Plus PS

Rifka Lodeizen: 'Dat ik ben gaan acteren, is niet logisch'

De dood van haar vader, beeldend kunstenaar Frank Lodeizen,  droeg eraan bij dat Rifka Lodeizen (44) nu scenario's schrijft. Het eerste resultaat, Kleine IJstijd, is te zien op het Parool Film Festival. 'Dit is het leven; daar hoort vergankelijkheid bij.'

Rifka Lodeizen Beeld Linda Stulic

Rifka Lodeizen komt net van een auditie, als ze voor het interview binnenkomt bij mij thuis (bij haar wordt de keuken verbouwd). Voor welke rol mag nog niet in de krant, maar het gaat om een bekende Amsterdamse vrouw die het niet makkelijk heeft. Ze vond het een spannende ochtend, want ze wil de rol graag hebben. Haar strakke witte broek en hooggehakte laarsjes zijn nadrukkelijk gekozen. Dat doet ze altijd, zegt ze, tot sieraden en make-up aan toe. Dat helpt om erin te komen en het helpt regisseur en producent om haar te geloven.

Zit u daar dan te wachten met allemaal andere actrices die ook auditie doen?
"Nu eentje. Er komen er natuurlijk meer. Het ingewikkelde van een klein land als Nederland is dat je vaak met dezelfde vrouwen in de race bent voor een rol."

Van wie twee uw beste vriendinnen zijn.
"Ja. Het grappige is dat mijn vriendschap met Kim (van Kooten) en met Nadja (Hüpscher) wel zo is ontstaan, twintig jaar geleden. We kwamen elkaar steeds tegen bij audities. Na een tijdje besloten we dat we beter iets konden gaan drinken, in plaats van alleen beleefd naar elkaar te glimlachen in de gang van een castingbureau. Dat pakte goed uit. Niet zo gek eigenlijk. We zitten in hetzelfde schuitje, begrijpen hoe bloednerveus je kunt zijn voor een auditie en hoe vervelend het is als je wordt afgewezen."

Met afwijzingen heeft Lodeizen de laatste tijd niet zo gek veel te maken gehad, aan haar agenda van deze maand te zien. Ze is net terug uit Luxemburg, waar ze op een internationale filmset de moeder van een psychopaat speelde.

De ochtend na de mysterieuze auditie vliegt ze naar het filmfestival in Toronto om de wereldpremières bij te wonen van twee films: La Holandesa, een roadmovie over een Nederlandse vrouw die na een miskraam alleen door Chili trekt, en Verdwijnen, een moeder-dochterdrama (Rifka is de dochter) dat al eerder dit jaar te zien was in de Nederlandse bioscopen. Voor deze laatste rol kreeg ze een Gouden Kalfnominatie.

Ook voor haar vertolking van Tonio's moeder in Tonio dingt ze mee naar het kalf voor de beste actrice in een hoofdrol. En op het filmfestival in Utrecht speelt ook nog De Wachtkamer, een korte film met Rifka als vrouw die in zenuwslopende afwachting is van de uitslag van een borstkankeronderzoek.

Vandaag is ze ook gekomen om te praten over haar vader, de in 2013 overleden beeldend kunstenaar Frank Lodeizen. Er verschijnt deze maand een boek van Rineke van Houten over zijn onthutsende leven, getiteld Dichter van de Droge Naald. Als kind in de Tweede Wereldoorlog ontsnapte hij op het nippertje aan de klauwen van de Duitsers, die zijn moeder Debora del Valle Rodrigues-de Miranda, zijn zevenjarige zusje Rifka en stiefvader Ernest Lorjé afvoerden naar de gaskamers van vernietigingskamp Sobibor.

Na onrustige, moeizame jeugdjaren in Amsterdam ontwikkelde Frank Lodeizen zich tot een knap tekenaar en graficus. Hij maakte prachtig werk en kwam tot een omvangrijk oeuvre, zeker voor iemand die vrijwel dagelijks uitzonderlijk veel tijd in de kroeg doorbracht en zich constant in allerlei amoureuze avonturen stortte.

Rifka is de oudste van vier kinderen die hij kreeg met zijn vijfde vrouw. Naast een zusje en twee jongere broers heeft ze nog twee oudere halfbroers.

Hoe vindt u het dat er een boek is over uw vader?
"Ik vind het fantastisch dat Rineke de moeite heeft genomen het allemaal uit te zoeken. Een heleboel dingen die in het boek staan wist ik niet, zoals wat mijn Joodse grootouders deden in het verzet en hoe het leven was in het internaat in Ommen. Daar zat Frank met zijn zusje Rifka vanaf eind 1942, uit bescherming."

Beeld Linda Stulic

"Er was afgesproken dat Frank geen blijk van herkenning zou geven als hij zijn vader daar onder verdachte omstandigheden zou zien. Maar op de voorjaarsdag in 1943 dat de Duitsers naar het internaat kwamen met de gevangengenomen Ernest, riep hij: 'Dat is mijn vader!'"

"In het sterke verhaal dat Frank later vertelde, is hij de Duitsers aangevlogen toen zij zijn vader begonnen te slaan en te schoppen. Zo is het niet gegaan. Hij deed natuurlijk helemaal niets nadat hij zijn vader had verraden, per ongeluk, omdat hij een kind was."

"Wat ik interessant vind, is hoe mensen de waarheid naar hun hand zetten om iets draaglijker te maken. Dat is in dit geval ook goed te begrijpen, want het was natuurlijk verschrikkelijk traumatisch, voor zo'n jongen van elf."

Dat geldt ook voor wat er later die dag gebeurde. Franks ouders hadden afgesproken dat als een van zou worden opgepakt, de ander zich ook zou melden. Zo kwam het dat op het Stationsplein in Amsterdam Rifka en Frank hun moeder weer zagen. Huilend knielde zij neer bij Rifka, omringd door tientallen Duitsers, andere opgepakte Joden en omstanders. Ernest siste tegen Frank: 'Smeer 'm.' Hij rende weg, de hele stad door, zonder te stoppen.

"Die gebeurtenis heeft de rest van zijn leven getekend. Lang dacht hij dat zijn moeder meer hield van Rifka dan van hem. Aan de andere kant zorgde dat huilend neerknielen, waarbij de aandacht werd afgeleid, ervoor dat hij de oorlog heeft overleefd als enige in het gezin. Het is een wonder dat het hem is gelukt, zo'n jongetje nog, alleen in de stad vol Duitsers. Als ik denk aan mijn kinderen, of aan mijn jeugd. Zo veilig. Frank was zo totaal zonder veilig."

"De oorlog is voor veel jonge mensen een verhaal geworden van heel lang geleden, een verhaal van iemands opa of oma. Omdat ik een oudere vader had, voelt het voor mij nog zo dichtbij. Ik kan ook wel boos worden als mensen zeggen dat we eens moeten ophouden over die Tweede Wereldoorlog. Zeker nu. Elkaar buitensluiten en wantrouwen is zo aan de orde van de dag."

Als uw vader uit angst was blijven staan op het Stationsplein, was u er niet geweest.
"Nee, maar het voelt raar om die dag te verbinden aan mijn eigen lot. In mijn hoofd is het meer een filmscène. Het bizarste aan zijn levensverhaal vind ik dat hij is overleden op de dag af 70 jaar na de sterfdag van zijn moeder en zijn zusje. Niet een beetje lullig 71 of 72, nee exact 70 jaar. Hij 28 mei 2013, zij 28 mei 1943. Zeventig jaar blessuretijd. Dat is toch waanzinnig. Ik ben niet religieus, maar ik heb wel het gevoel dat het klopt of zo, dat 28 mei hen weer bij elkaar bracht. Ik denk dat Frank het ook een mooi detail had gevonden. Hij hield erg van goede verhalen."

Heeft u contact met al uw broers en zussen?
"Ja. Mijn oudste broer woont in Wenen. Hij is 61 en zat laatst bij mij aan de keukentafel te vertellen dat hij over drie jaar al met pensioen gaat. Leuke man. Chaim is meubelmaker in Amsterdam. En ik ben de oudste van de vier kinderen die Frank kreeg met mijn moeder. Mijn jongste zusje Noa is de wereldverbeteraar. Ik voel daar een lijntje met mijn grootmoeder. Je zou toch én Joods zijn én in het verzet gaan. Dan zet je met wel met heel veel risico alles op het spel voor een hoger doel."

U bent geboren als Rifke. Was het uw idee om de e te veranderen voor een a? Zocht u een lijntje naar uw tante?
"Nou, dat kwam meer uit mezelf. Omdat ik een lief karakter heb. Ik ben altijd aardig voor iedereen. Toevallig had ik het er vorige week in Luxemburg over met een Nederlandse cameraman. Hij zei: 'Op een buitenlandse set kun je een keer iets anders inzetten, want daar kennen ze je niet, hoef je niet aardige Rifka te zijn'."

Wat een rare opmerking. En wat had u dan moeten doen? Kattig een porseleinen schaaltje met alleen blauwe M&M's eisen of zo? Alsof dat leuk is.
"Nee, niet natuurlijk. Ik zou me eenzaam voelen als ik me zo zou gedragen. Dat aardige karakter hoort bij mij. Het kost soms ook best wat energie, maar ik vind het zo armoedig om geen contact te maken; iemand niet te groeten of te bedanken voor iets. Dat zie je veel hoor, op sets. Je wordt als acteur zo me alle egards behandeld en op een voetstuk geplaatst. Terwijl iedereen daar gewoon zijn werk doet en ik dus ook. Het is een raar iets wat we ervan hebben gemaakt."

Beeld Linda Stulic

Vindt u het gênant?
"Ja, ik vind het heel gênant. In Luxemburg had ik voor het eerst een eigen trailer. Waanzinnig groot ding, alles erop en eraan. Tijdens een van de draaidagen had het meisje van de make-up vreselijke buikpijn. Toch mocht zij niet even op mijn heerlijke bed in die gigantische trailer liggen, ook al vond ik het prima. Dat gaat in tegen de spelregels op zo'n set. Zoiets vind ik ingewikkeld. En vervelend ook gewoon. Maar hoe kwam ik hier?"

Uw naamsverandering van Rifke naar Rifka.
"O ja. Op de middelbare school, de vrije school in Zuid, hadden we een biografieweek waarin we allemaal iets over elkaar moesten schrijven. Over mij stond bij iedereen 'lief'. 'Rif is lief en ze heeft een enorm oor'; 'Rif is lief en ze kan zo goed luisteren'; ik werd er kriegel van. Daar komt de naamsverandering vandaan. Rifke vond ik altijd een beetje slappig klinken. Klaar mee. Zo werd het Rifka."

In het boek zegt uw vader dat u zich ook verbonden voelde met uw tante Rifka.
"Ja, is ook zo. Ik was naar haar vernoemd, maar net niet helemaal. Dat beviel me niet. Ik heb altijd iets met haar gehad, ook al is zij maar zeven geworden."

Ze is even stil. "Ik heb nu een dochter van zeven."

Weer stil. Dan: "Als je iemands naam draagt, moet je er wel wat van maken."

Nou, dat doet u. In twee films gespeeld het afgelopen jaar. Op het Parool Film Festival gaat Kleine IJstijd in première, een film die u heeft geschreven met Paula van der Oest. Twee Gouden Kalf-nominaties.
"Ja, die nominaties maak ik maar snel klein in mijn hoofd. Ik moet ook wel zeggen dat ik niet zo veel concurrentie had, want er waren het afgelopen jaar helaas weinig grote vrouwenrollen. Maar ik ben trots op beide rollen. Ze zijn allebei best heftig. Ik krijg de laatste jaren steeds heftige rollen aangeboden eigenlijk, dingen waarvan ik denk: o my god, ze denken dat ik dit kan."

En niet voor niets.
"Nee, ja, ik heb in elk geval de mazzel gehad dat ik heb mogen groeien als acteur. Vroeger heb ik ook veel rommel gedaan. Stond ik weer in een slechte serie half in mijn blootje te hannesen met een waardeloze dialoog. En toen ik echt jong was, moest ik echt alleen maar uit de kleren. Om gek van te worden. Daarin trek ik nu vaker een grens. Ik ga niet meer zomaar bloot of seks doen, het moet zinnig zijn."

Jeugdfoto Rifka Lodeizen Beeld -

"Ik word nog wel gevraagd, hoor, voor stomme rollen met overbodig bloot. Dan zeg ik nee. Meestal. Ik heb ook soms een jaar dat er wat minder komt en dan moet ik toch iets doen."

Vroeger wilde u dokter worden. Was dat een lagere school ik-wil-juf-dokter-moeder-wordenwens of wilde u het echt graag?
"Ik was er heel serieus over na de middelbare school, voortkomend uit een soort helperssyndroom. Het oudste kind, extreem verantwoordelijk, zorgzaam. Ik ben blij dat ik uiteindelijk een beroep heb gekozen dat tegen mijn karakter ingaat."

"Het is niet logisch dat ik ben gaan acteren. Als kind vroeg ik weinig aandacht, ik had het ook niet nodig. En zo ben ik nog steeds. In een dienstbaar beroep was ik ten onder gegaan, denk ik. Als ik speel, ben ik in dienst van het verhaal."

Uw vader was erg trots op u. Hij riep in de kroeg dat u in een film had gespeeld terwijl u nog Nederlands studeerde en alleen in een reclamespotje had mee­gedaan.
"Ja, en niet in één film, hij zei dat ik al in acht films had gespeeld. En ik maar denken dat hij trots op me was dat ik Nederlands was gaan studeren, want hij hield zo van literatuur. Nee hoor, acht films. Ik stond naast hem te mompelen dat het niet helemaal klopte. Dat hoorde niemand."

Hoeveel films was u verder toen hij doodging?
"Over de twintig. Dat vond hij fantastisch. Denk ik. We hadden er weinig gesprekken over. Hij was wezenlijk geïnteresseerd, maar aan je dagelijks leven had hij weinig boodschap; gewoon, hoe je dag was geweest. De laatste tien jaar konden we het daar überhaupt niet meer over hebben, want hij had vasculaire dementie. Hij vergat steeds meer, kon in gesprekken de draad niet meer vinden. Maar hij kon me aankijken en zien dat het goed met me ging. Dat was dan genoeg. De kroeg-Frank bleef ook lang sterk, sommige van zijn verhalen en mopjes is hij nooit kwijtgeraakt."

Waarin lijkt u op uw vader?
"Misschien in zijn gedrevenheid? Zolang hij het kon, ging hij elke dag naar zijn atelier. Muziekje aan, peukie erbij. Hij was erg vrolijk als hij werkte. Dat ben ik ook. Ik houd enorm van het magische proces van samen een film maken. Maar Frank was echt een bohemien. Verkopen kon hij ook totaal niet. Hij ruilde zijn werken tegen de drankrekening. Of je mocht iets uitzoeken als je aardig was."

"Zijn idee was: ik heb een ochtend fijn iets in elkaar geknutseld. Daar ga ik toch geen 200 gulden voor vragen? Dat vond hij al veel te veel, terwijl het helemaal niks is natuurlijk."

Bent u zakelijk?
"Ik ben geen geldwolf, maar ik laat mijn agent wel onderhandelen, ja. Dat is goed. Een behoorlijk bedrag drukt ook uit wat je waard bent. Ik moet wel toegeven dat het zonder agent niet veel zou worden. Als iemand een keer tegen me zegt: 'Hoeveel?! Nou Rif, wat denk je zelf?', ben ik al weg."

Bent u ook een bohemien?
"Nee, ik ben nooit roekeloos of bandeloos geweest. Ik denk altijd na over wat ik doe, wat de consequenties zijn en of dat nou wel verstandig is. Zelfs in de liefde ben ik zo. Mijn vader vond steeds iemand anders leuk."

"Tuurlijk, ik heb ook weleens dat ik iemand lekker vind ruiken. Dan loop ik door, ik zet het van me af. Ergens wel jammer ook, dat ik zo verantwoordelijk ben altijd, maar ik kan er niets aan doen. Nee, echt, het moet toch best lekker zijn om er een beetje op los te leven?"

Verveelt u zich met die lieve, verantwoordelijke kant?
"Nee. Natuurlijk niet. Ik hunker niet naar een wild leven, en het is ook niet zo dat ik mezelf in bedwang moet houden. Ik zit echt liever aan de keukentafel met mensen die me lief zijn: de man met wie ik al vijftien jaar samen ben, onze kinderen, vrienden. Het enige wat ik wil zeggen, is dat bandeloosheid er van de buitenkant best aantrekkelijk uit kan zien. Ik heb het alleen niet in me, en dat vind ik toch grappig als dochter van Frank."

Mist u hem erg?
"Niet meer. Ik heb het maanden en maanden verschrikkelijk moeilijk gehad met zijn dood. Het voelde als loodzwaar, alles overstelpend liefdesverdriet. Ook fysiek had ik pijn, alsof er een scheur in mijn hart zat. Nu voel ik het alleen nog als ik ga graven of als ik een beeld van hem oproep."

"Wat me ook sterkt, is de ervaring dat dit het leven is; het wordt doorgegeven en daar hoort vergankelijkheid bij. In het eerste jaar voelde ik zo duidelijk de kringloop. Bijzonder ook dat die pijn weer overgaat. Dat zal bij mijn kinderen ook gebeuren en daar ben ik wel rustig over. Nu dan."

Ze lacht een beetje verlegen. "Franks overlijden heeft er ook aan bijgedragen dat ik scenario's ben gaan schrijven. Daar kreeg ik steeds meer behoefte aan."

En, bevalt het?
"Ja. fantastisch. En heel moeilijk, leuk moeilijk. Het voelt heerlijk om niet meer alleen te leunen op acteren. Als je als Nederlandse acteur tachtig dagen in een jaar draait, heb je een goed jaar, maar dan zijn er nog zo veel dagen over."

"En ik word ouder. Ik wil voorkomen dat ik op een dag minder word gevraagd en naast de telefoon ga zitten sippen. Schrijven kun je altijd en overal doen. Het past ook bij me om in mijn eentje te zitten knutselen en priegelen."

Net als Frank.
"Ja, zeker, alleen dan met woorden en zonder zware shag."

Beeld Linda Stulic

Rifka Lodeizen

Geboren op 16 oktober 1972 in Amsterdam

1985-1991
Vwo op het Geert Groote College, Amsterdam

1992
Voorbereidend jaar geneeskunde (niet aan begonnen)

1994
Nederlandse taal- en letterkunde

1996-2000
Theaterschool De Trap

1991
Eerste rol in filmacademiefilm De Provincie

1997
Doorbraak in Hufters & Hofdames van Eddy Terstall. Daarna speelde ze in meer dan veertig films en televisieseries

2004
Gouden Kalfnominatie voor Simon

2009
Gouden Kalf voor Kan Door Huid Heen

2013
Gouden Kalf voor Overspel

2017
Gouden Kalfnominaties voor Tonio en Verdwijnen. Dit jaar verder te zien in La Holandesa, De Wachtkamer en De 12 van Oldenheim (tv-serie). Schreef mee aan Kleine IJstijd, première op het Parool Film Festival

Rifka Lodeizen woont in Amsterdam met haar man Caspar Wijers en hun twee dochters Pilar (13) en Franca (7).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden