Plus Dubbelinterview

Regisseurs Lodewijk Crijns en Sam de Jong keuren elkaars films

Regisseurs Lodewijk Crijns (49) en Sam de Jong (33) bekeken elkaars films: de horrorthriller Bumperkleef en het realistische sprookje Goldie. ‘Net als jij heb ik mijn eerste films heel vrij gemaakt.’

Regisseurs Lodewijk Crijns en Sam de Jong. Beeld Ivo van der Bent

Bumperkleef en Goldie zijn te zien op de vierde editie van Parool Film Fest. Het jaarlijkse filmfestival vindt plaats van 9 tot en met 13 oktober en wordt georganiseerd door Het Parool en September Film. Ga voor meer informatie en tickets naar de website van Paff.

Lodewijk Crijns lacht. “Ik zag die expressieve tekeningen in Goldie en dacht: laat ik niet achterblijven.” En dus heeft hij de storyboards van zijn nieuwe thriller Bumperkleef meegenomen voor dit gesprek met collega Sam de Jong. Eigenhandig tekende Crijns (Eindhoven, 1970) elk filmshot uit, lang voor de technisch complexe opnamen begonnen. 

De film, waarin de koppige Hans door de chauffeur van een wit busje maniakaal wordt bestraft voor zijn botte rijstijl, is in feite één lange achtervolging.

Waar Crijns draaide op Nederlandse snelwegen, trok De Jong (Amsterdam, 1986) naar New York voor zijn tweede speelfilm Goldie, een expressief sociaalrealistisch sprookje over de strijdbare Goldie die het probeert te maken aan de rafelranden van de stad. Het zijn twee films die aan het oppervlak moeilijk meer zouden kunnen verschillen. Maar de twee makers blijken al snel prima door één deur te kunnen.

Lodewijk Crijns: “Net als jij heb ik mijn eerste films heel vrij gemaakt. Maar ik moest constateren dat er geen publiek voor was. Mensen noemden me een artfilmer, maar mijn persoonlijke interesse lag daar nooit. Dus ben ik me gaan verdiepen in het publiek en in wat ik zelf graag zie. Dan kom je al snel uit bij genrefilms. Daarin probeer ik wel de clichés te omzeilen.”

“Met Bumperkleef hebben we een horrorthriller gemaakt die zich helemaal overdag afspeelt. En het gaat niet over vijf tieners in een auto op weg naar een vakantie, maar over een gezinnetje. Want dat zie ik al mijn vrienden doen: die moeten hun kinderen in de auto zien te krijgen om op tijd bij opa en oma te zijn.”

Sam de Jong: “Ik weet niet of het vermijden van clichés bij Goldie zo bewust was. De eerste versies van het script waren veel fantasierijker, maar hoe meer research ik deed en hoe meer mensen ik sprak, hoe serieuzer het werd. Ik heb wel geprobeerd er een kleurrijkheid in te houden, omdat ik veel kleur zag in het echte leven van hoofdrolspeelster Slick Woods. Ik ben niet heel erg bezig geweest met het publiek; als een producent de film met mij wil maken, ga ik ervan uit dat hij er publiek voor kan vinden. Ik wil me gewoon toeleggen op het maken van de best mogelijke film, binnen mijn smaak.”

Buitenstaander

LC: “Met nadenken over het publiek bedoel ik niet alleen: wat wil het publiek zien? Maar ook: wat denkt het publiek en hoe kan ik daarmee spelen binnen het verhaal? Een mooi voorbeeld daarvan in Goldie vind ik het moment waarop zij door haar stiefvader een trap mee op wordt gelokt. Ik denk dan: ze wordt verkracht, maar jij doet er iets anders mee.”

SdJ: “Ja, dat is een spel. Dat soort momenten vinden we vaak pas in de montage. We zochten op de set ook wel naar ruimte om te improviseren, maar uiteindelijk sta je toch met een crew van veertig mensen – kleiner lukt in Amerika gewoon niet, omdat je zit met vakbonden en dat soort dingen. Maar het is wel een film waarin alle acteurs hun levens meenemen in de personages. De meesten hadden nooit eerder geacteerd, en dat geeft allerlei cadeautjes, accenten en kleuren die ik als Amsterdammer nooit zelf had kunnen schrijven.”

Bumperkleef van Lodewijk Crijns.

LC: “Ik wilde dit keer juist met professionele acteurs werken, die ook als ik ze niet regisseer een goede performance geven. Zodat als de hel losbreekt en ik alleen maar bezig ben met camera-auto’s en verkeersopstoppingen, zij gewoon doen wat nodig is.”

LC: “Had je ook zwarte mensen in de crew?”

SdJ: “Ja, heel veel. Ik was me van het begin af aan heel bewust van mijn rol als buitenstaander. Dus de crew is behoorlijk inclusief; de cameraman komt bijvoorbeeld ook uit die buurt.”

LC: “Bij Alleen maar nette mensen wilden we dat destijds ook, maar eigenlijk waren die er gewoon bijna niet, in mijn generatie zeker niet.”

SdJ: “Dat is in New York ook wel anders dan in Amsterdam.”

Hemacommercial

LC: “Ik wilde dit keer een witte film maken. Ik heb al veel films gemaakt in allochtone culturen – Hitte/Harara, Loverboy, Alleen maar nette mensen. Terwijl: ik ben toch die jongen uit een blank dorp in Brabant. Bij mij op de basisschool zat één meisje uit Korea, dat was mijn vriendinnetje, maar zij was een curiositeit. Dat was mijn wereld, en gek genoeg is het dat nog steeds. Ik heb allerlei hobby’s en barbecuegroepen en een autoclub, en ik ben filmmaker, maar wie kom je tegen? Alleen maar witte mensen. Dat is wel frappant. Blijkbaar assimileert mijn omgeving niet met de maatschappij van nu.”

SdJ: “Ik vind het in Bumperkleef heel logisch; het is een gezin op weg naar opa en oma, verder zijn er geen personages. Juist dat kleine maakt het beklemmend. Inclusiviteit is heel belangrijk, maar het moet wel kloppen in je verhaal. Als je het forceert, wordt het een soort Hemacommercial. Een probleem is dat er nog te weinig minderheden zijn die hun eigen verhalen vertellen. Dat is iets waar we als maatschappij of op institutioneel niveau aan kunnen werken, maar ik denk niet dat ik daar als individuele filmmaker veel invloed op heb. Behalve misschien door af en toe die verhalen te vertellen die anders niet gehoord worden.”

Goldie van Sam de Jong.

LC: “Ik was blij dat Goldie in jouw film uiteindelijk niet kiest voor het uiterlijk vertoon van de videoclip en de zeer bedenkelijke roem, maar voor het welzijn van haar zusjes en haar eigen eer. Daar gaan tienerfilms veel te vaak over: als je je eigen gevoel maar volgt, dan word je beroemd en dan komt het goed met je.”

SdJ: “Ja, verschrikkelijk. Het is zo’n leugen! Roem bestaat alleen omdat heel veel mensen niet beroemd zijn. De grap aan Goldie is dat de roem in het echte leven van de hoofdrolspeelster wél een uitweg is geweest. Ik wilde haar eerlijk afbeelden en haar niet romantiseren, of een slachtoffer van haar maken. Zij had zichzelf graag nog veel ­flamboyanter en explosiever neergezet, ze heeft zich ingehouden. Vond je haar sympathiek, als personage?”

LC: “Geweldige vraag! Ik probeer het kort te houden. Ik zie een vrouw met een héle rare mond, wat me fascineert maar ook afleidt, en vervolgens is ze leuk en lekker gek. Ik snap het niet, ik ken het niet, dus dat is goed. Maar vervolgens doet ze dingen waarmee ik het altijd moeilijk heb in films over jongeren: ze gaat geld stelen om kleren van te kopen. Straatterreur en intimidatie door jongeren, daar heb ik veel van meegekregen hier in Amsterdam. Als ik dan films zie die dat romantiseren… Dan komt de wittebusjesman in mij boven. Er zit veel van de schoolmeester in mij, die vindt dat iedereen zich netjes aan de regeltjes moet houden.”

SdJ: “Maar hoe zit dat dan met Hans in jouw film? Die houdt zich ook niet aan de regels.”

LC: “Ik ben dus meer de ongediertebestrijder die hem opjaagt. Of nee: ik bén natuurlijk Hans, in het verkeer en in het dagelijks leven. Maar de man in het witte busje, dat is wat ik eigenlijk de hele tijd wil doen.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden