Plus Interview

Regisseur Pietro Marcello: ‘Filmmaken is vooral geluk hebben’

In Martin Eden zet de ontmoeting van zeeman Martin Eden (Luca Marinelli) en de rijke Elena Orsini (Jessica Cressy) alles op zijn kop.

In Martin Eden maakt regisseur Pietro Marcello dromerige, tijdloze fictie die de twintigste eeuw omvat, zonder zijn achtergrond in documentaire te verloochenen.

Ergens is het passend dat de speelfilm Martin Eden daags na de opening van Idfa in de Nederlandse bioscopen gaat draaien. Regisseur Pietro Marcello (43) is een documentairemaker, en dat blijft hij ook nu hij voor het eerst volledig voor fictie gaat.

Met
Bella e perduta zette Marcello in 2015 al zijn eerste schreden op het fictiepad, na dik een decennium eigenzinnige documentaires te hebben gemaakt. Maar dat was een noodgreep: nadat de hoofdpersoon van een geplande documentaire vroegtijdig was overleden, voegde Marcello fictieve elementen toe om zijn verhaal toch te kunnen ­afmaken.

Met Martin Eden maakt de regisseur nu zijn eerste echte fictiefilm. Een boekverfilming nota bene, gebaseerd op de gelijknamige, semiautobiografische roman van Jack London uit 1909. London verwerkte in het verhaal van een jonge proletariër die de ambitie koestert om schrijver te worden, zijn eigen ontwikkeling als autodidact. Iets daarvan herkende ook Marcello, die zichzelf het filmmaken had geleerd. Nu maakte hij er dus een speelfilm van, met ­acteurs en al. Hoofdrolspeler Luca Marinelli won op het filmfestival van Venetië, waar Martin Eden eerder dit jaar in première ging, zelfs de prijs voor beste acteur voor zijn intense ­invulling van de titelrol.

Toch heeft Marcello deze film op exact dezelfde manier gemaakt als al zijn eerdere werk, houdt de regisseur vol in een groepsgesprek in Venetië. “Hij is gemaakt met de middelen die ik het beste ken – de middelen van de documentairefilm. Ik heb bijvoorbeeld in al mijn eerdere films ­archiefmateriaal gebruikt en dat is nu ook weer zo.”

Anarchisten

Dat archiefmateriaal, beelden van Italië gedraaid in de ­hele twintigste eeuw, gebruikt Marcello om zijn grootste ingreep in Londons boek kracht bij te zetten. Hij verplaatste het verhaal van Oakland, nabij San Francisco, van de vroege twintigste eeuw naar twintigste-eeuws Napels. En dan bedoelt hij de hele twintigste eeuw: Martin Eden vermengt invloeden en beelden uit verschillende tijdperken om tot een tegelijk tijdloos en specifiek geheel te komen.

“We waren op zoek naar de Geschiedenis met een hoofdletter G,” zegt Marcello erover. “Dat is de vraag waarmee ik Alessia Petitto op pad stuurde, die al dat fantastische ­materiaal voor ons uit de archieven heeft opgedoken. We wilden het verloop van twintigste eeuw tonen, ook door de personen die in beelden langskomen. De film opent bijvoorbeeld met beelden van Errico Malatesta, de grondlegger van het Italiaanse anarchisme. Inmiddels is die term een synoniem geworden voor terroristen of bommengooiers, maar de anarchisten streden in de vroege twintigste eeuw voor het individu, voor de bescherming van de vrije wil tegen de ideologieën die destijds opkwamen.”

Die strijd tussen het socialisme en het individu wordt in de film uitgevochten met het personage Martin Eden als strijdtoneel. “Hij is een jongeman die zichzelf wil verbeteren, die zich wil bevrijden van zijn armzalige bestaan via cultuur. Maar juist wanneer hij succes krijgt, raakt hij ook gedeprimeerd. Als beroemd schrijver wordt hij het slachtoffer van een cultuurindustrie. Ook daarvan zien we nu nog regelmatig voorbeelden. We leven in uiterst hedonistische tijden, waarin cultuur wordt beschouwd als handelswaar en influencers meer macht hebben dan intellectuelen of kunstenaars. Dat vind ik verontrustend.”

Antiheld

Die actualiteit was een belangrijk deel van wat Marcello aantrok in Londons roman. “Het is een zeer actueel boek, juist ook in de politieke aspecten. Ik ontdekte het boek pakweg twintig jaar geleden, het werd me aangeraden door Maurizio Braucci, met wie ik nu de film heb geschreven. Al die tijd is het actueel gebleven. Zowel het boek als de film draait om nationalisme en fascisme – politieke elementen die we nu nog steeds zien en die nog altijd ­beangstigend zijn.”

Een collega merkt op dat Marcello’s Martin Eden in vergelijking met het personage zoals London het schreef een stuk zwartgalliger lijkt. “Hij is bozer,” beaamt Marcello. “Omdat hij moderner is, en misschien ook meer mediterraans, impulsiever. Mijn Martin Eden is iemand die zijn emoties sneller toont. Hij is een antiheld. Daarom is het voor veel mensen zo moeilijk om het tweede deel van het verhaal te accepteren, waarin hij zijn idealen vergooit. Hij geeft niets meer om anderen, alleen nog om zichzelf. London wilde ons ermee confronteren dat wij allemaal die versie van Martin Eden in ons hebben, iemand vol zelfmedelijden, om ons daarvoor waarschuwen.”

Poëzie

Met zijn hink-stap-sprongen door de twintigste eeuw lijkt Marcello ook de filmgeschiedenis opnieuw te willen uitvinden. Gevraagd naar zijn invloeden verwijst hij naar de vroege films van Aki Kaurismäki, een drieluik dat bekendstaat als de Proletariaat Trilogie. “Maar ik geloof vooral in wat Bresson ooit zei: dat we alle modellen los moeten laten. Rossellini stelde: cinema draait om het onverwachte. Zoals Tarkovski benadrukte: cinema kan poëzie zijn. Voor mij is het dat archiefmateriaal dat in zekere zin mijn dagelijks brood is. Mijn hart ligt in het proces van montage, dat geeft me een enorme energie. Ik heb vele versies van Martin Eden gezien; slechts één daarvan breng ik nu naar het publiek.”

Naast de Geschiedenis met een hoofdletter G draaien die archiefbeelden vaak ook om het alledaagse leven. Een ­terugkerend beeld is dat van twee kinderen die een dansje doen. “In het boek is een scène waarin Martin tegen zijn zus zegt: ‘Je bent een goede danser, waarom dans je niet meer?’ Dat zinnetje was in mijn hoofd blijven hangen, en toen kwam Alessio plotseling met dat fragment. Het drong zich dus als het ware op. Filmmaken is vooral geluk hebben, wat dat betreft – een raadselachtig soort alchemie.”

Bio

Pietro Marcello (43) werd geboren in Caserta, nabij Napels. Hij volde de opleiding tot schilder aan de Kunstacademie van Napels en gaf vervolgens enige tijd schilderles in een gevangenis in de stad. In 2003 maakte hij zijn eerste korte documentaire, een genre waarin hij lange tijd bleef werken. Ook de twee speelfilms die hij tot nu toe maakte, zijn sterk beïnvloed door een documentaire werkwijze. 

Pietro Marcello. Beeld Theo Wargo/Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden