PlusConcertrecensie

Rhapsody in Blue in het Concertgebouw: heerlijk, al kon de glissando nog beter

George Gershwin Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Het blijft een mooi verhaal. Toen Gershwins Rhapsody in Blue in 1924 in de Aeolian Hall in New York in première ging, was de partituur nog niet helemaal af. Ferde Grofré, aan wie Gershwin de orkestratie had uitbesteed, had het vanwege de haastklus aan tijd ontbroken de solopartij voor de pianist in de partituur te zetten. Hij had er alleen ‘Wait for nod’ boven gezet; wacht tot de dirigent knikt. Bij de première was George Gershwin zelf de pianist. Hij wist dus was hij moest spelen toen Paul Whiteman, de leider van de bigband waarvoor hij de Rhapsody had geschreven, hem een teken gaf.

En er is nog een mooi verhaal aan het stuk verbonden. Het inmiddels beroemde langgerekte opwaartse glissando van de klarinet waar het stuk mee begint, was oorspronkelijk door Gershwin als een opeenvolging van losse nootjes bedacht, maar toen Whitemans klarinettist, Ross Gorman, het bij wijze van grap als een huilende wolf speelde, was de componist daar zo door geamuseerd dat hij het idee vereeuwigde.

De soloklarinettist van het Koninklijk Concertgebouworkest, Calogero Palermo, speelde dat glissando donderdagavond prachtig, maar te ernstig, te gecontroleerd en daardoor niet uitzinnig en grappig genoeg. Noem het een detail, maar zo’n glissando bepaalt of een uitvoering van de Rhapsody in Blue goed kan worden, of groots. Het KCO kwam daardoor onder leiding van dirigent Alan Gilbert, voormalig chef van de New York Philharmonic, niet verder dan goed.

Het was niettemin een heerlijk avondje. Gilbert had de Italiaan Stefano Bollani, meegenomen, die behalve een klassieke pianist ook een uitnemende jazzcat is en bovendien een vrolijke Frans. Toen hij opkwam voor de tweede toegift (But Not For Me, solo aan de piano), hield hij de bladmuziek ondersteboven en speelde hij het thema van Deep Purple’s Smoke on the Water.

Het concert begon met Gershwins Cuban Overture, waarvan het staccato van de aanstekelijke ritmiek onvermijdelijk dichtslibde in de ruime corona-akoestiek, nu er maar 350 man in de Grote Zaal mogen zitten. Daardoor kwamen de langzame en zachtere momenten in de stukken, zoals Summertime in Catfish Row: Suite uit Porgy and Bess, verreweg het beste uit de verf.

Het zeer enthousiaste publiek kreeg twee toegiften. Als eerste Rialto Ripples Rag en daarna But Not For Me, uitmondend in een lange, steeds virtuozere improvisatie.

Het concert is nog tot en met zaterdag online te zien en te horen op de site van het Concertgebouworkest.

Klassiek

Rhapsody in Blue

Door Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Alan Gilbert

Met Stefano Bollani (piano)

Gehoord 10/9 Concertgebouw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden