PlusInterview

Regisseur Johan Nijenhuis: ‘Veel romcoms klonen nog steeds Bridget Jones’

Regisseur Johan Nijenhuis (51) houdt het tempo hoog: twee weken na Onze jongens in Miami verschijnt De beentjes van Sint-Hildegard – rond Herman Finkers en voor een wat ouder publiek.

Johanna ter Steege en Herman Finkers in De beentjes van Sint-Hildegard. Onder: Onze jongens in Miami. Beeld Maarten van Keller

Het was weer raak voor Johan Nijenhuis vorige week. Zijn Onze jongens in Miami trok binnen enkele dagen 100.000 bezoekers, en werd daarmee Nijenhuis’ vijftiende Gouden Film. Zeven daarvan stormden vervolgens door naar Platina, oftewel meer dan 400.000 bezoekers. De oorkondes prijken aan de muur in de vergaderruimte van Nijenhuis’ kantoor in de buurt van het Olympisch Stadion – de nieuwste aanwinst staat nog op de grond te wachten op een spijker.

Nijenhuis’ speelfilmdebuut Costa! was in 2001 de eerste film die de toen net ingestelde prijs in de wacht sleepte. Veel van de daaropvolgende films kwamen uit dezelfde koker: overzichtelijke liefdesverhalen, in volle vaart verteld en bevolkt door mooie, jonge acteurs. Critici zien er weinig brood in, het publiek des te meer.

Zijn tweede film van 2020 is iets heel anders. Een liefdesverhaal, dat wel. Maar De beentjes van Sint-Hildegard, ­geschreven door cabaretier Herman Finkers, die ook de hoofdrol speelt, draait om oudere personages – Jan en Gedda zijn al jaren getrouwd. “Veel van mijn films sluiten af met een kus,” zegt Nijenhuis. “Hier begint het daar juist mee. De grote vraag is niet: krijgen ze elkaar?, zoals in romcoms, maar: is dit stel aan het eind van de film nog wel samen? Hermans personage Jan heeft heel lang zijn mond niet opengedaan. Daardoor is hij vast komen te zitten in zijn relatie, en daar geeft hij zijn vrouw Gedda de schuld van. Wat moet hij doen om dat tij te keren? Het is mijn eerste film zonder de garantie van een happy end.”

Goede verstaanders

Als meer volwassen relatiekomedie slaat De beentjes van Sint-Hildegard een andere toon aan dan we van Nijenhuis gewend zijn, met meer ruimte voor verstilling – tot op ­zekere hoogte. “Ik wist: ik ga Herman Finkers niet in een Johan Nijenhuisfilm dwingen,” zegt de regisseur. “Ik heb me dienstbaar gemaakt aan wat hij wilde maken. Dat is wat je als regisseur vaak doet – als je een goed script hebt, en een goed stel acteurs, dan is dát wat je zo goed mogelijk gaat vertellen.”

De kalmere, meer droogkomische stijl komt voort uit wat het verhaal is, maar ook uit het feit dat Nijenhuis zoals ­altijd precies weet voor wie hij de film maakt. “Een publiek van veertigplussers, dat zijn goede verstaanders, die vinden het fijn om zelf iets te ontdekken. Kijk maar gewoon naar die personages, dan mag je er zelf iets bij voelen. Terwijl je voor een publiek van achttienjarigen veel meer wil sturen, met name met de muziek.”

Het was een interessante ervaring voor de regisseur om juist deze twee films direct na elkaar te maken. “We hebben Onze jongens in Miami pas na De beentjes opgenomen, en er zitten momenten in Onze jongens waarvan ik weet: hier heb ik veel aan De beentjes gehad. Ik weet nu: één verstilde close-up van Jim Bakkum vertelt het ook, je hoeft niet altijd vijf shots op muziek te plakken. In de geluidsmixage van Onze jongens zei ik soms: maak het eens wat stiller, doe eens rustiger. Maar ja, dat bleek voor een ­publiek van twintigers helemaal niet te werken, haha.”

Nijenhuis werkte eerder met Finkers samen voor de regio­soap Van jonge leu en oale groond, die van 2005 tot 2009 te zien was op RTV Oost en door de KRO ook landelijk werd uitgezonden. “We hebben daarin heel veel moois kunnen vertellen,” zegt Nijenhuis. “Maar er was ook wel een reden dat Herman er na één seizoen mee stopte. Bij een serie heb je altijd meer haast. Het gaat soms met een verfroller, in plaats van met het penseel dat je bij een speelfilm ­gebruikt.”

Het scenario van De beentjes van Sint-Hildegard is gebaseerd op een Tsjechische film die niet in Nederland werd uitgebracht. Maar Finkers stak er veel werk in om het ­eigen te maken. Eigen in de typische Finkershumor, maar vooral ook in de setting en de taal – de film is grotendeels Twents gesproken.

Bij het eerste seizoen Van jonge leu en oale groond was Finkers verantwoordelijk voor de Twentse ‘vertaling’ van door het team van Nijenhuis uitgedachte scripts. Hier ging het andersom: het initiatief lag bij Finkers. “Ik merkte dat ik daar in het begin heel voorzichtig mee was,” vertelt Nijenhuis. “Bij andere scenaristen, mensen met wie ik al jaren werk, durf ik makkelijker in hun tekst te werken, of knalhard een nieuwe scène erin te zetten. Maar dit is wél een Herman Finkerstekst waar je met je vingers aan gaat! Dat is zo poëtisch en zo specifiek in zijn taalgebruik en in het ritme van een zin. Ik was ook echt heel trots toen ik op een gegeven moment een zinnetje had toegevoegd en Herman tegen me zei: leuke grap, die laat ik erin.”

Specialisatie

Verwacht van Nijenhuis na dit uitstapje niet meteen een grote carrièrewending. “Ik vind het juist heel prettig om die specialisatie in de romantische komedie door te zetten,” zegt hij. “Dat moet je niet onderschatten. Actiefilms regisseren is echt een kunst en een kunde, dat kun je niet zomaar even doen, maar dat geldt net zo goed voor ­relatieverhalen. Als iemand goed piano kan spelen, kun je wel zeggen: moet je niet eens saxofoon gaan blazen? Maar als je iets heel goed kunt, dan word je er alleen maar beter in.”

Daarbij: juist die specialisatie houdt je scherp, denkt de regisseur. “Omdat je soms kunt zeggen: dít verhaal is al verteld. Ik zie heel veel romcoms die nog steeds Bridget Jones aan het klonen zijn: klunzig meisje kan geen man vinden. Dan denk ik: pffft, dat hebben we al tien keer verteld, dát doen we niet meer.”

Lees ook het oordeel van onze recensent: ‘Voegt werkelijk iets toe aan de ­inmiddels overvolle vijver van romantische polderkomedies.’

Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden