PlusInterview

Regisseur Reber Dosky: ‘De enige vriend van de Koerden zijn de bergen’

In de prijswinnende documentaire Sidik en de panter keert regisseur Reber Dosky terug naar zijn vaderland voor een confrontatie met de traumatische geschiedenis van de Koerden, verteld aan de hand van een al 25 jaar durende zoektocht naar een panter.

Niemand die Sidik onderweg tegenkomt in de vijftien weken die Reber Dosky en zijn crew hem volgen, heeft een panter ­gezien.

“Ik maak eigenlijk liever geen films over de oorlog,” geeft Reber Dosky (1975) toe als zijn eerdere documentairefilm Radio Kobanî (2016) ter sprake komt. Toch is de oorlog voelbaar in het wonderlijke Sidik en de panter, over een man die al een kwart eeuw de Koerdische bergen in Noord-Irak afstruint op zoek naar de zwartgevlekte Perzische panter, met de hoop dat zijn vondst het natuurgebied zal beschermen tegen de aanvallen die de Koerden al bijna een eeuw kwellen.

Niemand die Sidik onderweg tegenkomt in de vijftien weken die Dosky en zijn crew hem volgen, heeft een panter gezien, maar iedereen weet wel van het bestaan van ­iemand die ooit een glimp van het dier heeft opgevangen: een verhaal over een mythisch beest overgeleverd van ­generatie op generatie.

Zo is de panter vooral een verbintenis met het verleden, de film een poëtische ontmoeting met de trauma’s die het volk meedraagt, maar nooit over spreekt. “Voor mijn film ben ik blij dat Sidik de panter niet heeft gevonden.” Dosky lacht.

Zelf op camera

Het trauma van de Koerden waar Dosky over praat, is voor hem ook persoonlijk, zoals we zien in een subtiele scène ergens halverwege de film waarin hij met Sidik rouwt om zijn grootvader, die vermoord is in de bergen die zo prachtig op beeld worden gevangen.

“Het was niet mijn plan om zelf in de film te verschijnen,” zegt Dosky over deze scène. “Natuurlijk had ik het idee om een persoonlijke film te maken: ik wilde naar de plek gaan waar mijn opa martelaar is geworden. Maar het idee om zelf op camera te verschijnen, ontstond pas toen Sidik mij uitnodigde om mee te helpen met de zoektocht; toen was het narratief voor mij rond.”

Het lijkt misschien triest dat de Koerden hun hoop op overleving hebben gevestigd op een panter, alsof het ­bestaan van een beest meer uitmaakt dan duizenden mensenlevens. “Maar het is ook mooi,” aldus Dosky. “Kijk, de Koerden hebben pas hun hoop gevestigd op de panter nadat ze in de steek zijn gelaten door de internationale ­gemeenschap.”

Filmmaker Reber Dosky.Beeld Hollandse Hoogte / Bram Belloni

Want hoewel het vinden van de panter een sisyfusarbeid lijkt, zware arbeid die nooit tot een einde komt, is de hoop op bescherming niet vals. Vijftig kilometer van Sidik verwijderd, in een ander Koerdisch gebied, heeft de jonge wetenschapper Hana Raza meerdere panters gesignaleerd, zo leren we. Daarmee is het natuurgebied ­beschermd verklaard. “Hana en Sidik hebben verschillende rollen: Hana doet belangrijk werk naar buiten toe; Sidik richt zich vooral naar binnen.” Op zijn tocht door het ruwe berglandschap noteert Sidik de verhalen van de mensen die hij ontmoet in zijn dagboek. “Hana, die jongeren lesgeeft in een collegezaal, staat juist voor de toekomst.”

“De film gaat eigenlijk niet zozeer om het vinden van de panter,” zegt Dosky dan. De panter is vooral een metafoor – voor hoop, maar ook de verbintenis tussen mens en ­natuur. De hoofdpersoon is dan ook niet Sidik of de panter, ondanks wat de titel lijkt te suggereren, maar de bergen waar zij zich in bewegen. “Zoals ook in de film wordt gezegd: de enige vriend die de Koerden hebben, zijn de bergen.”

Afgeslacht als kippen

Sidik en de panter is daarmee een liefdevolle ode aan een volk dat aan het begin staat van het proces van traumaverwerking, verteld aan de hand van de relatie met de natuur. Net zoals de natuur zich heeft hersteld, zo zal de panter ook naar het gebied terugkeren nu de rust is wedergekeerd en, dat is het idee, daarmee het volk redden.

Want hoewel je van schoonheid misschien niet kunt ­leven, zoals een jonge man die voor betere kansen naar ­Europa wil vertrekken in de film zegt, is de natuur wel de weg naar wederopbouw, legt Dosky uit. “Zoals Sidik zegt: we worden afgeslacht als kippen. Om verder te gaan, moeten we eerst een stapje terug doen naar de natuur, waar we vandaan ­komen. In de natuur kunnen wij onszelf herontdekken.”

“De natuur geeft ons alles. Zodra we met mate kunnen ­gebruiken, is er genoeg voor iedereen,” zegt Dosky. “Na de film ben ik mij daarom ook meer gaan verdiepen in de ­natuur en ben ik semiprofessioneel imker geworden.” ­Eigenlijk zijn bijen — met hun werkers, schoonmakers, strijders en een koningin — een afspiegeling van de menselijke samenleving. “Maar de hebberigheid die mensen hebben, kent geen enkel dier.”

In de film zien we hoe Sidik jonge mannen vertelt geen levende bomen om te hakken, maar alleen de dode takken mee te nemen en pakt hij zonder aarzeling het geweer af van een stroper. Toch is ook het effect van overconsumptie zichtbaar, zegt Dosky. In een van de tochten kwam de crew bij een rivier, die vol lag met plastic. “Ik was echt verdrietig. Het deed ons allemaal veel pijn. Sidik smeekte me om dit niet te filmen, maar dat wilde ik zelf ook niet. Als ik de vervuiling had gefilmd, dan was het een totaal andere film geworden. Het is geen educatieve film, je moet er als kijker zelf iets van maken.”

Er was nog iets anders dat niet in de film kwam. “Tussen Irak en Iran heb je veel smokkelaars. Ze smokkelen alcohol, sigaretten, autobanden… Die wilde ik graag filmen, maar ze zijn vooral in de winter werkzaam en dat is lastig. We zijn in het gebied geweest, maar het was te gevaarlijk.” De smokkelaars zijn dus niet in de documentaire gekomen, maar Dosky is van plan om het uit te werken in een toekomstige fictiefilm.

Sidik en de panter is een mannelijke film. “Qua mensen die in beeld komen, maar ook qua crew.” Zijn volgende ­documentairefilm moet onderzoeken wat het betekent vrouw te zijn. Daarom is hij bezig met een uitbreiding van zijn kortfilm Jezidi Girls (2016), over jezidi’s die gevangen werden genomen door IS-strijders en zijn ontsnapt. “Ze komen thuis in een masculiene cultuur, maar waarin de meeste mannen — ooms, vaders, broers — in de oorlog zijn gestorven.” Toch weer die oorlog.

Reber Dosky

Reber Dosky (1975) werd geboren in de bergen van Barzan terwijl zijn ouders op de vlucht waren voor Saddam Hoessein. In 1997 vluchtte hij naar Nederland, waar hij in 2013 aan de Nederlandse Filmacademie afstudeerde. Zijn film Radio Kobanî won in 2016 op het Idfa de prijs voor Beste Nederlandse documentaire, dezelfde prijs die Sidik en de panter vorig jaar kreeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden