PlusAchtergrond

Reuzenmieren, insecten en andere krioelende beestjes in het Rijksmuseum, én neushoorn Clara

Casa Tomada, van Rafael Gomezbarros. Beeld Henk Wildschut
Casa Tomada, van Rafael Gomezbarros.Beeld Henk Wildschut

Met twee nieuwe tentoonstellingen duikt het Rijksmuseum in de dierenwereld. Met oude en hedendaagse kunst, van minuscule insecten tot een beroemde neushoorn.

Kees Keijer

Je ziet ze al in de passage onder het Rijksmuseum. Langs de gevel kruipen enorme mieren over het glas. Verderop in het atrium voert de stoet verder. Maar in de grote hal van de tentoonstellingsvleugel gaat het helemaal los. Honderden mieren krioelen hier over de wanden. De insecten zijn gemaakt door de Colombiaanse kunstenaar Rafael Gomezbarros. Zijn mierenkolonies zijn al op veel plekken in de wereld neergestreken en nu is Amsterdam aan de beurt. De dieren zijn bijna een meter lang en met de hand gemaakt.

De titel Casa Tomada (Bezet huis) verwijst naar de symbolische betekenis van de kolonie. Gomezbarros maakte zijn mieren als reactie op de Colombiaanse burgeroorlog, waardoor miljoenen mensen hun huis moesten verlaten. Maar het werk gaat ook in algemene zin over migratie en gedwongen verhuizingen, vooral onder invloed van politieke onrust of klimaatverandering.

Rottend vlees

Het idee dat mieren altijd onderweg lijken en dat ze meerdere malen hun eigen gewicht kunnen tillen staat voor de zware last die mensen met zich meedragen als ze huis en haard moeten achterlaten. Saillant detail: elke mier is opgebouwd uit twee afgietsels van menselijke schedels, waarop zand uit verschillende delen van Colombia is gestrooid. De poten zijn gemaakt van jasmijntakken, waarmee tijdens de oorlog slachtoffers werden bedekt om hun geur te maskeren.

De mierenkolonie leidt naar het begin van twee tentoonstellingen in het Rijksmuseum waarin het dierenrijk centraal staat. Onderkruipsels gaat over kleine, krioelende beestjes zoals slangen, hagedissen, padden, schorpioenen, spinnen, kevers, mieren en rupsen. Ze werden vroeger gezien als lagere diersoorten, die in de schepping genoegen moesten nemen met een plek ver onder de mens.

Vandaar dat ze in de middeleeuwen werden geassocieerd met de dood, de duivel en met zonden. In voorstellingen van de hel wemelde het van de slangen, padden en hagedissen. Wormen en vliegen deden zich vooral tegoed aan lijken. Volgens gangbare opvattingen werden allerlei insecten en andere onderkruipsels zelfs geboren uit rottend vlees, zonder dat daar enige voortplanting aan voorafging.

Vliegend hert

In de 16de eeuw verandert de aandacht voor onderkruipsels. Ze werden beschreven, afgebeeld, verzameld en bestudeerd. Pionier was Albrecht Dürer, die voor het eerst een insect als hoofdonderwerp voor een kunstwerk koos. In 1505 tekende Dürer een vliegend hert, een klein maar monumentaal dier dat over het papier kruipt. De tekening kwam in het bezit van keizer Rudolf II, werd een veel gekopieerd icoon en een oermodel voor het uitbeelden van insecten in het algemeen. Kunstenaars gingen daarbij ook opvallend illusionistisch te werk.

De belangstelling voor kleine dieren werd verder gevoed door de opkomst van de wetenschap en de verzamelcultuur. Rariteitenkabinetten werden gevuld met hagedissen op sterk water, opgeprikte vlinders of bijzondere kevers. Die kabinetten werden ook weer geschilderd, zoals het beroemde exemplaar van Domenico Remps uit omstreeks 1690. Niets is wat het lijkt, de ruimtelijke illusies buitelen over elkaar heen.

Confronterend hard waren daarentegen de uitvergrotingen van Robert Hooke, curator van de experimenten van de Royal Society in Londen, die onderzoek deed met een zelfontworpen microscoop. Hij publiceerde in 1665 een boek waarin onder andere sterk uitvergrote vlooien, luizen, mijten en vliegen waren opgenomen. Een vlo bleek een gigantisch geschubd lijf te hebben, harige poten en vileine oogjes. Menig 17de-eeuwer kon er niet van slapen.

Beeldvorming

Albecht Dürer drukte ook zijn stempel op een parallelle tentoonstelling in het Rijksmuseum. Die gaat over een specifiek dier, de neushoorn Clara die in 1741 vanuit India naar Nederland kwam. Clara was een instant sensatie, want destijds had niemand in Europa een neushoorn gezien. Zeventien jaar lang maakte Clara een tournee, van Amsterdam tot Warschau, van Napels tot Londen, en overal trok ze veel bekijks.

Daarmee gaat de tentoonstelling in het Rijksmuseum ook over beeldvorming, want tot dan toe was een prent van Dürer uit 1515 toonaangevend geweest voor de verbeelding van neushoorns. Dürer had zich op zijn beurt weer gebaseerd op verslagen van een neushoorn die in dat jaar in Lissabon was aangekomen. Hij had het dier echte niet in levenden lijve gezien. De Dürerneushoorn ziet eruit als een dier met een ridderharnas. Hij had bovendien twee hoorns, een op de neus en een op de nek.

Door Clara verschoof dat beeld ineens. Haar komst werd in allerlei steden aangekondigd door prenten. Daarin lijkt ze opvallend vaak op de versie van Dürer. Dat verandert als plaatselijke kunstenaars haar naar het leven gaan tekenen. In Parijs, waar Clara een hype was, schilderde Jean-Baptiste Oudry haar op een doek van 4,5 meter breed. Clara werd haar hele leven bekeken, maar hier kijkt ze de bezoeker met enige verwondering aan.

De komst van neushoorn Clara werd aangekondigd door prenten, zoals hier in Venetië in 1751.  Beeld Palazzo Leonari Montanari
De komst van neushoorn Clara werd aangekondigd door prenten, zoals hier in Venetië in 1751.Beeld Palazzo Leonari Montanari

Clara en Onderkruipsels. Van gruwelen tot verwonderen, Rijksmuseum, t/m 15 januari

Hedendaagse kunst

Het Rijksmuseum combineert de historische kunstwerken in de tentoonstellingen met hedendaagse kunst. Zo maakte de Italiaanse kunstenaar Rossella Biscotti in 2016 de installatie Clara, geïnspireerd op de beroemde neushoorn. Stapels bakstenen komen overeen met het gewicht van een volwassen neushoorn en vertegenwoordigen de ballast van het VOC-schip waarmee Clara naar Nederland werd vervoerd. Tabaksbladeren verwijzen naar het vreemde voedsel dat ze at.

Tomás Saraceno toont een frame met spinnenwebben. Hij presenteert dit kunstwerk nadrukkelijk als een samenwerking van zijn studio met spinnen. “U wordt uitgenodigd om een nieuwe, symbiotische verhouding aan te gaan met deze lichamen waarmee we onze beschadigde planeet delen,” aldus de kunstenaar.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden