PlusAchtergrond

Rembrandt schetste olifant Hansken naar het leven, snel, maar virtuoos

‘Zij deed met haar slurf dingen die geen mens met zijn rechterhand beter kon doen.’ In de hele zeventiende eeuw waren er slechts enkele olifanten in Europa. Een daarvan was Hansken, aan wie het Rembrandthuis nu een zeer vermakelijke tentoonstelling wijdt.

Olifant Hansken getekend door Rembrandt in 1637 Beeld Rembrandt Museum
Olifant Hansken getekend door Rembrandt in 1637Beeld Rembrandt Museum

De Indische vrouwtjesolifant Hansken was in 1633 vanuit het Verre Oosten naar Amsterdam gebracht, waar ze al snel een sensatie werd. Dierentuinen bestonden nog niet in de zeventiende eeuw (de eerste dierentuin werd in 1752 geopend in Wenen; Artis dateert van 1838), alleen de allerrijkste en -machtigste mensen konden zich levende dieren uit verre landen veroorloven. Frederik Hendrik, bijvoorbeeld, stadhouder en admiraal-generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, had in 1629 al aan de Vereenigde Oostindische Compagnie gevraagd om een aantal zeldzame beesten naar Holland te sturen: een gespikkeld hert, een steenbokje, twee kaketoes, twee ‘Zuidlandse katten’ en een jonge olifant.

Moeizame reis

Het schip met het olifantje raakte tijdens de zeven maanden durende tocht bij Kaap de Goede Hoop in brand doordat een bootsjongen een kaars liet vallen en zonk vervolgens. Het voor de menagerie van de prins bestemde olifantje kwam daarbij jammerlijk om het leven. De tweede poging, waarbij behalve een olifant ook een luipaard, aan Aziatisch hert, een kasuaris en een luipaard werden verscheept, verliep ook niet helemaal gesmeerd: kort na aankomst in Amsterdam sloeg het luipaard de kop af van de kasuaris. En Hansken drukte het hert dood door erop te gaan liggen. Alleen de olifant en het luipaard belandden levend in het paleis van Frederik Hendrik bij Rijswijk.

Frederik Hendrik stemde er direct na aankomst in de haven van Amsterdam al mee in dat nieuwsgierige mensen de dieren tegen betaling konden bekijken – de opbrengst ging naar arme Amsterdammers. In Rijswijk ging het vervolgens net zo. Maar de inkomsten namen geleidelijk aan af, en het olifantje bleef dagelijks 24 broden van acht pond consumeren. Frederik Hendrik had inmiddels ook een kameel gekregen van de koning van Perzië en een chimpansee uit Afrika, en schonk Hansken in 1636 aan zijn achterneef Johan Maurits. Die deed Hansken al snel weer van de hand – voor de somma van 8000 gulden – omdat hij naar de toenmalige Nederlandse koloniën in Brazilië vertrok.

Hansken werd nog twee keer doorverkocht, de laatste keer aan Cornelis van Groenevelt voor 20.000 gulden. Dat was twintig keer het jaarsalaris van een predikant in een kleine stad; voor dat bedrag kon je ook een deftig huis kopen.

Maar Hansken was het geld waard. Van Groenevelt leerde haar 36 trucs (ze kon met een vlag zwaaien en een dief in het publiek ontmaskeren) en trok vervolgens met Hansken door half Europa. Een van de eerste plaatsen waar Hansken te zien is geweest, was Amsterdam. In september of oktober 1637 moet Rembrandt van Rijn (1606-1669) haar daar voor het eerst hebben gezien, op de kermis op de Botermarkt (het huidige Rembrandtplein), om de hoek van zijn huis aan de Binnen-Amstel. Hij schetste haar ‘nae ’t leven’ (naar het leven): snel, maar virtuoos, en profile, met zwart krijt en houtskool voor de donkere contourlijnen en schaduwpartijen. In september 1641, toen Hansken opnieuw in Amsterdam was, tekende Rembrandt haar nogmaals. Etend, liggend en staand; ernaast staat een mansfiguur, zodat duidelijk wordt hoe groot het beest is.

Ook legde Rembrandt de bewegingen van Hansken vast: een opgeheven achterpoot, een omhoog wippende staart en haar zwiepende slurf. Hij zag de korte, opstaande haartjes op haar hoofd, hoe het wonderlijke schepsel haar oren liet hangen en hoe de plooien in haar huid liepen, zo is te zien op twee fraaie tekeningen uit de collectie van het Albertina Museum in Wenen.

In 1638 verwerkte Rembrandt het Indische olifantje in een ets van Adam en Eva in het paradijs (collectie Rijksmuseum). Ze is dik en rond, haar slurf wijst opgeheven naar voren. Adam en Eva moesten in het paradijs kiezen tussen goed en kwaad. De afgebeelde beesten refereren daaraan. De enorme draak in de boom staat voor het kwaad, het olijk trompetterende olifantje dat op de achtergrond komt aangehobbeld staat voor het goede.

Het einde van het beroemde olifantje, getekend door Stefano della Bella. Beeld Stadel Museum/ARTOTHEK
Het einde van het beroemde olifantje, getekend door Stefano della Bella.Beeld Stadel Museum/ARTOTHEK

Tragisch einde

Met Hansken liep het ondertussen minder goed af. Haar laatste, anderhalf jaar durende reis was door Italië. Hanskens optreden in Rome in de zomer van 1655 leverde Cornelis van Groenevelt een uitnodiging op van kardinaal Leopoldo de Medici in Florence. Op 7 oktober arriveerde de karavaan in Florence; de dagen erna kwam een groot aantal mensen kijken in de beroemde Loggia dei lanzi, tot profijt van haar meester. Maar op 9 december was het circus opeens voorbij; Hansken stortte met een daverende dreun ter aarde. Ze was 26. De Italiaanse tekenaar-graveur Stefano della Bella legde haar tragische einde vast in een aantal tekeningen die ook in het Rembrandthuis te zien zijn.

Het verhaal ging dat Hansken was vergiftigd door iemand die jaloers was op Van Groenevelts publiekslieveling, later bleek een onbehandelde infectie aan een poot de oorzaak. Er waren acht ossen nodig om de olifant, gelegen op een trekslee, naar de Boboli-tuinen te brengen. Het skelet van Hansken werd na te zijn geprepareerd overgebracht naar het Ufizi. Tegenwoordig staat het in het Museo di Storia Naturale. De schedel is nu een van de pronkstukken van Hansken, Rembrandts olifant; in Florence moeten ze het tijdelijk doen met een kunststof replica uit China.

Hansken, Rembrandts olifant: t/m 29 augustus in Museum Het Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4.
Michiel Roscam Abbing: Rembrandts olifant: in het spoor van Hansken, Leporello Uitgevers, 135 blz., € 14,90.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden