijk altijd iets van hemzelf, ze laten zich leiden door de gebeurtenissen. “Maar niet alléén uit passiviteit. Het is ook nieuwsgierigheid: kijken wat er gebeurt als ik iets níet doe. Het is natuurlijk een literair cliché, zo’n personage dat zich afzijdig houdt van de maatschappij en overweldigd wordt door die maatschappij. Visser heeft het eigenlijk al opgegeven. Op school is hij een eenling, zijn humor wordt niet begrepen, hij is zijn dochtertje verloren. Hij is overvallen door een dodelijke vermoeidheid.”

Prachtig vindt hij het dat Visser nu is heruitgegeven. “Boeken verdwijnen natuurlijk vrij snel, de sporen worden snel achter je uitgewist. Een boek is een paar jaar verkrijgbaar, en dan alleen nog via de bibliotheek of tweedehands. Die backlist zie je langzaam verdwijnen. Dus ben ik heel blij dat mijn eerdere werk door het winnen van de prijs nu weer in de belangstelling komt. Visser kan de boel nu ook mooi opvangen. En het is verbazend actueel met die hele ultrarechtse beweging.”

Hij heeft het boek herlezen, de uitgeverij had hem gevraagd of hij nog wijzigingen had. Hij is inmiddels tien jaar verder, is een beetje een andere schrijver geworden. De verleiding was groot.

“Maar ik realiseerde me al snel dat dat oeverloos zou worden, verraad ook tegenover mijn eerdere ik. Ik gebruikte toen veel vaker ‘zei hij’, of ‘zei zij’, dat had ik van John Irving maar dat zou ik nu minder doen. Ik denk ook dat ik nu meer risico zou nemen met scènes, meer zou weglaten. Uiteindelijk heb ik één zinnetje toegevoegd, op de laatste pagina, over Jacob Visser: ‘Als je niet uitkijkt, steekt hij een vinger in je reet.’ Daar laat ik een eerdere scène terugkomen, een raar moment dat ik bewust heb ingevoegd toen ik Visser schreef.”

Hij had daarvoor veel van John Updike gelezen, die Rabbit-boeken met een falende maar toch sympathieke hoofdpersoon. “Maar mijn personage moest niet te sympathiek voelen, hij moet grenzen overtreden waardoor je je als lezer afvraagt: deugt die man wel? Visser gaat ook over ironie en de grenzen daarvan. Heeft hij in de klas een ironische opmerking gemaakt die serieus is genomen? Of meende hij wat hij zei? Als lezer geef je hem het voordeel van de twijfel – maar je moet wel een beetje twijfelen.”

Zoals hij zijn verhalen laat ontsporen, zegt Van Essen, zoekt hij dat niet in zijn persoonlijke leven. “Maar je moet je personages van alles aan durven doen. En dan gebeurt het vanzelf.” 

Libris short- en longlist

Rob van Essen­ ­(Amstelveen, 1963) is schrijver, vertaler en recensent. Hij debuteerde in 1996 met de roman Reddend Zwemmen. Zijn verhalenbundel Hier wonen ook mensen werd in 2015 bekroond met de J.M.A. Biesheuvelprijs.Het nu heruitgegeven Visser haalde in 2009 de shortlist van de Libris Literatuur Prijs, die Van Essen uiteindelijk op 6 mei 2019 won met De goede zoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden