PlusInterview

Richard Kofi wordt stadstekenaar: ‘Kijken, kletsen, schetsboekje mee’

Richard Kofi is door het Stadsarchief aangesteld als de nieuwe stadstekenaar van Amsterdam. Een jaar lang zal hij ‘alledaagse vormen van samenzijn, plezier en zorgzaamheid’ onderzoeken en tekenen.

Richard Kofi: ‘Als ik me verveel, gebeuren er rare dingen.’ Beeld Julius Thissen
Richard Kofi: ‘Als ik me verveel, gebeuren er rare dingen.’Beeld Julius Thissen

Als programmeur van het Bijlmer Parktheater ziet Richard Kofi met interesse hoe jongeren uit de buurt geregeld gebruikmaken van het grasveld bij het gebouw. “Ze komen op scooters aan, spannen een net en gaan volleyballen. ik zag verderop in Venserpolder ook zoiets. Daar kwamen jongens bijeen om te touwtrekken.”

Anderen lopen eraan voorbij, Kofi (32) ziet er iets moois en bijzonders in. “Er spreekt een gemeenschapszin uit waar ik en misschien ook de rest van Amsterdam veel van kunnen leren.” En dus wil hij zich als achtste stadstekenaar van Amsterdam (een initiatief van het Stadsarchief) het komende jaar richten op dat soort wat hij noemt ‘alternatieve vormen van samenzijn’.

Zuidoost zal zijn voornaamste werkterrein zijn, maar hij is als tekenaar ook geïnteresseerd in Nieuw-West en Noord. Hij wil naar pleintjes, kappers, sportvelden en buurthuizen. In een persbericht van het Stadsarchief zegt hij: “Ruimte en respect claimen voor samenzijn, plezier en healing is emancipatoir en activistisch.”

Horen in Zuidoost de vele kerken ook niet bij zulke plekken? “O ja, zeker. Wat ik bij Ghanese kerken daar interessant vind, is het samen­komen vóór en na de diensten. Vooraf zie je op het parkeerterrein, zeker nu met corona, al veel mensen druk met elkaar in gesprek. Het is een soort voorpret, heel mooi.”

Werk van Richard Kofi: ‘Tekenen deed ik altijd al wel, maar ik had nooit gedacht er serieus iets mee te kunnen doen.’ Beeld Richard Kofi
Werk van Richard Kofi: ‘Tekenen deed ik altijd al wel, maar ik had nooit gedacht er serieus iets mee te kunnen doen.’Beeld Richard Kofi

Kofi, kunstenaar maar ook werkend voor culturele instellingen, verdeelt zijn tijd tussen ­Arnhem, de stad waar hij opgroeide, en Amsterdam. In de hoofdstad nam hij deze week zijn ­intrek in een atelierwoning in Oud-West. ­

Drie maanden lang is hij artist in residence bij de Thami Mnyele Foundation. De naar een ­vermoorde Zuid-Afrikaanse kunstenaar en ­anti-apartheidsstrijder vernoemde stichting biedt kunstenaars uit Afrika en de Afrikaanse diaspora de mogelijkheid te wonen en werken in Amsterdam.

Kofi is de zoon van een Ghanese vader en een Nederlandse moeder. Welke rol speelde thuis de Ghanese cultuur? “Ik weet niet heel veel van Ghanese folklore, tradities, ceremonies en gebruiken maar mijn vader, die overleed toen ik 17 was, had wel een sterk pan-Afrikaans gedachtegoed. Het heeft me gevormd, als kind, maar zeker ook als volwassene.”

null Beeld Richard Kofi
Beeld Richard Kofi

In 2017 bezocht Kofi voor het eerst Ghana. “Ik werkte in die tijd voor het Tropenmuseum en het Afrika Museum en mijn manager vond dat ik er na een drukke periode maar eens een maand tussenuit moest. Toen ben ik gegaan. Ik had het lang niet gedurfd. Niet omdat ik bang was voor het land, maar omdat ik bang was dat ik er niets te zoeken zou hebben.”

Dubbelbloed

Zijn familie vond hij snel. “Mijn vader had geen contact meer met ze, dus ik wist niet zo goed waar te beginnen, maar binnen zes dagen had ik ze te pakken. Spoorloos kan me inhuren, haha. Iedereen maakte dat ik me heel welkom voelde. Ik voelde me altijd al Nederlander én Ghanees, de term dubbelbloed was op mij echt van toepassing. Maar sinds mijn bezoek aan Ghana heb ik daar ook echt een land en een familie.”

Kofi studeerde algemene cultuurwetenschappen en amerikanistiek, het is niet de gebruikelijke achtergrond voor een kunstenaar. “Het is nog veel gekker, ik wilde eigenlijk topsporter worden.” In welke sport hij het dacht te gaan maken, hoef je gezien zijn lengte van 2,03 meter niet eens te vragen.

null Beeld Richard Kofi
Beeld Richard Kofi

“Ik heb op hoog niveau gebasketbald, maar was toch niet goed genoeg. Toen ben ik gaan studeren. Tekenen deed ik altijd al wel, maar ik had nooit gedacht er serieus iets mee te kunnen doen. Maar nadat ik mijn masterscriptie had ingeleverd, verveelde ik me. En als ik me verveel, gebeuren er rare dingen. Ik begon te tekenen, deelde wat ik maakte met anderen en voor ik het wist had ik in Arnhem een expositie. Nu ben ik stadstekenaar van Amsterdam en heb ik een residency bij de Thami Mnyele Foundation. Ik had het me vroeger niet kunnen voorstellen.”

Strips en graffiti

In zijn in een voormalig schoolgebouw gevestigde atelierwoning moet hij als kunstenaar nog op gang komen, maar her en der liggen al wel tekeningen. De Afrikaanse invloed op Kofi’s werk is duidelijk, maar er lijkt ook een belangstelling voor strips en graffiti uit te spreken. “Klopt. Als jongen heb ik Amerikaanse superheldenstrips verslonden. Die graffiti-invloeden komen uit mijn sporttijd: basketbal en straatcultuur horen bij elkaar.”

Hoe hij als stadstekenaar te werk zal gaan, weet hij nog niet precies. Het zal veel kijken worden, kletsen ook wel, foto’s maken, schetsboekje mee. Ook beraadt hij zich nog op de manier waarop hij zijn werk aan Amsterdammers wil laten zien. Het Parool zal, net als bij eerder stadstekenaars, tekeningen van hem publiceren, maar er moet ook een expositie komen. “Ik wil geen traditionele tentoonstelling, ik wil iets in de openbare ruimte en dan liefst op de plekken die me inspireerden. Ik denk aan een postercampagne.”

null Beeld Richard Kofi
Beeld Richard Kofi
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden