PlusDe erelijst

Return To Forever van Chick Corea: Meer dan schitterend en ontiegelijk swingend

In deze rubriek bespreekt de muziekredactie van Het Parool een klassieker uit de geschiedenis van pop, jazz of klassieke muziek, die het waard is opnieuw te beluisteren. Deze keer Return To Forever van Chick Corea.

Erik Voermans
null Beeld -
Beeld -

Vijftig jaar geleden verscheen op het label ECM het eerste elektrische soloalbum van Armando Anthony ‘Chick’ Corea, getiteld Return To Forever. De titel van de plaat zou ook de naam worden van de band waarmee hij wereldroem vergaarde, als een van de leidende figuren in het door jazzpuristen verguisde genre genaamd jazzrock, rockjazz of fusion, waarin bij Corea vooral ook stevige latininvloeden hoorbaar waren.

Terug in de tijd Corea, zoon van een Italiaanse trompettist, begon onder de vleugels van zijn vader al concerten te geven toen hij nog op de middelbare school zat. Omdat zijn begaafdheid om een serieuze aanpak schreeuwde, mocht hij naar New York om muziek te gaan studeren aan de Universiteit van Columbia en later de Juilliard School of Music, waar hij het niet lang volhield. Zijn talent was zo groot dat hij het zonder opleiding ook wel redde.

Binnen de kortste keren vond hij werk, speelde als amper twintigjarige al met Mongo Santamaria, Herbie Mann en zelfs een grootheid als Stan Getz. In 1968 trad hij toe tot de band van Miles Davis en speelde mee op albums als Filles de Kilimanjaro, In a Silent Way, Bitches Brew en On the Corner. Hij bleef bij Miles tot 1970, stapte samen met bassist Dave Holland uit de groep en begon de band Circle, waarin hij samen met Anthony Braxton het universum van de freejazz verkende.

Voor ECM nam hij vervolgens twee solopianoalbums op, Piano Improvisations Vol. 1 en 2, waarop hij zich van zijn meest avontuurlijke kanten liet horen. Uit behoefte aan meer structuur nam hij in 1972 met bassist Stanley Clarke, drummer Airto (ook ex-Miles), zangeres Flora Purim en rietblazer Joe Farrell de plaat Return To Forever op, wat ook de naam van de groep werd, die in wisselende samenstellingen tot 1977 bleef bestaan en enorm populair werd.

De beroemdste samenstelling van Return To Forever was die met gitarist Al Di Meola en drummer Lenny White, die het accent legde op virtuositeit en powerplay. De oergroep tapte nog uit een ander vaatje, waaraan het ontbreken van een gitaar in de bezetting ongetwijfeld debet was.

Waarom nu (her)beluisteren? Return To Forever is nog steeds een enorm aanstekelijke plaat, waarop zowel plaats is voor de verstilde, lyrische ballad Crystal Silence, waarin Farrell op sopraansax je de tranen in de ogen speelt, als voor een langgerekte exploratie van latinritmes in het 23 minuten durende Sometime Ago/La Fiesta. Tussen de bedrijven door laat Clarke van zich horen als een extreem vingervlugge bassist, maar nog zonder de exhibitionistische trekjes die hij later zou ontwikkelen. Corea zelf bespeelt maar één instrument, de Fender Rhodes elektrische piano, maar dat doet hij meer dan schitterend, zowel met kleurrijke harmonieën als met ontiegelijk swingende melodische partijen. De zangpartijen van Purim (en zeker de teksten) blijven een acquired taste.

Verder luisteren. Mooi, maar al een stuk agressiever, is ook het album Hymn of the Seventh Galaxy, met Bill Connors op gitaar, de man met het mooiste vibrato ter wereld. Connors zou later worden vervangen door Di Meola.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden