PlusInterview

Regisseur Mees Peijnenburg over zijn energieke debuut Paradise Drifters: ‘Een grote verantwoordelijkheid’

Met Paradise Drifters maakt Mees Peijnenburg een rauw maar ook energiek debuut. De levens van de drie op straat levende jongeren zijn rafelig, maar er is nadrukkelijk ruimte voor licht en lucht.

Bilal Wahib als Yousef in Paradise Drifters.

Het wachten zit erop. Al in 2018 stond Mees Peijnenburg op de set voor zijn speelfilmdebuut Paradise Drifters. Vanaf deze week draait de film eindelijk in de Nederlandse bioscopen, na premières op de filmfestivals van Rotterdam en Berlijn eerder dit jaar, en enig uitstel vanwege de lockdown.

Daarmee promoveert Peijnenburg (31) nu dan eindelijk van ‘grote belofte’, het etiket dat hem zo ongeveer al sinds zijn afstudeerfilm uit 2013 achtervolgt, naar een gevestigd maker. “Ik heb lang nagedacht over met wat voor film ik wil debuteren,” vertelde Peijnenburg dit voorjaar, kort voordat Paradise Drifters eigenlijk in de bioscopen zou verschijnen. “Ik vind het namelijk een grote verantwoordelijkheid – een grote pot geld, terwijl ik weet dat dat niet per se voor het oprapen ligt, voor alle kunsten. Als je dat dan krijgt, moet je wel iets uitdragen.”

In zekere zin is Paradise Drifters een uitloper van zijn eerdere middellange film Geen koningen in ons bloed uit 2015, zegt Peijnenburg. Die film, gemaakt in het kader van de NTR-reeks One Night Stand en winnaar van een Gouden Kalf voor beste televisiedrama, draait om een broer en zus die zwerven van jeugdtehuis naar pleeggezin naar jeugdgevangenis.

“Verschillende jongeren die ik was tegengekomen tijdens de research daarvoor bleven door mijn hoofd zingen,” zegt Peijnenburg. “Alle ingrediënten voor een verrot bestaan waren aanwezig, en toch bleven ze doorvechten voor iets mooiers. Die overlevingsdrift kwam telkens bij me terug. Toen ben ik gaan researchen naar het moment erna: wat als de jeugdzorg wegvalt en je op straat terechtkomt? De obstakels zijn nog heftiger, er staat meer op het spel, maar dezelfde zoektocht naar liefde en genegenheid en warmte kwam telkens weer naar voren.”

Brutaliteit en kwetsbaarheid

Paradise Drifters toont in een rauwe en levendige stijl de harde realiteit van drie jongeren die door verschillende omstandigheden op straat zijn beland. Yousef heeft niemand om naartoe te gaan wanneer hij zijn jeugdinrichting mag verlaten. Lorenzo wil met drugssmokkel snel geld verdienen. En de zwangere Chloe vlucht weg bij haar ­gewelddadige moeder en stiefvader. Hun omstandig­heden en het toeval brengen de drie bij elkaar op een rit naar het zuiden die strandt in de gevaarlijke buitenwijken van Marseille.

De combinatie van zijn drie hoofdrolspelers is een ­belangrijk deel van wat de film maakt, aldus Peijnenburg. “De casting is voor mij een van de meest cruciale elementen van een film. Alle drie de personages zijn gebaseerd op iemand die ik had ontmoet tijdens de research.”

Regisseur Mees Peijnenburg.Beeld Lucas van der Rhee

Voor de rollen van de twee jongens zag hij het snel voor zich. Jonas Smulders, een dierbare vriend met wie hij al meerdere malen samenwerkte, als Lorenzo. Bilal Wahib, ook al te zien in een bijrol in Geen koningen in ons bloed, als Yousef. Maar voor de rol van Chloe duurde de zoektocht langer. “Vanwege de persoon op wie het personage is ­gebaseerd, waren we in eerste instantie op zoek naar een heel ander soort meisje, qua uiterlijk. Maar we hadden haar nog niet. Op een gegeven moment keek mijn vriendin (actrice Gaite Jansen, red.) naar het programma Dream School. Zij wees me op Tamar (van Waning, red.) en toen we haar voor een ­auditie vroegen, blies ze iedereen uit de ruimte. Haar brutaliteit, kwetsbaarheid, eigenheid en kracht – dat was exact wat ik zocht.”

Zo stond Smulders, waarschijnlijk de meest ervaren filmacteur van zijn generatie, op de set naast een debutant die nooit eerder acteerde. “Maar elke acteur heeft hoe dan ook zijn eigen manier,” zegt Peijnenburg. “Jonas kan alle kleuren spelen, met hem wist ik precies waar ik voor deze film heen wilde. Bilal heeft een superaanstekelijke energie, die hij hier naar binnen moest keren. Juist die belevingswereld die in zijn hoofd bezig is, die hij niet mág ­uiten, dat werd de kracht van zijn personage. Het was een ontzettend ontwapenend proces, ook met Tamar, die zich zo puur, zo kwetsbaar, zo open heeft opgesteld.”

Vol brokstukken

Peijnenburg presenteert de levens van deze drie personages en hun gezamenlijke reis naar het zuiden in een reeks korte flarden, met gaten in de vertelling die de kijker zelf invult. “Het is een roadmovie, alleen zien we nooit onderweg,” legt de regisseur uit. “De auto rijdt nooit. We krijgen fragmenten en snippers van hun levens, zoals hun levens ook vol brokstukken zitten.”

De korreligheid van de beelden weerspiegelt de rafelige levens van deze drie mensen. Maar Peijnenburg wilde ­nadrukkelijk ook ruimte houden voor licht en lucht. “We wilden de wereld niet somberder maken dan nodig is. Niet: het is een slechte wereld en dus maken we alles donker en grijs. Nee, de wereld is soms kleurrijk terwijl de meeste gruwelijke dingen gebeuren. De hele esthetiek van de film moest energiek en dynamisch zijn. De wereld om hen heen is altijd in beweging, er is reuring. Dat we plekken laten zien waar je als toerist nooit zou komen, betekent niet dat die plekken meteen lelijk moeten zijn.”

En dus zijn de banlieus van Marseille niet alleen gevaarlijk maar ook zonovergoten. Daar filmen was een verhaal op zich. “Er gelden daar gewoon andere regels en wetten,” stelt Peijnenburg. “We konden er draaien, maar er werd ons wel gezegd: als je na elf uur ’s avonds nog die kant op filmt, word je beschoten met een kalasjnikov – letterlijk. Dus om vijf voor elf draaiden we de camera de andere kant op, vanzelfsprekend. Maar wat ik zo bijzonder vond, was dat de hele crew het eens was met de beslissing om daar toch te gaan staan. Het boezemde geen angst in, maar was juist een bevestiging van waarom we dit verhaal vertelden en van waarom we dat op deze plek deden.”

De vanzelfsprekendheid waarmee Peijnenburg zich door zijn verhaal over de Nederlandse grenzen laat leiden, lijkt tekenend voor zijn generatie makers. “Ik ben een ­Nederlander, maar ik ben ook geïnteresseerd in de wereld die groter is dan Nederland,” zegt hij erover. “Ik ben opgegroeid met Amerikaanse cinema, Europese verhalen, ik lees literatuur van over heel de wereld. Ik hoop nog heel lang films te mogen maken en ik hoop dat ik daarmee in veel verschillende werelden kan duiken. Waar die verhalen zich dan ook afspelen – dat zie ik te zijner tijd.”

Mees Peijnenburg

Mees Peijnenburg (Amsterdam, 1989) begon als tiener in de film­wereld als acteur voordat hij zich op de Filmacademie op regie stortte. Zijn afstudeerfilm Cowboys janken ook werd in 2013 geselecteerd voor het filmfestival van Berlijn. In 2015 won hij een Gouden Kalf voor beste televisiedrama met Geen koningen in ons bloed

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden