Plus Amsterdamprijs

Regisseur Aboozar Amini: ‘In Kabul wonen gewoon mensen zoals jij en ik’

Aboozar Amini kwam op zijn veertiende naar Nederland. Beeld Eva Plevier

Negen kunstenaars en instellingen zijn genomineerd voor de grootste culturele prijs van de hoofdstad. Regisseur Aboozar Amini gooide hoge ogen met zijn documentaire Kabul, City in the Wind.

Aboozar Amini (33) belt vanaf het filmfestival in het Zwitserse Locarno. Hij is er een week lang om workshops te volgen. “Van de beste filmmakers ter wereld!” jubelt hij, vers uit een les van de editor van wijlen regisseur Chantal Akerman. De bijeenkomsten zijn niet alleen leerzaam, legt hij uit. Ze bieden ook de kans op het uitbreiden van je netwerk. “Gisteren spraken we een groep programmeurs van festivals zoals dat van Venetië. Zo hoor je hoe zij hun films selecteren. En je kunt meteen over je eigen projecten vertellen.”

Amini, die op zijn veertiende vanuit Afghanistan naar Nederland kwam, pitchte het vervolg op zijn gelauwerde documentaire Kabul, City in the Wind. Die film moet begin volgend jaar af zijn. Hij hoopt er zijn parcours langs internationale filmfestivals mee voort te zetten. “Afgelopen jaar wilde de halve wereld Kabul, City in the Wind vertonen. Ik ben amper in Amsterdam geweest.”

Wat kenmerkt uw genomineerde werk?

“Alles wat ik maak, raakt aan hetzelfde thema: menselijke waardigheid. Mijn laatste film over Kabul schetst een ander beeld van Afghanistan dan dat mensen uit de media kennen. Het gaat in kranten en op televisie altijd over zelfmoordterroristen, bomaanslagen of andere ellende. Maar in Kabul wonen gewoon mensen zoals jij en ik. Dat is het verhaal dat ik wil vertellen. In City in the Wind volg ik onder anderen een buschauffeur en een gewone spelende jongen. Al snel blijkt: hun dagelijkse problemen zijn dezelfde als die van mensen in de zaal. Dat maakt dat velen zich na afloop in de problematiek van het land willen verdiepen. Zo komen ze veel meer te weten dan via de berichtgeving over de volgende bomaanslag.”

Wat voor raakvlakken heeft uw kunst met Amsterdam?

“Juist in onze mooie stad hebben we dit soort verhalen nodig. Wij leven hier met 180 nationaliteiten samen. Dan heb je wederzijds begrip nodig en dat kan alleen ontstaan als je op de hoogte bent van elkaars verhaal. Er is zoveel angst tussen mensen tegenwoordig, helaas ook in Amsterdam. Die komt voor een groot deel voort uit onwetendheid.

“Ik voel me inmiddels meer Nederlander dan Afghaan. Amsterdam en Kabul verschillen als dag en nacht van elkaar. Het land van mijn kindertijd bestaat niet meer. Maar de cinema brengt voor mij die verschillende werelden toch weer bij elkaar.”

Kunst in Amsterdam moet inclusiever worden, vindt wethouder Touria Meliani. Hoe gaat u daaraan bijdragen?

“Film is voor mij al sinds ik hier ben het middel om erbij te horen! Dat begon toen ik nog in het asielzoekerscentrum in Roermond woonde. Geen leuke plek, zeker als je er 3,5 jaar moet wachten op een verblijfsvergunning. Alles schreeuwt daar: ‘Jij hoort er niet bij!’ Op een dag hoorde ik dat het filmfestival van Rotterdam vrijwilligers zocht. Ik meldde me aan en mocht tot mijn verbazing nog komen ook. Ik had alleen geld voor een enkele reis met de trein. In ruil voor mijn werk als kaartjesknipper mocht ik alle films zien die ik wilde. De hemel ging voor me open! Ik ben het hele festival gebleven, heb onder de tafel op het kaartjeskantoor en op een bankje op het station geslapen, maar ik voelde dat ik er helemaal bij hoorde.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Dan ben ik nog steeds bezig met het maken van films. Ook het thema is dan niet veranderd: ik zal menselijke verhalen blijven maken. Als je me had gevraagd wat ik over vijftig jaar doe, was het antwoord hetzelfde geweest. Mijn thematiek wordt alleen maar relevanter. Juist nu de politiek in sommige landen druk uitoefent op de menselijke waardigheid komt er meer ruimte voor kunst over dat onderwerp.”

“Op de korte termijn gaat nu al mijn aandacht naar Ways to Run, mijn nieuwe film. Die draai ik weer in Kabul. Ik moet opschieten. De Taliban komen er langzaam maar zeker terug. Als dat gebeurt, vallen we zomaar dertig jaar terug in de tijd. Vrijheden komen onder druk te staan. We proberen de opnames voor de jaarwisseling af te hebben. Misschien kunnen we er daarna nooit meer filmen.”

Het prijzengeld voor de winnaar is 35.000 euro. Wat gaat u daarmee doen als u wint?

“Ik kan mijn kansen onmogelijk inschatten, ben onder de indruk van mijn mede-genomineerden (cabaretier Micha Wertheim en Ernestina van de Noort, organisator van de Flamenco Biënnale, red.). Maar dat bedrag kan ik eerlijk gezegd echt heel goed gebruiken. Het zou mij financiële stabiliteit kunnen bieden. Ik leef nog altijd van een minimuminkomen, heb altijd schulden. Ik zou dus in mezelf investeren. Ook ondersteun ik een klein filmhuis in Kabul. Daar gaat zeker een deel van het geld naar toe. Maar wat me ook steekt: voor mijn films kom ik in aanraking met mensen die het veel slechter hebben dan ik. Ik kan aan hen nooit iets geven. Ook dat zou ik graag veranderen.”

De shortlist

Bewezen kwaliteit

- theatermaker/mimespeler Karina Holla
- modeontwerper Fong Leng
- choreograaf/directeur Het Nationale Ballet Ted Brandsen

Beste prestatie

- cabaretier Micha Wertheim
- internationaal podiumkunsten festival Flamenco Biënnale
- documentairemaker Aboozar Amini

Stimuleringsprijs

- beeldend kunstenaar Raquel van Haver
- conceptuele club/sociëteit Sexyland
- filmmaker Sam de Jong

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden