Plus Interview

Regisseur Ben Attia over de wanhoop van de ouders van een Syriëganger

In Weldi zoomt de Tunesische regisseur Mohamed Ben Attia in op de wanhoop van de ouders van een Syriëganger. ‘Er is geen simpele reden waarom jongeren naar Syrië trekken.’ 

Beeld Mohamed Dhrif als vader Riadh, die een wanhopige zoektocht naar zijn zoon begint.

In veel opzichten is Weldi, de tweede speelfilm van de ­Tunesische regisseur Mohamed Ben Attia (43), een spiegelbeeld van zijn debuut Hedi. Die eerdere film draaide om dertiger Hedi, die wegloopt van het gearrangeerde huwelijk dat zijn aanmatigende moeder voor hem heeft geregeld. Hoe onzeker ook, hij maakt een stap naar vrijheid en naar een meer westerse levensstijl – zoals ook zijn thuisland dat na de Arabische Lente deed.

Weldi toont opnieuw een veel te betrokken ouder en een zoon die zich daarvan afkeert. Nu kiest Ben Attia echter het perspectief van de ouder, vader Riadh ­(Mohamed Dhrif). Hoewel ook hier de zoon, de 19-jarige Sami (Zakaria Ben Ayyed), ervoor kiest van het pad af te stappen dat zijn ouders voor hem hebben ­uitgestippeld, leidt zijn keuze hem de tegenovergestelde kant op: weg van de westerse wereld, in de handen van IS in ­Syrië en diens gewelddadige strijd voor een oerconservatieve wereld.

De afgelopen weken verschenen meer films over radicaliserende moslimjongeren in de bioscopen. In zijn documentaire The Good Terrorist probeerde Robert Oey het proces van radicalisering en de mogelijkheid van deradicalisering inzichtelijk te krijgen, onder meer via uitgebreide interviews met Jason W., voormalig lid van de Hofstad-groep. In de fictiefilm Le jeune Ahmed van de Waalse broers Jean-Pierre en Luc Dardenne (overigens ook coproducenten van Weldi) was verder te zien hoe rigide geloofsovertuigingen de tiener Ahmed tot een moordaanslag op een docent brengt.

Geen van beide films wisten echter daadwerkelijk door te dringen tot hun hoofdpersonages; het waarom van hun daden bleef ongrijpbaar. Dat is ook zo in Weldi, maar Ben Attia doet ook geen poging dat te begrijpen. In plaats daarvan dompelt hij ons onder in de schok en verwarring waarmee de ouders van de jongen, en vooral vader Riadh, ­achterblijven.

Rommelige band

Ben Attia vond het uitgangspunt voor Weldi in een radioprogramma, vertelde hij op het filmfestival van Cannes, waar zijn film in 2018 in première ging. “Daarin hoorde ik een interview met een vader wiens zoon naar Syrië was ­getrokken. Het raakte me heel erg. Wat me vooral overweldigde, was zijn terughoudendheid: hij vertelde het alsof het iets heel alledaags was, maar wat hem was overkomen is verschrikkelijk. Juist die kalmte, dat wegdrukken van zijn emoties, emotioneerde mij.”

In zekere zin is wat Weldi toont ook alledaags: in de afgelopen jaren trokken zeker zevenduizend Tunesiërs, vooral jonge mannen, naar Syrië. Het is een pijnlijke statistiek: juist het enige land waar de Arabische Lente daadwerkelijk leidde tot een nieuwe democratie, werd hofleverancier van IS. Alsof de energie van de revolutie, toen die eenmaal vervuld was, automatisch op zoek ging naar een nieuwe uitweg.

Regisseur Mohamed Ben Attia: ‘Ik wilde deze keer absoluut niets kunstmatigs.’ Beeld WireImage/Dominique Charriau

Ben Attia koos bewust voor een middenklassegezin voor zijn film: het is niet armoede of maatschappelijke onvrede die Sami tot zijn keuze zetten. Daarom ook neemt Ben Attia in de eerste helft van de film uitgebreid de tijd om het gezinsleven en de rommelige band tussen vader en zoon te schetsen: om te tonen dat daar geen verklaring ligt. “We weten het niet. Hij weet het zelf ook niet, denk ik. Het enige waarnaar we kunnen wijzen, is een soort ontevredenheid, het gevoel dat hij niet op zijn plek is.”

Dat is namelijk hoe het is, stelt Ben Attia. “Er is geen simpele, algemeen geldende reden te geven waarom deze jongeren naar Syrië trekken. Misschien is het enige dat ze ­­delen wel dat ongemak, het feit dat ze zich niet op hun plaats voelen in de maatschappij. Ik denk dat we die vorm van eenzaamheid allemaal wel hebben meegemaakt als tiener. Waarom sommigen dan die drastische keuze ­maken en anderen niet, dat weet niemand.”

Geen maniertje

Vader Riadh begon zijn leven lager op de maatschappelijke ladder. Hij werkte zich op in de haven van de stad, om zijn zoon de kansen in het leven te bieden die er voor hem als jongere niet waren. Inmiddels woont het gezin in een buitenwijk van Tunis. Het is een minuut of twintig buiten het centrum van de stad, vertelt Ben Attia. “Ik heb die wijk uitgezocht vanwege de fletse kleuren en het kille uiterlijk van de flats. Het oppervlak is rustig en harmonieus, een wijk van de middenklasse of hogere middenklasse, maar net daaronder schuilt iets ­sinisters.”

Dat soort simpele keuzes zijn tekenend voor de uitgebeende visuele stijl van Weldi. Ben Attia zocht naar een beeldtaal die nog een stapje minimalistischer was dan die van zijn debuut. “Hedi is absoluut geen ingewikkelde film, maar er zijn een paar shots die voor mij te veel richting mooifilmerij gingen. Ik wilde dit keer absoluut niets kunstmatigs. Al bij het schrijven wist ik dat we de meeste scènes in één onafgebroken shot zouden draaien, zonder enige montage. Maar dat moest geen maniertje worden – alles moest in dienst staan van de specifieke scène.”

Lichaamstaal

Die lang aangehouden shots plaatsen alle focus op hoofdrolspeler Mohamed Dhrif, zeker wanneer zijn personage in de tweede helft van de film een wanhopige zoektocht naar zijn zoon begint. Dhrif is geen professioneel acteur, maar zijn lichaamstaal spreekt boekdelen: een gedrongen bal energie, tegelijk in zichzelf gekruld en klaar om de ­wereld aan te gaan. “De eerste keer dat ik Mohamed Dhrif zag, wist ik direct dat hij de rol moest spelen,” zegt Ben ­Attia. “Hij belichaamde precies het personage dat ik bij het schrijven al voor me had gezien – in zijn lichamelijkheid, zijn houding, hoe hij zijn schouders permanent opgetrokken heeft, hoe hij loopt.”

Die lichaamstaal van Dhrif is een van de vele manieren waarop de werkelijkheid onderdeel is geworden van Ben Attia’s fictie. Hij cast veelal niet-professionele acteurs, mensen die lijken op de personages die ze moeten spelen. Dat weerspiegelt zich ook in het taalgebruik in de film. “Ik gaf alle acteurs de vrijheid een eigen draai aan de dialogen te geven. Als je naar een ondertitelde versie kijkt, merk je het waarschijnlijk niet zo, maar alle personages hebben een eigen accent, toon en woordkeuze. De een komt uit de Sahel, de ander uit het noordwesten van Tunesië, en de jongere personages hebben ook hun taaltje. Vanuit die waarachtigheid ontstaat de beste fictie.”

Weldi

Regie Mohamed Ben Attia
Met Mohamed Dhrif, Zakaria Ben Ayyed
Te zien in Eye, Filmhallen, Rialto

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden