PlusInterview

Regisseur Shannon Murphy over Babyteeth, een vreemde eend in de bijt van het tienerdrama

Het heerlijk springerige Babyteeth is niet de film die je verwacht: terminaal zieke tiener wordt voor het eerst verliefd. Regisseur Shannon Murphy: ‘Ik ben er nooit goed in geweest dingen te doen zoals het hoort.’

Babyteeth.Beeld Het Parool

“Als mensen vragen welke opleiding je moet volgen om ­regisseur te worden, zeg ik altijd: psychologie. Geen grap.” Shannon Murphy kwam zelf via een traditioneler pad in de regiestoel terecht – ze volgde theaterregie aan het Australische National Insititute of Dramatic Art (examenjaar 2007) en vervolgens filmregie aan de Australian Film Television and Radio School (afgerond in 2013).

Haar ervaring met de psychologie is indirect: haar moeder zat in het vak. Toch meent ze het als ze zegt dat dat de best mogelijke opleiding is om filmmaker te worden, vertelde ze in januari op het Rotterdams filmfestival. “Je hebt met zoveel mensen te maken, voor en achter de camera. Een belangrijk deel van het werk is snel doorzien wat ­iedereen nodig heeft om het beste van zichzelf te geven.”

Die bijzondere aandacht voor de menselijke psychologie is ook voelbaar in Babyteeth, Murphy’s sprankelende speelfilmdebuut, dat vorig jaar hoge ogen gooide op het filmfestival van Venetië. Op papier toont de film een ­bekend verhaal: een terminaal ziek tienermeisje ­beleeft haar eerste liefde, maar in de uitvoering is Babyteeth allesbehalve dertien in een dozijn. Dat zit hem in de springerige stijl van de film, wars van gebaande paden. Het zit in Murphy’s vertrouwen dat de kijker niet elke emotie voorgekauwd hoeft te krijgen. En het zit voor een flink deel ook in die aandacht voor psychologie, en de tegelijk vreemde en herkenbare personages die daaruit voortkomen.

Antidepressiva

Centraal in Babyteeth staat de 15-jarige Milla, maar minstens even belangrijk zijn de personages die als satellieten om haar heen cirkelen: haar ouders, psychiater Henry en voormalig concertpianiste Anna, en twintiger Moses, de charismatische drugsdealer op wie Milla verliefd wordt. Allen zijn het gebroken personages, die in de film echter zonder oordeel worden neergezet. Het is een klassieke ­tegenstelling: de levenslust van de jeugd tegenover de zorgen van de ouders. “Moses en Milla zien de wereld mooier, ze waarderen alles meer,” stelt Murphy. “Hij door de drugs, zij door haar ziekte. Terwijl Milla’s ouders juist op zoek zijn naar manieren om mínder te zien, mínder te voelen.”

Moses is niet de enige die aan de verdovende middelen zit, want om het naderende verlies van haar enige kind het hoofd te bieden gaat Anna zich te buiten aan door haar man voorgeschreven antidepressiva. “Een van de grote verschillen tussen ­Babyteeth en veel andere films over stervende tieners is dat de ouders hier verre van perfect zijn,” zegt Murphy. “Vaak beginnen zulke films met een soort perfecte wereld die dan door de ziekte wordt verbrijzeld. Dat is hier zeker niet zo. Je begrijpt hopelijk wel precies waarom deze ­ouders doen wat ze doen, ook als ze over de schreef gaan.”

Niet hoe het hoort

Ook los van die inhoudelijke verschillen is Babyteeth een vreemde eend in de bijt van het tienerdrama. Murphy houdt zich namelijk verre van de emotionele manipulatie die zo vaak aan het genre kleeft, en weet juist daardoor keihard te emotioneren. Babyteeth verbergt de centrale tragedie onder laagjes ironie, een springerige stijl, galgenhumor, oprechte levensvreugde, een zeer eclectische soundtrack – net zoals Milla dat zelf doet.

“Het draait om zo’n jonge hoofdpersoon; dat wilde ik ook in de stijl vangen,” zegt Murphy. Ze lacht. “Ik ben sowieso nooit heel goed geweest in ‘de regels’. Wanneer iemand tegen me zegt: dit is hoe het hoort, wil ik direct het tegenovergestelde doen. De enige manier om iets authentieks te maken, is je niet druk te maken over al dat soort verwachtingen en zo waarachtig mogelijk zijn.”

Dat leidde in het geval van Babyteeth tot een film waarin teksten in beeld commentaar geven op wat er gebeurt; waarin Milla herhaaldelijk de vierde wand doorbreekt; waarin scènes nooit precies beginnen of eindigen waar je zou verwachten. Een film, om het even in theatertermen te vatten, vol Brechtiaanse technieken, die afstand scheppen tussen kijker en personages.

“Die Brechtiaanse middelen fascineren me al sinds de middelbare school,” zegt Murphy, die er op de toneelschool haar scriptie over schreef. “Mensen denken vaak dat die erom draaien dat het publiek geen emoties mag voelen, maar juist door publiek soms even los te maken van het verhaal en te benadrukken hoe het wordt verteld, kun je diepere emoties aanboren. Het voelde als de juiste manier om dit verhaal te vertellen. Het zou te makkelijk zijn geweest om dit verhaal op een manipulatieve manier emotioneel te maken. Die versie ervan bestaat al.”

Minder masculien

Uit de manier waarop Murphy over haar vak praat, spreekt een groot gevoel van kameraadschap en verantwoordelijkheid voor de mensen met wie ze werkt. Dat geldt in het bijzonder voor de jonge hoofdrolspelers van Babyteeth: Eliza Scanlen (19 bij de opnames) en Toby Wallace (destijds 21). “Als je onachtzaam met zulke jonge acteurs omgaat, kan dat blijvende gevolgen hebben, zeker met dit soort emotioneel materiaal – je vraagt ze om zich enorm open te stellen voor de tragedie van de personages, maar ze hebben nog niet noodzakelijkerwijs het gereedschap om zichzelf daar los van te maken. Ik wilde ze een ervaring geven die maakt dat ze dit werk willen blijven doen. Want beroemd worden is toch al zo’n head fuck. Superconfronterend.”

Die openheid en kwetsbaarheid moet Murphy als maker zelf ook tonen, dat is de basis. Durven laten zien dat je het soms ook niet weet. Het tegenovergestelde van de manier waarop vaak over ‘grote regisseurs’ wordt gesproken, aldus Murphy. “Ik heb me lang laten intimideren door de mythe van de filmmaker die alles naar zijn hand zet. Leuk voor je ego, maar het slaat nergens op – zelfs de grootste filmmaker is afhankelijk van een enorm team aan mensen. Als we daar eerlijker over zijn, komt er misschien ook ruimte voor een ander idee van wat een regisseur is – minder masculien, en minder een fuckwit.”

Bliksemsnel 

De Australische regisseur Shannon Murphy groeide op in Hongkong, Singapore, Afrika en Australië. Ze begon als theatermaker en maakte sinds 2007 bliksemsnel carrière. Sinds 2013 werkt ze ook als regisseur voor tv en maakte ze prijswinnende korte films. Babyteeth is haar speelfilmdebuut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden