Plus

Redacteur Lolies van Grunsven: ‘Past een auteur bij mij aan tafel?’

Achter elke schrijver gaat een redacteur schuil. Die bepaalt wat er in de boekhandel ligt, en uiteindelijk op uw nachtkastje. Vandaag: literair agente Lolies van Grunsven.

Lolies van Grunsven helpt ­auteurs onder meer bij het vinden van een uitgeverij.Beeld Inta Nahapetjan

Lolies van Grunsven (1971) heeft een paar stellige regels waaraan ze zich houdt. Ze gaat niet achter schrijvers aan die al een uitgeverij hebben, en als ze met een schrijver gaat samen­werken, moet die bij haar aan de keukentafel kunnen zitten. Ze was bijna vijftien jaar acqui­rerend redacteur bij verschillende uitgeverijen toen ze in 2010 besloot een eigen literair agentschap te beginnen: Van Grunsven Creative Management.

Ze begeleidt auteurs als Thomas Acda, Maartje Wortel, Marcel van Roosmalen, Anne-Gine Goemans en Thomas Heerma van Voss. Zowel inhoudelijk als zakelijk, vertelt ze in haar kantoor aan de Korte Leidsedwarsstraat. “De eerste taak is om met de schrijver tot zo'n versie van het manuscript te komen dat je het naar een uitgeverij kunt sturen, en dan...”

‘Slushpile’

Ho, stop. Laten we bij het begin beginnen. Waarom zouden schrijvers bij haar aankloppen en niet meteen bij een uitgeverij? “Omdat de stap naar een uitgeverij vaak groot is, en men vaak niet weet welke uitgeverij het beste bij hen past. Kijk, je hoeft als schrijver geen agent te hebben, maar het is wel slim als je wilt dat je belangen goed worden behartigd. Bij lastige zaken kan ik namens hen het woord voeren, zodat ze dat niet zelf hoeven te doen, waardoor hun relatie met de uitgeverij goed blijft.”

Hoe komt Van Grunsven aan haar auteurs? Hoe komt een schrijver – laten we haar mevrouw Jansen noemen – bij haar terecht? "Vooral via mijn netwerk. 'Die en die is aan een roman bezig, daar moet je eens mee praten.' Ik word met regelmaat gebeld en gemaild door schrijvers die ik uit het vak ken. Soms lees ik een artikel waar ik achteraan ga. En heel soms zit er iets in de ‘slushpile’.” 

Een gesprek 

Goed, Van Grunsven is getipt over mevrouw Jansen. Ze is aan een roman bezig. En dan? "Toen ik net was begonnen als literair agent heb ik met bevriende agenten in het buitenland gebeld. En Carole Blake, van het gerenommeerde Blake Friedmann, zei: ‘Alle schrijvers met wie ik werk, moeten in principe bij mij aan de keukentafel kunnen zitten.’

Die regel heb ik aangehouden. Als mevrouw Jansen de eerste vijftig pagina's van haar manuscript heeft in­geleverd en ik vind die heel goed, vraag ik om het gehele manuscript. Dat ga ik lezen. En ben ik dan nog steeds enthousiast, dan nodig ik mevrouw Jansen uit voor een gesprek. En dan kan het zo zijn dat mevrouw Jansen en ik elkaar ­helemaal niet liggen als we elkaar ontmoeten. Dan houdt het daar op. Uiteindelijk gaat de ­relatie tussen agent en schrijver om vertrouwen. Als dat er niet is, krijg je niets voor elkaar.” 

Eén kans

Maar het klikt tussen Van Grunsven en mevrouw Jansen. Ze praten over het manuscript. Van Grunsven zegt wat er volgens haar beter kan en waarom (stijl, compositie et cetera). Vervolgens komt er een versie waar Van Grunsven met de schrijver aan blijft werken tot die goed genoeg is om naar een uitgeverij te sturen.

“Dat kan soms jaren duren. Ik doe dat bewust zo, omdat je maar één kans krijgt om een manuscript aan te bieden en gelezen te krijgen, en de kans is veel groter dat ik op deze manier een schrijver verkocht krijg.”

“Ik doe dit nu ruim zes jaar en deze aanpak werkt heel goed. Ik heb een inspanningsverplichting; dat betekent dat ik niet kan garanderen dat ik het boek verkoop, maar er wel alles aan doe óm het te verkopen. Dus zoek ik de uitgeverijen die het beste bij een auteur en een manuscript passen. Ik bel dan de redacteuren om te vertellen dat ik een interessant boek heb en ik vraag of ze het willen lezen. Ze weten dat ze het niet als enige krijgen, zo transparant moet je zijn. En als meerdere redacteuren het goed vinden, en goede mogelijkheden zien om het te exploiteren, begint het bieden.” (Zie kader.)

Expertise

Daarna volgt het onderhandelen. Van Grunsven heeft expertise die veel schrijvers niet hebben. Wat valt er te onderhandelden, hoe moet ik dat doen, wat kan ik vragen en wat niet? “De meeste uitgeverijen werken met een standaardcontract, en schrijvers denken dat er alleen te onderhandelen is over het voorschot. Dat is niet zo. Als een auteur van mij veel contacten heeft in de filmwereld, is het dan slim om die nevenrechten uit handen te geven? Er zijn ­genoeg schrijvers die ongelezen een contract tekenen. Dat is niet slim. Je moet heel goed ­weten wat in zo'n contact staat. Welke rechten vallen daaronder en wat betekent dat voor jou?”

Nadat Van Grunsven mevrouw Jansen bij een uitgeverij heeft ondergebracht, zit haar werk er nog niet op. Ze doet een stap terug, omdat ze het belangrijk vindt dat de auteur ook een goede band met de redacteur van de uitgeverij opbouwt, maar niet dan nadat ze nog zoveel mogelijk voor haar auteur heeft gedaan. En nog een laatste stelregel: “Ik werk met schrijvers die meer in hun mars hebben dan één boek.”

Lolies van Grunsven 'doet' de boeken van Arnon Grunberg die bij Lebowski verschijnen. Moedervlekken werd alom jubelend ontvangen.Beeld -

Bieden

“Als een manuscript wat de schrijver en mij betreft klaar is om te versturen, benader ik uitgeverijen. Ik vertel dat ik een voor hen interessant boek heb en vraag of ze het willen lezen.”

“Ik ben wel zo transparant dat ze weten dat ze niet de enige zijn die dat manuscript onder ogen krijgen. Als een uitgeverij vervolgens met een bod komt, zet ik een datum vast waarop andere uitgeverijen uiterlijk kunnen reageren. Ik zeg daarbij niet wat er al geboden is; dat mag ook niet, maar ik kan soms wel een richting aangeven. Als iedereen met een eerste bod is gekomen, leg ik dat voor aan de schrijver.”

“Dan ga ik terug naar de uitgeverijen met de vraag of ze zouden willen overwegen met een verbeterd bod te komen. En zo gaat het dan door tot er een eindbod is. Het is overigens niet altijd zo dat de hoogste bieder wint. Vaak maak ik met de schrijver een rondje langs de uitgeverijen, zodat beide partijen een idee hebben met wie ze eventueel in zee gaan. Het gaat dus ook om het gevoel dat een schrijver bij een uitgeverij heeft. Maar het geld gaat wel meetellen als er een verschil is van tienduizend euro, en de uitgeverijen onderling niet zoveel van elkaar verschillen.”

Lees deel I uit deze serie: Redacteur Janneke Louman vindt dat heel veel slecht is geschreven [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden