PlusBoekrecensie

Rijk en fraai: bijna 2 kilo over het ontsluieren van de natuur

De Artis Bibliotheek is een schatkamer voor natuurhistorisch onderzoek. Bibliothecaris Hans Mulder schreef een twee kilo wegend koffietafelboek over het ontsluieren van de natuur.

null Beeld Artis Bibliotheek
Beeld Artis Bibliotheek

Poot- en vleugelloos, was de ‘heel mooie dode ­vogel’ die Lorenzo de Medici geschonken kreeg in 1514. ‘De vogel is altijd in de lucht, zonder ooit de aarde aan te raken,’ schreef de Florentijnse koopvaarder Giovanni da Empoli in de begeleidende brief. De wonderlijke vogel was ‘geboren’ op de Molukken, ‘een ver land dat nu is ontdekt’. Ook andere reisverslagen maakten melding van de vleugelloze godenvogels uit het aards paradijs ‘die alleen vliegen als er wind is’. Beschrijvingen die door de beroemde natuuronderzoeker Ulisse Aldrovandi voor waar werden aangenomen. Geleerden die beweerden dat paradijsvogels wel poten en vleugels hadden, waren volgens hem godslasteraars. En die mensen waren er, zoals de in Leiden werkende Carolus Clusius.

Het is een van de wonderlijke dwalingen in De ontdekking van de natuur van Hans Mulder, conservator van de natuurhistorische collecties van de Universiteit van Amsterdam. ‘Verwacht niet hét verhaal over de ontdekking van de natuur,’ schrijft hij veiligheidshalve in zijn voorwoord. Daarvoor is volgens hem al te veel onderzocht en geschreven.

Wat er nu wel in de boekhandel ligt, is een bijna twee kilo wegend koffietafelboek met twintig verhalen over het ontsluieren van de natuur, tussen pakweg 1500 en 1900. Rijk en fraai geïl­lustreerd. Maar dat viel te verwachten, de auteur is schatbewaarder van de Artis Bibliotheek.

null Beeld Artis Bibliotheek
Beeld Artis Bibliotheek

Boekdrukkunst

Het eerste gedrukte boek over dieren, De sermonum proprietate sive Opus de universo van Rabanus Maurus uit 1467, behandelde vooral dieren die van nut waren voor de mens, zoals paarden, koeien en geiten. Een jaar later verscheen het reisverslag van Bernhard von Breydenbach naar het Heilige Land, met indrukwekkende afbeeldingen van acht wilde dieren, waaronder een krokodil, giraf, mensaap en een eenhoorn. Het ontrafelen van de natuur verliep grotendeels parallel aan de ontwikkeling van de teken- en schilderkunst.

De boekdrukkunst was niet alleen een instrument voor verbreding en verspreiden van natuurkennis, ook voor de Reformatie. Met de verschijning van Bijbelvertalingen in de landstaal, verloren geschoolde priesters hun alleenrecht op de katholieke interpretatie van het woord van God. Met de door protestanten aangewakkerde nieuwsgierigheid naar het ware geloof nam ook de interesse in de natuur toe, stelt Mulder: ‘Niet alleen door het Woord kon men God kennen, maar ook door de natuur werd Zijn bedoeling duidelijk.’

De vondst van fossielen was een groot natuurraadsel, en een complex religieuze vraagstuk. Waren de hoog in de bergen aangetroffen versteende vissen en schelpen sporen van de zondvloed? Door God in de aarde verstopt om het geloof van de mens op de proef te stellen? Of was de aarde wellicht ouder dan beschreven in de Bijbel? Aan een touw hangend in de Vesuvius ontwikkelde de Duitse jezuïet Athanasius Kircher vroege theorieën over fossielen en het binnenste van de aarde. In zijn meerdelige boekenreeks Mundus subterraneus (1664) beschreef hij ook de ondergrondse leefwereld van de draak.

Kircher stond niet alleen in zijn geloof in draken. Ze waren beschreven in de Bijbel als de personificatie van de antichrist, dus bestonden ze. Een draak in zijn familiewapen bracht in 1572 Hugo Boncompagni in het nauw, na zijn uitverkiezing tot paus. De protestanten roken al bloed. Redding kwam van een bij Bologna gedood ‘draakje’. Nu draken levende dieren bleken, konden ze geen mythische vertegenwoordigers zijn van het kwaad. Een bewijs dat werd geleverd door eerder genoemde Ulisse Aldrovandi, familielid van de nieuwe paus. De aquarel van het verloren gegane draakje toont volgens Mulder eerder een slang met aangenaaide poten van een ander reptiel.

null Beeld Artis Bibliotheek
Beeld Artis Bibliotheek

Maria Sibylla Merian

De schepen die terugkeerden uit de nieuw ontdekte continenten brachten behalve specerijen en porselein ook planten en dieren mee. Planten­zaden werden tot wasdom opgekweekt in particuliere tuinen of de hortussen. De dieren, meestal gedood bij vangst of gestorven op zee, kregen een plaats in rariteitenkabinetten. Levend overgebrachte dieren werden verkocht aan kermissen of menageries, zoals die van herberg Blauw Jan aan de Kloveniersburgwal.

In het kielzog van de ontdekkingsreizigers en handelaren trokken ook natuurvorsers de nieuwe wereld in. Mensen als Maria Sibylla Merian, die voordat ze 1691 verhuisde naar Amsterdam, al twee baanbekende boeken had uitgegeven over de metamorfosen van vlinders. In 1699 vertrok ze met haar jongste dochter naar Suriname voor veldonderzoek naar tropische insecten. Haar in 1705 verschenen Metamorphosis insectorum Surinamensium. Ofte verandering der Surinaamsche insecten is een meesterwerk. Niet alleen door de afbeeldingen van insecten in hun natuurlijke ­habitat, ook door de leesbare tekst en vormgeving.

Uiteraard ontbreken de grote namen als Carl Linnaeus en Charles Darwin niet. Of onze eigen Johannes Swammerdam, die in 1669 verslag deed van zijn anatomisch onderzoek naar de ‘bye’. Rond 1800 kreeg hij navolging van de Amsterdamse zilversmid Johannes Schepens. Zijn met minutieus geschilderde afbeeldingen geïllustreerde studie van een ontlede honingbij, De groote ­wonderen Gods beschouwd in het kleine diertje de honingbye, is echter nooit uitgegeven. Was Schepens, in 1807 door een beroerte getroffen, daartoe niet meer in staat? Of werd het werk door de directe verwijzing naar de bemoeienis van de schepper te gedateerd bevonden? Een klein monumentje, in een kloek boek.

Het ontsluieren van de natuur was niet voor­behouden aan avonturiers in verre landen, die ­terugkwamen met wonderlijke dieren als kogelvissen, helmkasuarissen en paradijsvogels. Antoni van Leeuwenhoek speurde gewoon thuis door een zelf ontwikkeld microscoopje naar ‘kleine dierkens’, in regenwater, de bloedsomloop van glasalen en in zijn eigen tandplak en sperma.

null Beeld Artis Bibliotheek
Beeld Artis Bibliotheek

Artisbibliotheek

Veel van de in het boek afgebeelde ­manuscripten, prenten en boeken komen uit de Artis Bibliotheek, waarvan Hans Mulder de conservator is. Een schat aan natuurhistorisch materiaal dat bij het schrijven niet altijd binnen handbereik was, vanwege de meerjarige grootscheepse renovatie van het in

1868 geopende gebouw. Mulder vond onderdak in het Allard Pierson, de collectie in het universitaire boekendepot bij het AMC. Afgelopen jaar moest ook de conservator verplicht thuiswerken, een besparing van drie uur reistijd per dag. Het leverde behalve tijd ook de rust op voor het voltooien van zijn ambitieuze boekproject.

null Beeld Terra
Beeld Terra

Non-fictie

Hans Mulder
De ontdekking van de natuur
Terra, €39,99, 256 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden