Plus PS

Remco Campert: 'Mijn herinneringen zijn mijn goudmijn'

Remco Campert (88) schrijft nog elke dag. Poëzie, want proza is hem te veel. Zo werkt hij aan zijn eerste politiek-geëngageerde bundel, 'over Assad en andere schoften'. Een gesprek over zijn vader - verzetsheld Jan Campert - zijn eigen leven en levensstijl. 'Ik heb veel versjteerd, maar dat stop ik liever weg.'

Remco Campert: 'Ik was niet bekend met wat een ouderlijk huis of het hebben van een vader betekent' Beeld Koos Breukel

Remco Campert zit aan de tafel bij het raam, in de woonkamer van het huis dat hij met zijn vrouw Deborah Wolf alweer 22 jaar bewoont.

'Campert' staat op de naamplaat bij de brievenbus, maar eenmaal binnen is de hand van Deborah, voormalig galeriehoudster en kunstverzamelaar voor ABN Amro, goed te zien: schilderijen van Lucebert en Reinier Lucassen zijn dominant aanwezig in het klassieke interieur.

Campert vraagt of het goed is dat hij rookt en steekt meteen met groot genoegen een sigaret op. In de asbak, naast een schaaltje met twee gevulde koeken, liggen vier peuken.

Brengt u op deze plek veel tijd door?
"Ik zit hier delen van de dag, als ik niet schrijf of andere activiteiten heb. Het is fijn op de straat te kunnen kijken. Hier tegenover is een hotel. Er is veel discussie over de toeristen in Amsterdam, maar ik word vrolijk van die opgewekte mensen, die toch maar de moeite hebben genomen om naar onze stad te komen."

Maakt u nog wel wandelingen door de stad?
"De rondjes zijn klein geworden, moet ik zeggen. We gaan geregeld naar het Stedelijk, hier om de hoek, om even iets te eten."

Heeft dat invloed op uw werk?
"Hoe bedoel je?"

Dat u nu minder buiten komt en minder inspiratie kunt opdoen?
"Daarvoor heb ik in mijn leven al genoeg rondgelopen. Mijn herinneringen zijn mijn goudmijn. Ik kan me vanuit mijn luie stoel bijvoorbeeld zo verplaatsen naar Frankrijk, waar we 35 jaar een huis hebben gehad. Het is niet nodig grote afstanden af te leggen om ergens door geraakt te worden. Op elke hoek van de straat gebeurt wel iets. Of zelfs op elke stoeptegel."

"Wat me wel opvalt: een mens past zich altijd aan. Ik heb tegen deze periode, de ouderdom, behoorlijk opgezien. Nu het zover is, valt het me mee. Er zijn gebreken, maar die hinderen me niet in die mate dat ik niet meer kan genieten."

U hebt het drinken wel geminderd.
"Dat was wellicht verstandig, om daarop te gaan letten. Wij drinken thuis nu drie glaasjes rood per dag. Geen hele flessen meer, dus."

Remco Campert in 1988 Beeld Koos Breukel

Het leven van Remco Campert is nauw en onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van De Bezige Bij, zijn uitgever. Zijn vader, de verzetsheld Jan Campert (1902-1943), schreef in de oorlog het gedicht Het lied der achttien dooden, de eerste uitgave van De Bezige Bij.

Oprichter Geert Lubberhuizen maakte er een rijmprent van, die ten bate van de verzetsactiviteiten clandestien werd verkocht en verspreid.

In 1952 publiceerde Remco Campert zijn eerste bundel bij De Bezige Bij, getiteld Een Standbeeld Opwinden. Nu, op zijn 88ste en vele boeken en literaire onderscheidingen verder, is hij nog altijd dagelijks actief als auteur en dichter.

Onlangs werd bij De Bezige Bij, aan de buitengevel, een gedicht van u onthuld. Wat betekende dat voor u?
"Bij binnenkomst bij De Bij valt het oog meteen op het grote plakkaat met Het lied der achttien dooden. Een mooi gedicht, veel meer dan een gelegenheidsgedicht. Het is daarom voor mij betekenisvol dat nu ook aan de buitenkant van het pand een gedicht van een Campert is te zien."

Wilt u Iemand stelt de vraag voorlezen?
(Na een kleine aarzeling):

"Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z'n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt
in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen."

U schrijft wekelijks in de Volkskrant over poëzie. U krijgt daar nooit genoeg van?
"Nooit. Als lezer niet en als schrijver evenmin. Het begint al als ik wakker word. Dan zit er een regel in me. Een vrucht van een droom, vermoed ik. Al weet ik niet precies waar dat vandaan komt."

"Die eerste stap is het makkelijkst - het idee valt me zomaar in. Daarna begint het maken en schaven en het zwoegen, al heeft de dichter het een stuk makkelijker dan de glazenwasser en de bouwvakker."

"Ik heb me weleens afgevraagd: wat zou ik gedaan hebben als ik niet geschreven had? Een woestijn zie ik dan voor me. Ik schreef al op de middelbare school verslagjes in de schoolkrant, maar ook proza en versjes. Dat deed ik toen onder de naam Klungel. Eigenlijk is dat nooit gestopt."

Hoe was uw schooltijd?
"Mijn moeder, de actrice Joekie Broedelet, had een engagement in Amsterdam en in verband daarmee verliet ik Den Haag, waar ik ben geboren. We woonden boven een oude paardenstal, waar de NSB eenmaal per week liederen kwam zingen, maar het was een leuke buurt, pal naast de Alhambra, een van de vele verdwenen bioscopen."

"Ik heb op het Frederiksplein op school gezeten, maar dat duurde niet lang. Daarna ging ik naar het Amsterdams Lyceum op het Valeriusplein. Over de Weteringschans liep ik naar lijn 16 op het Weteringcircuit. Die tram stopte voor school, maar dan moest ik natuurlijk wel eerst instappen. Dan liep ik over de Weteringschans... Zal ik nu wel of zal ik niet?"

"Vaak sloeg ik resoluut rechtsaf, richting de binnenstad, naar Cineac. Ik vond school verschrikkelijk, al had ik er goede vrienden, zoals Rudy Kousbroek, met wie ik in het Lyceum Café veel tijd doorbracht. Ik heb me op school nooit prettig gevoeld en ben er in de vijfde vanaf gegaan."

Remco Campert: 'Het begint al als ik wakker word. Dan zit er een regel in me' Beeld Koos Breukel

Uw vader was toen al uit beeld?
"Ik heb hem nooit echt gekend. Vergeet niet dat hij ons verliet toen ik drie was. Daarna heb ik hem nog enkele keren gezien. In de oorlog was dat, toen hij voor de spertijd langskwam bij mijn oma, waar ik destijds in huis was."

Heeft u wel een herinnering aan hem?
"Ik weet nog dat hij me kuste bij binnenkomst. Dan rook ik een lichte geur van parfum - hij was een onvervalste ladykiller. Als ik eraan terugdenk, ervaar ik dat toch als geluk. Ook als ik denk aan het moment dat mijn grootmoeder mij vroeg om de wijn in te schenken. Dat was een gewichtige zaak."

"Eigenlijk heb ik, als ik zo mijn gedachten laat gaan, een warme herinnering aan hem. Al heb ik heb niet vaak gezien. Dat is natuurlijk ook ingevuld door wat hij in die oorlogsjaren heeft gedaan."

In een van uw recentere gedichten omhelst u hem in café Scheltema.
"Dat was een droom. Daar heb ik schrijvend nog het een en ander aan toegevoegd. Dat soort dromen heb ik trouwens altijd wel gehad, maar ze komen, nu ik ouder word, vaker voorbij. Dan huil ik een potje en word ik wakker."

Is het niet moeilijk dat uw vader zo'n dominante rol in uw leven speelt, terwijl hij al in 1943, in het concentratiekamp Neuengamme, is gestorven?
"Zo kijk ik er niet naar. Ik pieker niet over dat soort zaken. Waarom zou ik? Er verandert niets aan."

Dan kan het nog wel moeilijk zijn.
"Ik heb trouwfoto's van mijn vader. Die staan op een kastje en daar kijk ik soms naar. Het is lang geleden allemaal. Mijn leven is ertussen gekomen. Zelfs daarvan zijn al flarden in de mist verdwenen. Zo hoort het ook te gaan. Je neemt alles mee, en denkt over veel na, maar dat hoeft niet allemaal zwaar te zijn. Ik kijk vooral met genoegen terug op het verleden. Natuurlijk heb ik ook veel versjteerd, maar dat stop ik toch liever weg. Het verpest mijn humeur als ik daarin te veel ga roeren."

U spreekt lichtvoetig over wat een ingewikkeld leven lijkt: uw kinderjaren bracht u door bij grootouders en in een pleeggezin, en dan komt uw moeder in 1943 ook nog vertellen dat uw vader dood is.
"Ik heb een talent voor geluk en ben een kampioen in het vermijden van nare gedachten. Dat kost me gewoon weinig moeite."

U was lid van de literaire stroming De Vijftigers. Bert Schierbeek, Rudy Kousbroek, Gerrit Kouwenaar, Simon Vinkenoog en de anderen - allemaal dood.
"Daar denk ik juist heel vaak aan. Ik droom veel over ze. Kousbroek komt vaak 's nachts terug, evenals Kouwenaar. Het was een opmerkelijke generatie. Ik ben de enige overlevende van de vriendengroep. Een vreemd idee. We waren zo hecht. Aan de andere kant: ik ben blij dat ik de enige overlevende ben. Ik was per slot van rekening ook de jongste."

Verlangt u terug naar die tijd?
"We kropen vaak bij elkaar, vooral omdat we geregeld te veel hadden gedronken. Dan sliepen we bij Jan Elburg. Die had het grootste huis. Nu zouden we dat misschien vreemd vinden, of misprijzend 'bohemien gedrag' noemen. Maar wij kwamen uit die jaren vijftig en braken dwars door alles heen, hunkerend naar vrijheid. Tijden veranderen, dat is waar. Maar ik ben zelf eigenlijk niet zo veranderd. Ik voel me nu net zo vrij als toen."

En de liefde?
"Dat was wel een gedoe, in die tijd. We rommelden maar wat aan. Nu kun je zeggen: vreemd. Toen was dat gewoon zo. Een succes kan ik het niet noemen. Het is goed dat we nu allemaal proberen iets trouwer te zijn. De vrije liefde is nogal afleidend en maakt het leven slordig."

Remco Campert: 'Mijn herinneringen zijn mijn goudmijn' Beeld Koos Breukel

Zit daar niet nóg een roman in?
"Ik schrijf nu alleen nog maar poëzie. Het is me te veel, dat proza. Hôtel du Nord was in 2013 mijn laatste roman. Ik zou er graag nog één maken, maar ik weet niet of het erin zit. Er gaat veel tijd verloren aan mijn columns, al klinkt dat te negatief. Ik vind het heerlijk om die stukjes te maken en lezers te attenderen op een mooi gedicht."

Waar werkt u momenteel aan?
"Ik werk aan een boek met gedichten over de crises in het Midden-Oosten. Dat wordt, zou je kunnen zeggen, mijn eerste politiek-geëngageerde bundel. Over Assad en andere schoften. Ik dacht: ik ben dan wel dichter, maar ik moet nu toch even het luchtledige verlaten om mijn stem te laten horen."

"Er is op veel plekken hard gevochten voor vrijheid. Het doet pijn om te zien dat diezelfde vrijheid door megalomane heersers en gelovige gekken wordt verkwanseld. Daar wilde ik een punt over maken. Het is een bijna journalistiek werk, omdat het gebonden is aan deze tijd."

U staat niet te boek als een politiek schrijver...
"Dat is zo. Maar als je ziet wat er momenteel allemaal gebeurt, met die aanslagen en het drama in Syrië. Er zijn al 400.000 mensen gedood en we staan erbij en kijken ernaar. Niet te geloven."

"En als die mensen dan naar Europa vluchten, worden ze als vuil behandeld of erger nog: op zee overboord gekieperd. Die mensensmokkelaars zijn de kampbeulen van deze tijd. Ik moet daar iets over kwijt. Het is geen periode om al te vrijblijvend te zijn."

Remco Campert: 'Ik heb me weleens afgevraagd: wat zou ik gedaan hebben als ik niet geschreven had?' Beeld Koos Breukel

Het schrijverschap is veeleisend. Heeft u er spijt van dat u uw dochters lange tijd weinig zag?
"Ik wist niet beter, denk ik. Door mijn eigen ervaringen. Dat klinkt als een slap excuus, maar zo zit het in elkaar; ik was niet bekend met wat een ouderlijk huis of het hebben van een vader betekent."

"Ik ben gescheiden van hun moeder toen Manuela en Cleo heel jong waren. Zij gingen bij haar, in de Bijlmer, wonen. Later kwamen ze bij ons over de vloer en gingen we gezamenlijk naar het huis in Frankrijk."

"Maar het is zeker zo dat ik de tijd nam om mijn eigen dromen na te jagen. Ik ging en ga graag mijn eigen gang en ben altijd op mezelf geweest. Zelfs in gezelschap ben ik vaak afwezig."

Uw bent sinds 1996 getrouwd met Deborah. Jullie woonden na een eerdere, lange relatie vijftien jaar niet bij elkaar om uiteindelijk toch voor elkaar te kiezen. Kunt u uitleggen waarom?
"Die andere liefdes werden nooit iets; ik was te gehecht aan Deborah. Die nieuwe vriendinnen klaagden ook: hij gaat steeds terug naar die vrouw. Onze vrienden hebben overigens ook de juiste richting aangegeven: Jan en Johanna Mulder, Kees en Barbara van Kooten, ze nodigden ons altijd met zijn tweeën uit. Op een gegeven moment wisten we: wij horen gewoon bij elkaar."

Remco Campert: 'De vrije liefde is nogal afleidend en maakt het leven slordig' Beeld -

Deborah noemt u een ondoorgrondelijke en vooral ook een wonderlijke man.
"Dat begrijp ik wel. Ik was slordig met het leven, met de drank. Altijd op pad, behoorlijk los van de werkelijkheid. Ik heb lang een romantisch idee over het kunstenaarschap aangehangen. Dat het erbij hoort dat je veel in cafés zit en veel drinkt. Nu besef ik dat ik het een beetje heb overdreven. Het kan best wat minder."

U bent een groot schrijver. Maar is uw talent voor geluk niet uw grootste kwaliteit?
"Dat zou kunnen. Ik ben in elk geval heel gelukkig. Ik kan nog elke dag schrijven. Zolang dat zo is, hoor je mij niet klagen."

Wat is het geheim?
"Het is een kwestie van aanleg, vermoed ik. Ik heb niets met sombere gedachten of zwartgalligheid. Al gaat natuurlijk niet achter elke lach vrolijkheid schuil. Maar het helpt zeker - lachen. Het brengt het hart tot rust."

In het voorjaar van 2018 verschijnt een nieuwe bundel gedichten. In de zomer van 2018 publiceert De Bezige Bij de biografie van Mirjam van Hengel over Campert. Na de zomer volgen de gebundelde columns over poëzie.

Remco Campert
28 juli 1929, Den Haag

1949 Trouwt met Freddy Rutgers. Het echtpaar gaat in 1955 uit elkaar
1952 Publicatie eerste bundel bij De Bezige Bij
1957 Trouwt met schrijfster Fritzi Harmsen van Beek. Het huwelijk houdt tot 1960 stand
1960 Ontmoet Lucia van de Berg, met wie hij twee dochters krijgt: Emanuela en Cleo
1961 Het leven is vurrukkulluk, in 2017 verfilmd door Frans Weisz
1966 Relatie met Deborah Wolf, met wie hij tot 1980 samenblijft
1976 P.C. Hooft-prijs
1996 Huwelijk met Deborah, met wie hij opnieuw samen is
2015 Prijs der Nederlandse Letteren

Remco Campert is getrouwd met Deborah Wolf. Ze wonen in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden