Plus Interview

Regisseur Mischa Kamp: ‘De kinderfilm wordt niet serieus genomen’

Regisseur Mischa Kamp noemt haar film Kapsalon Romy nadrukkelijk een familiefilm – geen jeugdfilm. Ze vond de piepjonge actrice die Romy speelt per toeval.

De debuterende Vita Heijmen speelt Romy, de tienjarige kleindochter van oma Stine (Beppie Melissen). Beeld Elmer van der Marel

Zoals veel van de beste fictie is de familiefilm Kapsalon ­Romy gebouwd rond een echte ervaring. Het verhaal draait om de tienjarige Romy, die buiten school wordt opgevangen door haar oma Stine. Dat botert in het begin niet heel goed, maar als Romy’s oma steeds vergeetachtiger wordt, groeien de twee naar elkaar toe.

In de verte is de dementie van oma Stine gebaseerd op wat scenarist Tamara Bos met haar eigen oma meemaakte, vertelt regisseur Mischa Kamp (49) – al was Bos een stuk ­ouder dan Romy toen het gebeurde. “Het interessante was dat Tamara’s oma juist milder werd. Ze was altijd een beetje een strenge oma geweest, iemand van de regeltjes, en op een gegeven moment kon en mocht ineens alles. Die ontwikkeling is als filmgegeven heel interessant. Een kind van tien leeft heel erg in het nu, en die oma gaat ook steeds meer in het nu leven, en daardoor komen ze dichter bij ­elkaar.”

Ruimte voor oma

Al kort na het succes van Het paard van Sinterklaas (2005) en het vervolg Waar is het paard van Sinterklaas? (2007) was voor regisseur Mischa Kamp en scenarist Tamara Bos ­duidelijk dat dit hun volgende project zou worden. Toch zou het bijna tien jaar duren voor de film er eindelijk kwam. Beiden maakten andere films (Kamp onder meer het nationaal en internationaal geloofde Jongens in 2014), en in de tussentijd publiceerde Bos het verhaal van ­Kapsalon Romy in boekvorm.

Afgelopen weekend ging op het Nederlands Film Festival eindelijk de film in première; vanaf vandaag is hij in het hele land te zien.

Hoewel de tienjarige Romy (Vita Heijmen) nog altijd de spil van het verhaal is, geeft de film in vergelijking met Bos’ boek wat meer ruimte aan het personage van oma ­Stine, gespeeld door Beppie Melissen. “Het was nodig dat je van tijd tot tijd ook met haar meegaat,” zegt Kamp. “Vooral de momenten waarop je begint te zien dat er iets mis is, vond ik het belangrijk om bij haar te blijven. We hebben op een gegeven moment ook geprobeerd om het meer een film over drie generaties te maken, met de perspectieven van alle drie de vrouwen. Daarin speelde de scheiding van Romy’s ouders bijvoorbeeld een grotere rol, omdat het voor de moeder van Romy veel belangrijker is. Maar dat werkte gewoon niet; het werd gekunsteld. Dan voel je toch de kracht van het idee zoals Tamara het ­bedacht had.”

Kamp stuitte op haar piepjonge hoofdrolspeelster bij een testscreening voor haar vorige film Sing Song (2017); ze kwam meekijken met de dochter van een vriendin van Kamp. Over acteren had Heijmen nog nooit nagedacht. “Ze deed in eerste instantie ook niet per se een heel goede casting,” zegt Kamp lachend. “Maar als ik naar haar keek, gebeurde er ­gewoon iets. Wat dat dan is… Het klinkt ­misschien stom, maar het is gewoon een onderbuik­gevoel. ­Iemand anders had haar misschien niet voor een tweede casting uitgenodigd, maar ik wilde haar wel ­terugzien. Toen we haar eenmaal tegenover Beppie zetten, was voor iedereen duidelijk dat zij de rol moest spelen.”

Waar ze voor de rol van Romy op het toeval was aangewezen, wist Kamp al van meet af aan dat Melissen de rol van de prikkelbare oma Stine moest gaan spelen. “Tamara en ik hadden haar al tijdens het hele schrijfproces in ons hoofd, terwijl ze, toen we begonnen, eigenlijk nog te jong was. Omdat we zo lang hebben moeten wachten, had ze uiteindelijk de juiste leeftijd.”

Hokjesdenken

Kamp hoopt dat de film niet alleen een jeugdig ­publiek zal vinden, en generaties kan verbinden. “Dat wordt in het hokjesdenken van de filmwereld soms onderschat, vind ik. Aan de kinderfilm kleeft helaas een eindeloos geitenwollensokkenimago, het wordt nog steeds niet serieus ­genomen.”

Of de film dat gemengde publiek ook gaat vinden, heeft ze als regisseur niet zelf in de hand. Hoe de distributeur de film market en hoe filmtheaters hem programmeren, zijn bijvoorbeeld ook van grote invloed. “Mensen moeten de film kunnen vinden; als hij alleen ’s middags draait, is het lastig om een volwassen publiek te bereiken.”

De afgelopen maanden verschenen er alarmerende ­berichten over de Nederlandse jeugdfilm, die van oudsher internationaal in hoog aanzien staat. Zowel het aantal ­gemaakte films als de bezoekersaantallen in eigen land zijn de afgelopen jaren flink achteruitgegaan, toonden ­Esther Schmidt en Peter Bosma en hun onderzoek Zien en gezien worden, dat werd uitgevoerd in opdracht van het Filmfonds en in juli werd gepresenteerd.

Kamp herkent de situatie. “Toen Het paard van Sinterklaas uitkwam in 2005, was er lang niet zo veel concurrentie. En we hadden nog budget voor marketing – daar heeft het ook alles mee te maken. De productiebudgetten zijn al niet echt meegegroeid, maar de pr-budgetten zijn echt hard achteruit gegaan, juist voor jeugdfilms. Voor Het paard van Sinterklaas reed er een tram door de stad, ­hingen er overal posters, waren er tv-commercials. Dat budget is er nu gewoon niet. We proberen wel via sociale media iets te doen, maar het is echt anders. We kunnen het niet promoten zoals Disney dat doet.”

Reclamepraatje

Aan de film zal het niet liggen, hoopt Kamp. “Ik vind het heel belangrijk om iets te maken wat kinderen én volwassen allebei op hun eigen manier interessant vinden. Daar hebben we het eindeloos over gehad – bij het schrijven met Tamara, op de set met cameraman Melle van Essen, in de montage met Sander Vos.”

Dat is een complexe balanceeract, beaamt ze. “Het is een zwaar onderwerp, maar voor volwassenen is wat er ­gebeurt veel ingewikkelder; voor kinderen is het meer een avontuur. Ik hoop dat het niet klinkt als een reclamepraatje, maar we hebben echt ons best gedaan een film te maken die leuk is voor mensen van 8 tot 88 jaar, of ouder. Misschien is dat een heel romantisch idee van me. Maar in de testvertoningen zagen we wel dat ouders, kinderen én opa’s en oma’s echt genoten van de film.”

Mischa Kamp Beeld Jean-Pierre Jans

Mischa Kamp studeerde communicatie voor ze begon aan de Filmacademie, waar ze in 1996 afstudeerde met de kortfilm Mijn moeder heeft ook een pistool. Na enkele documentaires en kortfilm kwam haar doorbraak bij het grote publiek in 2005 met het zeer succesvolle Het paard van Sinterklaas, over een jong Chinees meisje dat haar draai moet vinden in Nederland.

Lees ook het oordeel van onze recensent: ‘Kapsalon Romy is een bitterzoet en ontroerend familiedrama.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden