Plus

Raquel van Haver wil dikker, dunner, groter of gekker

Drie jaar geleden at kunstenares Raquel van Haver (29) nog Cup-a-Soup en een blik doperwten als avondmaal, maar dit jaar won ze de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst en volgende week opent in het Stedelijk een solotentoonstelling met haar werk. 'Als ik in de keuken experimenteer met verf, kun je het van de muren schrapen.'

Beeld Erik Smits

Hij past precies. Ze hebben het nog maar eens gemeten. De zaal in het Stedelijk Museum is negen meter en 47 centimeter breed, het schilderij negen meter en zestien centimeter, verdeeld over vier met jute opgespannen losse frames. Vier meter hoog. Laten we zeggen: een oppervlakte van ruim twee keer De Nachtwacht.

Dikke lagen olieverf, gips, papier, as, teer, hout, hars, houtskool, krijt, sigaretten, vloeipapier, dopjes van bierflessen, plastic zakjes, papier-maché, karton, mobiele telefoons en haar, veel haar. Al met al goed voor een kilootje of driehonderd, schat Raquel van Haver.

De titel: We don't sleep as we parade all through the night...

Wat zien we? Mensen rond een tafel met eten en drinken. Mensen die een potje zitten te kaarten of gewoon: een goeie tijd hebben met elkaar. Een explosie van kleuren en materialen. 'Luide kunst,' aldus de maakster zelf. Het doet qua compositie denken aan Da Vinci's Laatste Avondmaal.

Van Haver, 29 jaar nog maar, won onlangs de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Volgende week opent in het Stedelijk Museum Spirits of the Soil, een solotentoonstelling in maar liefst zes zalen, die zijn apotheose vindt in het enorme hoofdwerk, dat is ingebed in een ruimtelijke installatie.

Conservator Martijn van Nieuwenhuyzen van het Stedelijk komt superlatieven tekort om het werk te beschrijven: monumentaal, autonoom, uitdagend, Latijns-Amerikaans.

"Maar ik ben hier opgegroeid," zegt Van Haver. "Laatst vroeg iemand: kijk jij weleens naar renaissancekunst? Dat is een van mijn favoriete periodes! De composities van die oude Nederlandse schilderijen zijn zó sterk. Het gestileerde, dat zie je bij mij niet terug, maar die composities hou ik vast. Ik hou ook van het theatrale, zoals je dat ziet bij De geboorte van Venus van Botticelli."

Beeld Erik Smits

De methode-Van Haver: eerst doet ze onderzoek, vaak in het buitenland. Daarna maakt ze foto's en schetsen. Pas dan volgt thuis het schilderen op doek, waar alle ervaringen samenvloeien die ze opdeed in de Bijlmer, waar ze woont, en in de barrios, slums en favela's van megasteden in de Caraïben, Afrika en Latijns-Amerika.

Voor Spirits of the Soil trok ze wekenlang op met de Area Boys, losjes georganiseerde bendes die er in de verpauperde achterstandswijken van Lagos (Nigeria) het beste van proberen te maken.

"Ze noemen zichzelf de sons of soil, de zonen van de grond," zegt Van Haver. "Ik vond dat mooi: wij zijn de stad, wij zijn de buurt. Ik zie dat vaak: nationalistische trots op een piepklein stukje grond. Het gaat niet om etniciteit, maar om de groep of het gebied waarin je samen leeft."

Werd u niet zenuwachtig?
"Van de Area Boys? Waarom? Ze werden zenuwachtig van mij: wat doet zij hier? Ik kom eerst zonder camera, daarna kom ik terug. Ik neem de tijd om vertrouwen te winnen. De Area Boys worden door de meeste mensen gezien als gevaarlijke en agressieve criminelen, als kanslozen die te lui zijn om zich te ontwikkelen, maar ik kwam in een warm bad. Ik oordeel niet: ik zie mensen en hoor de verhalen. Ze voelen dat ik oprecht geïnteresseerd ben."

"Dat heb ik op meer plekken. Ik heb ook het geluk dat ik vrouw ben. In de dancehallcafés in Zimbabwe komen de meeste vrouwen alleen als ze prostituee zijn. Ik kocht er bier voor mannen en stond te roken. Ik heb meegemaakt dat een jonge man tegenover me zat die letterlijk tien minuten lang met zijn mond open zat."

U kreeg dit jaar na drie eerdere nominaties de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Waar heeft u het dan over met de koning?
"Dat gaat heel snel. Het was: hé, we zijn er weer. Hij vertelde dat hij vaak in het Stedelijk kwam en dat hij het leuk vond dat ik daar een show heb. Dus ik zeg: kom ook, gezellig. En doei hè. Heel anders dan zijn moeder, toen die koningin was. Daar stond ik wel twintig minuten mee te praten over mijn werk en kunst in het algemeen."

In 2012 heeft Beatrix iets van u gekocht.
"Een klein portret. Vlak voordat ik het schilderij inleverde, had ik er nog een paar klonten verf opgeplakt en het weer netjes ingepakt. Ik dacht: dat merkt niemand. Later hoorde ik dat ze overal sporen verf hebben teruggevonden. Ik ben nog op Noordeinde geweest om het te signeren. Dat was wel heel cool. Mijn moeder had zo'n kleine, rode Ford Ka. Daar zijn we mee door die tuinen gaan racen."

Hoe ging die verkoop?
"We stonden te praten. Nadat Beatrix was weggegaan, kwam er een hofdame naar me toe: gefeliciteerd, ze heeft iets gekocht. Ik was net afgestudeerd en dan zoiets."

Weet u waar het hangt?
"Dat wilde ik aan Willem-Alexander vragen. Maar toen hij eenmaal voor me stond, durfde ik niet meer."

Waar haalt u al dat haar vandaan dat u gebruikt?
"Het is braiding hair, synthetisch vlechthaar dat ik bij de toko koop. Een knipoog naar het schoonheidsideaal van veel vrouwen en mannen met nephaar. Soms gebruik ik een stukje echt haar, maar met de hoeveelheden die ik nodig heb is het niet te doen. Het gaat er pas als laatste op. Het dwarrelt en plakt overal aan vast als ik het knip en verf, waardoor het echt een troep kan worden."

Raquel van Haver
19 februari 1989, Bogota, Colombia
2006-2008
Vooropleiding Rietveld Academie, Amsterdam
2008-2012
Hogeschool voor de Kunsten, Fine Arts, Utrecht
2015-heden
Jack Bell Gallery, Londen
2016-heden
RonLangArt, Amsterdam
2017
Winnaar van De Scheffer prijs, de tweejaarlijkse aanmoedigingsprijs (inclusief solotentoonstelling) van de Vereniging Dordrechts Museum
2018
Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst (eerder genomineerd in 2012, 2013 en 2016)
2018
Solotentoonstelling Spirits of the Soil, Stedelijk MuseumRaquel van Haver woont met haar vriend in Zuidoost.

Uw werk lijkt wel een fysiek gevecht met de materie.
"Ik hou van de uitdaging: kan het dikker, dunner, groter of gekker. Als kind schilderde ik met waterverf, net als mijn opa Henk Bolderink. Ik vond zijn paletjes zo mooi, van die propjes verf met nog een klein beetje water. Het fascineerde me hoe die kleuren bij elkaar kwamen. Ik probeerde er zo dik mogelijk mee te schilderen, maar dat sloeg natuurlijk nergens op. Toen heb ik acryl geprobeerd, maar dat wordt dof. Tot iemand zei: je moet olieverf nemen. Vanaf het eerste moment heb ik het dik aangezet. Het werd een uitdaging: hoe ver kan ik gaan? Af en toe moet ik stutten. Dan flikkert er een hoofd van het schilderij of een neus. In de zomer wordt mijn olie zacht en gaat het zakken. Dan zet ik er een paar palen onder."

Voegt u iets toe aan de verf?
"Soms sta ik in de keuken allemaal dingen in een pannetje te smelten en dan kijk ik hoe het reageert met olieverf. Vooral als ik met was of hars aan de gang ga, kan de boel behoorlijk ontploffen. Dat vindt mijn vriend niet zo leuk, hahaha. Dan moet je het echt van de muren en van het fornuis schrapen."

"Ik kreeg vroeger vaak op mijn kop van mijn schilderleraar. Ik kocht altijd oude doeken van mensen en die spande ik opnieuw op, maar dat ging scheef. Ik smeerde ze met verf recht. Wie heeft bedacht dat een werk niet krom mag zijn?"

Wat vonden ze op de kunstacademie van uw werk?
"Volgens mij vonden ze het nogal grof. Ik had les van Lieven Hendriks, die hele minimale en abstracte schilderijen maakt. Dat botste. Ze lieten me vooral met rust en gaven me de ruimte om te experimenteren, want ik deed toch wel wat ik wilde. Dat vonden ze grappig en ze zagen ook iemand die lekker aan het werk was. Toen ik afstudeerde, werd nog wel even gezegd dat ik koppig ben."

Beeld Erik Smits

Hoe lang doet u over zo'n schilderij?
"Over een klein werk zo'n anderhalve maand. Over het grote werk dat ik nu voor het Stedelijk heb gemaakt, heb ik iets langer dan een halfjaar gedaan."

Dat is toch niet meer van deze tijd.
"Lekker hè? Ik vind kijken belangrijk. Een goed schilderij, daar kun je uren, dagen, maanden, jaren voor zitten en steeds ontdek je weer iets nieuws. Of het verhaal past zich aan de veranderingen in je eigen leven aan."

Wie hebben u geïnspireerd?
"Een aantal vrienden van me: kunstenaars en activisten. Mensen die de drive hebben om iets voor elkaar te krijgen. Ik word boos als ik onrecht zie. Ik wil dingen aankaarten en vind het fijn als anderen dat ook doen, kunstenaars als Ebony G. Patterson, Sheena Rose, Kemang Wa Lehulere of Zanele Muholi. Ik vind The Women Fighters of the Farc van Newsha Tavakolian erg mooi."

Schildert u figuratief omdat het dan makkelijker is uw verhaal te vertellen?
"Je kunt er een wat breder publiek mee aanspreken. Ik ben een soort documentaire schilder, met een journalistiek kantje. Maar ik ben figuratief gaan werken omdat ik geen gezichten kon schilderen. Ik ben gaan oefenen en uiteindelijk kwam de fascinatie. Figuratief past bij mij, maar over twee jaar kan het helemaal anders zijn."

Mag ik uw kunst activistisch noemen?
"Goed kijken naar mijn werk kan je helpen om vooroordelen los te laten en in gesprek te gaan. Maar dat is iets anders dan dat ik ermee op de barricades sta. Ik ken de oprichters van Kick Out Zwarte Piet heel goed, ik heb veel respect voor ze. Maar ik doe het op een andere manier."

"In Nederland is er behoefte aan een bepaald soort kunst: abstract en steriel, vooral niet te schreeuwerig. Ik probeer die beeldtaal te veranderen: right in your face. In Nederland wordt de kunst vooral gerepresenteerd door witte mensen. Ik probeer dat te doorbreken, juist door verhalen te vertellen die nog niemand kent."

leur Ouwerkerk, een vriendin en collega van u, zegt dat schilderen voor u hetzelfde is als ademhalen.
"Voor de show in het Stedelijk Museum maakte ik dagen van twaalf tot zestien uur. Echt een absurd kluizenaarsbestaan: schilderen, schilderen, schilderen."

Wordt u dan niet gek van uzelf?
"Als ik niet zou doen, word ik gek. Het moet. Het is wel fijn om af te wisselen met onderzoek. Dan zit ik een paar maanden in het buitenland en heb ik zo veel indrukken opgedaan, dat ik er naar uit zie om me weer op te sluiten in de studio."

Waarom bent u kunstenaar geworden?
"Ik besloot naar de kunstacademie te gaan omdat ik superdyslectisch was."

Dat klinkt wel heel negatief: ik ga schilderen omdat ik niks anders kan.
"Dat werd me heel vaak verteld: je kan niet zo veel. Tekenen kon ik wel. Ik kwam er op school achter dat als ik voor iedereen een tekening maakte, de anderen voor mij rekenen en spelling deden. Dus ik had een behoorlijk grote achterstand toen ik op de middelbare school kwam. Dat ik van kunst mijn beroep kon maken had ik nooit bedacht. Het was altijd: leuk, een tekening maken."

Het meisje heeft een hobby.
"Laatst kwam er een dame naar me toe. Die zei dat ik op zo'n hobbymarktje mocht staan met een kraampje."

Was u beledigd?
"Waarom zou ik? Wat weet die vrouw nou? Ze bedoelt het supergoed."

Het is wel neerbuigend.
"Als zij nou gelukkig wordt van de katjes en de dingetjes op zo'n markt? Dat vind ik leuk voor haar. Als ze mij een gunst wil doen: prima. Kan ze daarna bij me langskomen in het Stedelijk."

Kunt u leven van de kunst?
"Het gaat lekker. Drie jaar geleden had ik nog vijf baantjes. Toen mijn galerie in Londen mijn allereerste show helemaal uitverkocht, nog voordat die open was, besloot ik om daarmee te stoppen. Ik dacht: het is nu alles of niets."

Een klein portret van uw hand doet bij de galerie ruim tweeduizend euro.
"Klopt."

Je hoort toch vaak dat het sappelen is voor kunstenaars.
"Dat is het ook. Vroeger at ik Cup-a-Soup en een blik doperwten, tegenwoordig kan ik lekker eten kopen en mijn verf betalen. Ik heb iets minder hoofdpijn, maar de jackpot heb ik nog steeds niet gewonnen. Ik ben blij dat ik nu op tijd mijn huur kan betalen, maar dat kan ook zo voorbij zijn."

Hoe is het: in het Stedelijk hangen?
"Mijn opa nam mij er mee naar toe toen ik nog heel klein was. Het was het eerste museum dat ik zag, nu hang ik er zelf. Hoe cool is dat?"

Het is een enorm witte omgeving.
"Maar nu ben ik er."

Je ziet er ook weinig werk van vrouwen.
"Ik zie veel kunst van vrouwen. Vrouwen maken een inhaalslag. Maar de vaste collectie, dat is wat anders. Dat werk wordt vaak aangekocht door mannen. Die denken: vrouwen nemen kinderen, dan zijn ze een tijdje buiten beeld en neemt de waarde van hun werk af."

Houdt u dat persoonlijk bezig?
"Het is een groot onderwerp onder vrouwelijke kunstenaars, waarover we onderling veel spreken: hoe ga jij het doen, wil je kinderen? Ik ben er zelf nu niet zo mee bezig. Als het gebeurt, gebeurt het en als het niet gebeurt, gebeurt het niet. Ik ben 29, dus ik heb nog wel even. Ik ben lekker bezig met mijn shows."

Maar u praat er wel over met andere vrouwelijke kunstenaars.
"Omdat ik vaak hoor dat ze hun hele carrière hebben opgeofferd voor een kind. En als je dan vraagt: mis je het niet, blijft het soms iets te lang stil voordat ze zeggen dat hun kinderen heel lief zijn."

Men zegt wel: een goede kunstenaar is monomaan, daar passen geen kinderen bij.
"Je moet focus hebben, dat klopt. Voor de partner is het moeilijk, ook voor die van mij. Ik zie dat hij het af en toe heel lastig vindt. Dan heb ik een project gekregen en ben ik een halfjaar weg. Ik ken iemand die tien dagen per jaar thuis is. We proberen het bespreekbaar te houden. Hij wist met wie hij in zee ging."

Is hij ook een kunstenaar?
"Hij zit in de beveiliging."

U bent geadopteerd.
"Geboren in Colombia, een zusje uit Sri Lanka en opgegroeid in Hoorn. Op de basisschool dachten ze dat ik slecht Nederlands sprak, totdat mijn moeder een keer op school kwam. Dan was het: o, ze heeft een blanke moeder, niets aan de hand. Als kind wist je niet precies wat er was, maar wel dat er iets was. Op mijn zeventiende was ik weg om te gaan samenwonen in Zuidoost."

Wat deden uw ouders?
"Mijn moeder had een eigen modezaak en mijn vader werkte op de beurs in Amsterdam. Hij heeft me vaak uitgelegd wat hij deed, maar ik snap er nog steeds niets van."

Keurige middenklasse.
"Hartstikke. Niets aan de hand. Gewoon genoten."

Hebben ze u verteld waarom ze u hebben geadopteerd?
"Ze wilden graag kinderen. Vanuit de organisatie Wereldkinderen zeiden ze: we hebben er één voor u uit Colombia. Dramatischer is het niet."

Bent u terug geweest in Colombia?
"Zes jaar geleden voor het laatst. Volgend jaar ga ik lang. Ik wil mijn volgende show over vrouwen in Colombia doen."

"Ik weet nog de eerste keer dat ik in Colombia kwam. Ik was het vliegtuig nog niet uit of een dame kwam op me af om te vragen waar het toilet was. Ze vroeg iets aan mij! Ze dacht kennelijk: jij zal het wel weten, want je ziet er net zo uit als ik. Als ik in een of ander gehucht in Nederland ben, wordt me nooit iets gevraagd."

Heeft u gezocht naar uw biologische ouders?
"Ik ben langs geweest bij mijn weeshuis. Er was me verteld dat het een schooltje was toen ik er zat als baby, maar nu was het een soort campus geworden. Acht grote gebouwen met een enorm terrein eromheen, waar alleen maar kindjes aan het rondrennen waren in allemaal dezelfde pakjes. Ik dacht: ik ga eerst even lekker rondreizen en genieten."

Gaat u volgend jaar wel zoeken?
"Misschien. Mijn hoofd staat er nu niet naar. Ik ben aan het schilderen. Het zijn vlagen: de ene keer denk je er veel aan, de andere keer niet. Zulke grote en emotionele dingen moet je niet overhaasten. Op dit moment spelen er zo veel dingen in mijn leven dat ik er niet nog zoiets belangrijks bij kan hebben."

lRaquel van Haver: Spirits of the Soil, Stedelijk Museum, 25 november t/m 7 april 2019.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden