PlusAchtergrond

Rembrandts ontwikkeling: van trucs naar speels gemak

De Brillenverkoper, een van de panelen met de zintuigen. Beeld Museum De Lakenhal

Het Rembrandtjaar eindigt met een tentoonstelling die je eigenlijk aan het begin van het jaar had willen zien. De Lakenhal in Leiden presenteert de ontwikkeling van de molenaarszoon als jonge schilder en tekenaar.

Je volgt Rembrandts eerste geploeter in zijn geboortestad Leiden tot het moment dat hij zich als geslaagd kunstenaar in Amsterdam vestigt en zijn carrière in een stroomversnelling komt. Het was natuurlijk mooi geweest als het Rembrandtjaar met deze tentoonstelling was begonnen, maar de Lakenhal opende halverwege het jaar pas weer zijn deuren na een jarenlange verbouwing. Vandaar dat Jonge Rembrandt, Rising Start pas op het laatst aan bod kwam.

De timing is misschien niet ideaal, maar toch is dit een geweldige tentoonstelling, waarin de ontwikkeling van Rembrandts vroege werk stap voor stap kunt volgen. De eerste werken van Rembrandt die bewaard gebleven zijn, zijn gemaakt omstreeks 1624, toen de schilder een jaar of achttien was. Dat was geen uitzonderlijke leeftijd. Jongens gingen destijds al op hun twaalfde jaar in de leer bij een meester die lid was van het gilde. Ze begonnen met verf wrijven en mengen, kwasten reinigen en andere hand- en spandiensten, maar op hun achttiende werden ze geacht zelfstandig te kunnen schilderen.

Knullig

De vroegste schilderijen zijn vijf panelen met de vijf zintuigen, waarvan er één in Leiden hangt. Als je voor dat schilderij staat, besef je dat Rembrandt geen wonderkind was. De anatomie van de figuren is een beetje knullig, ze zitten bovendien wat onhandig in het kader gepropt en de jonge schilder wil een paar verhalen tegelijk vertellen. Hij weet de aandacht van de kijker nog niet langdurig vast te pakken.

Vlak daarna volgt een paar werken waarin de compositie overvol is, waardoor het eigenlijke onderwerp van het schilderij wordt ondergesneeuwd door bijzaken. De kleuren zijn helder, zoals bij zijn leermeester Pieter Lastman, de onderwerpen komen voornamelijk uit de Bijbel. Rembrandt is in deze fase ambitieus, maar de voorstellingen zijn te verbrokkeld.

Met de kennis van wat er komen gaat is het wel fascinerend om te zien hoe Rembrandt allerlei trucs probeert die later terugkomen. In De steniging van de heilige Stefanus plaatst hij een felverlicht tafereel met de hoofdpersonen tegenover een groep gemeneriken in de schaduw. Hij verkent de dramatische werking van licht en donker, al lukt dat nog niet goed. Op hetzelfde schilderij zien we ook iets anders wat later een handelsmerk wordt: zijn eigen hoofd. Rembrandt heeft zichzelf in de menigte weergegeven, achter de heilige die gestenigd wordt. Hij kijkt de toeschouwer recht aan, alsof hij deze deelgenoot wil maken van het gruwelijke tafereel.

Christus te Emmaus.Beeld Musée Jacquemart-André

Dramatisch

Je ziet dat hij constant experimenteert. De heldere kleuren van zijn allereerste doeken maken plaats voor gedemptere tonen. Hij plaatste zijn figuren in theatraal licht waardoor hij de blik van de kijker naar het belangrijkste onderwerp van de compositie dirigeert. Ook probeert hij naast de gebruikelijke Bijbelse voorstellingen allerlei verschillende onderwerpen uit, van zelfportretten tot genretaferelen. Langzaam krijgt Rembrandt vooral de werking van het licht in zijn vingers. In Christus te Emmaus uit 1629 is Christus als een donker silhouet weergegeven voor een kaars. Het licht is zeer natuurgetrouw, maar openbaart tegelijk op dramatische wijze een goddelijke aanwezigheid.

Kijken we naar Rembrandts vroege etsen, dan was het resultaat aanvankelijk nog onhandiger dan bij zijn schilderijen. Hij begon met composities die veel te ingewikkeld waren en waarin hij duidelijk nog moest wennen aan de eigenaardigheden van de etskunst. Maar als hij zijn voorstellingen vereenvoudigt, krijgt Rembrandt grip op de techniek. Omstreeks 1633, als hij inmiddels naar Amsterdam is verhuisd, heeft hij de techniek onder de knie. Dat zie je aan de vloeiende overgangen van licht naar donker. Rembrandt veroorlooft zich in zijn etsen ook vrijheden die in zijn schilderijen not done zijn. Dan geeft hij een Bijbels tafereel achteloos een alledaagse draai, door op de voorgrond een hond een stevige drol te laten draaien.

Jonge Rembrandt, Rising Star, Museum De Lakenhal, Leiden, t/m 9/2

Lezen over Rembrandt

Tegelijk met de tentoonstelling in De Lakenhal verscheen ook een boek over de jonge Rembrandt van Onno Blom, die eerder een biografie schreef over Jan Wolkers. Er staan veel vraagtekens in het boek, want er is feitelijk niet zo gek veel bekend over de Leidse tijd van Rembrandt. Blom schrijft mooi en gepassioneerd over de leefwereld van Rembrandt, over Leiden in het begin van de zeventiende eeuw. Maar als het over het leven van de schilder zelf gaat en diens artistieke motieven, blijft Blom steken in vage suggesties en roept hij vragen op die hij zelf ook niet kan beantwoorden.

Rembrandts plan: de ware geschiedenis van zijn faillissement van Machiel Bosman is minder bloemrijk geschreven, maar het boek is wel origineler. Bosman dook in de achtergronden van Rembrandts faillissement, dat in vroeger eeuwen vaak werd uitgelegd in het licht van zijn onhandige bedrijfsvoering. Rembrandt zou een gat in zijn hand hebben. Bovendien was hij een onbetrouwbare schoft die zijn voormalige minnares in een gesticht zou hebben laten opsluiten. Voor dat laatste is volgens Bosman geen enkele belastende bron bekend. En Rembrandt financiële ellende blijkt het gevolg van een cruciale inschattingsfout, toen hij de waarde van zijn boedel moest bepalen.

Onno Blom, De jonge Rembrandt Een biografie, De Bezige Bij; 304 pagina’s; € 29.99.

Machiel Bosman, Rembrandts plan: de ware geschiedenis van zijn faillissement. Athenaeum; 218 pagina’s; € 17,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden