PlusInterview

Recensent Arjen Fortuin: ‘Televisie schotelt je dingen voor waarvan je niet wist dat ze je zouden interesseren’

Televisierecensent Arjen Fortuin: 'Ik had geen behoefte om een boekje vol te schrijven over waarom Johan Derksen een lul is, dat waren ook niet de soort stukjes waar ik het meest trots op was.' Beeld Hilde Harshagen
Televisierecensent Arjen Fortuin: 'Ik had geen behoefte om een boekje vol te schrijven over waarom Johan Derksen een lul is, dat waren ook niet de soort stukjes waar ik het meest trots op was.'Beeld Hilde Harshagen

Arjen Fortuin was vijf jaar lang televisierecensent voor NRC. In het boek Kijkt u nog? neemt hij het op voor het zo vaak verguisde en doodverklaarde medium. ‘Zoveel is wel de moeite waard.’

Roelf Jan Duin

Toen Arjen Fortuin vijf jaar geleden door de NRC-hoofdredactie gevraagd werd om televisierecensent te worden, antwoordde hij met een wedervraag. “Weten jullie dat ik nooit tv kijk?” Het bleek geen bezwaar, en dus vond Fortuin, die daarvoor literatuurcriticus was, zichzelf opeens vijf avonden per week terug achter wat Gerrit Komrij ooit de ‘treurbuis’ noemde.

Het maakte hem een betere burger, zo concludeert hij in zijn boek Kijkt u nog?, dat deze week uitkomt en een bloemlezing is van de circa duizend tv-recensies die hij schreef. Fortuin raakte door het televisiekijken beter geïnformeerd, kreeg een bredere blik op de samenleving en raakte onder de indruk van het vermogen van de tv om een land te verbinden.

Inmiddels is Fortuin tv-recensent af. Hij wordt in september de nieuwe ombudsman van NRC, maar in zijn boek neemt hij het nog een keer op voor het zo vaak verguisde medium. “In gesprekken over televisie is de teneur al snel: ‘wat is het allemaal toch vreselijk en wat zijn die talkshows stompzinnig, ik kijk echt nooit meer tv, sterker nog: ik heb niet eens een tv.’ Ik had geen behoefte om een boekje vol te schrijven over waarom Johan Derksen een lul is, dat waren ook niet de soort stukjes waar ik het meest trots op was. Ik wilde laten zien dat heel veel dingen juist wel de moeite waard zijn.”

U omschrijft uw eerste maanden als televisierecensent als een ontdekkingstocht. Wat viel u op?

“In het begin schreef ik veel verwonderde stukjes over programma’s die soms al jaren bestonden, maar die ik nog nooit gezien had. Boer zoekt Vrouw, Wie is de Mol?: het was volkomen langs mij heen gegaan. Ik kreeg wel al snel door waarom naar sommige programma’s niet meer dan 800.000 mensen kijken, en naar andere 2 miljoen. Die zijn namelijk ontzettend goed gemaakt. In Wie is de Mol? zit een enorme gelaagdheid: het speelt voortdurend met de verwachtingen van de kijker. Die denkt soms aan de hand van een aanwijzing de oplossing gevonden te hebben, terwijl in de afleveringen die volgen misschien wel honderd nieuwe aanwijzingen zitten. Ook in Boer zoekt Vrouw of Expeditie Robinson zitten zoveel suggesties verstopt, dat is echt knap. Er zit vaak veel meer denkkracht en creativiteit in zulke programma’s dan je als argeloze kijker ziet.”

Maakt een professionele blik het kijken naar dit soort programma’s leuker?

“Dat betwijfel ik. Je raakt na verloop van tijd minder verrast, het gaat allemaal op elkaar lijken. Goed beschouwd zit er ook weinig verschil tussen het vierde of het twaalfde seizoen van Wie is de Mol? En ook van iedere avond naar De slimste mens kijken word je, hoe leuk ik het programma ook vind, niet per definitie slimmer.

Wel merkte ik na één of twee jaar dat ik informatie binnenkreeg die ik anders niet zo snel opgepikt had. Televisie schotelt je dingen voor waarvan je niet wist dat ze je zouden interesseren. In de informatiesamenleving denken we dat we dat zelf controle hebben over waar we onze informatie vandaan halen, terwijl computerprogramma’s in staat zijn om heel nauwkeurig te voorspellen wat we willen, en ons dus steeds meer van hetzelfde geven.

Ik heb onnoemelijk veel geleerd door gewoon te gaan zitten en me over te geven aan wat er zou komen. Over het klimaat, plastic, abortus, MeToo, de lijst is oneindig.”

Doelt u dan vooral op de 2Docs, Tegenlichts en Zembla’s van deze wereld?

“De programma’s waar ik het meest aan heb gehad werden vaak wel op NPO 2 en NPO 3 uitgezonden, maar soms ook op NPO 1 of RTL 4. Maar Boer zoekt Vrouw, of Welkom in... Containerdorp leerden me veel over hoe mensen zich tot elkaar verhouden.”

Wat voor programma’s lenen zich slecht voor een stuk in de krant?

“Toen de schaduw van mijn voorganger Hans Beerekamp, die 14 jaar lang praktisch alles keek, nog groot was dacht ik dat ik moest schrijven over programma’s waar iedereen naar keek. Dan bleek al snel dat ik er niet zo veel interessants over te melden had. Groot amusement, quizzen, het is leuk om naar te kijken, ze scoren goed, maar zie er maar iets origineels over te schrijven. Toen besloot ik om vooral de programma’s te kiezen die mij raakten. Programma’s die mij uit m’n evenwicht brachten, boos maakten, ontroerden, of mij iets leerden.”

Hoe ging u om met de talkshows, die avond na avond op die emoties mikken?

“Toen ik begon was ik zo nieuw in deze wereld dat ik moeilijk kon beoordelen hoe uitzonderlijk het was als er iets opzienbarends plaatsvond in een talkshow. Maar al snel kun je aan de hand van de gasten wel inschatten hoe een uitzending gaat zijn. Als er weer een halvegare aan tafel zit om een complottheorie te ontvouwen kun je voor de zoveelste keer een verontwaardigd stukje schrijven dat dit ‘nooit op televisie had mogen komen!’. Dan krijg je vast een hoop bijval, maar het geeft weinig bevrediging. Ik heb altijd geprobeerd om er zo serieus mogelijk over te schrijven. Dan kun je ook wel een relletje overslaan, of een paar dagen wachten tot je er iets over schrijft.”

Waarom zijn talkshows toch zo’n geliefde boksbal?

“Dat heeft deels te maken met de verwachtingen die we ervan hebben: ze moeten tegelijkertijd onderhoudend en journalistiek relevant zijn. Dat lukt nooit, dus stellen ze altijd teleur. In talkshows wordt commentaar gegeven op nieuws dat mensen al tot zich hebben genomen. Kekke opinies waar de kijker zich in kan wentelen, zodat linkse mensen kunnen aanhoren wat Bas Heijne of Geert Mak ergens van vinden, en zich kunnen ergeren aan wat Jort Kelder zegt. En voor rechtse mensen geldt het omgekeerde. Maar inhoudelijk voegt het niet zoveel toe.”

Hoe komt dat?

“Omdat redacties risicomijdend zijn. En in talkshowtermen betekent risico: het uitnodigen van iemand die minder dan vijf keer op tv is geweest. Die zou zomaar kunnen afdwalen van het vooraf bedachte script, of niet zo goed uit z’n woorden kunnen komen. Neem afgelopen zomer, toen het mis ging in Afghanistan. Er zijn werkelijk tientallen mensen met verstand van zaken die daar iets over konden zeggen, maar wie zat er bij Op1? Jeroen Pauw, nota bene producent van de show. Omdat hij 15 jaar geleden een week in Uruzgan was geweest.”

Het is lullig om elke keer weer als voorbeeld te noemen, maar De Wereld Draait Door slaagde er in om een sfeer te creëren waarin ze alles durfden te verkopen. Dat ging heus niet altijd goed, maar zeker eens per twee weken gebeurde daar iets bijzonders. Zoiets kan alleen als je zelfvertrouwen hebt. Maar bij de huidige talkshows zijn ze banger voor de kijker die wegzapt dan voor de kijker die het klote vindt. Dat zie je er ook aan af.”

De dood van televisie is al vaak aangekondigd, maar die berichten bleken telkens sterk overdreven. Kijken we over twintig jaar nog tv?

“Dat denk ik wel, omdat het een functie vervult waar geen alternatief voor is. Als er iets groots gebeurt, zoals de coronapandemie, of de oorlog in Oekraïne, dan wenden we ons tot de tv om bij elkaar te komen. Op zulke momenten voorziet de televisie ook echt in die behoefte. Neem de coronapersconferenties, waar meer dan 7 miljoen mensen naar keken, terwijl iedereen al wist wat er gezegd ging worden. Het is niet zozeer dat de tv zelf een magische kracht heeft om mensen te verbinden, maar als mensen zoeken naar verbinding met elkaar zetten ze de tv aan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden