PlusInterview

Radiopresentator Jurgen van den Berg: ‘Ons mooie vak wordt te grabbel gegooid’

Het NOS Radio 1 Journaal bestaat 25 jaar. Presentator Jurgen van den Berg is blij dat zijn losse stijl voor meer luisteraars zorgt, maar twijfelt over zijn toekomst: ‘Ik wil iets nuttigs doen, maar er ook lol in houden.’

Jurgen van den Berg: ‘Tv trekt me totaal niet, daar is veel te veel gedoe omheen.’ Beeld Marie Wanders

Op een recente zaterdag­ochtend bliepte de telefoon van Jurgen van den Berg ineens onophoudelijk. Vrienden attendeerden hem op een groot compliment dat radio­collega Frits Spits zojuist in zijn eigen uitzending had uitgesproken aan het adres van de presentator van het NOS Radio 1 Journaal.

Op een Utrechts terras gloeit Van den Berg (55) na van trots: “Frits zei dat het zo prettig is dat ik serieuze zaken serieus behandel, maar waar het even kan een knipoog of wat relativering toevoeg. Mooi dat hij dat aspect eruit lichtte. Die toon is een bewuste keuze geweest bij de nieuwe aanpak vanaf 2016 toen ik begon als presentator. En Frits is ook nog een echte radioheld van mij. Ik luisterde als tiener al naar hem.”

Waarom vindt u die lichte toets zelf zo belangrijk?

“Een uur uitzending moet als een ouderwetse voorpagina van een krant zijn: het belangrijkste nieuws, maar ook een cartoon of een leuke wetenswaardigheid. Het programma was voor ik in 2016 begon misschien iets té serieus. Uit onderzoek bleek dat luisteraars wegliepen die het programma inhoudelijk te hoog in de boom vonden zitten. Begrijp me goed: bij een ramp als in Beiroet maak ik geen grappen, maar mensen moeten in zo’n uur ook even op adem kunnen komen. Daarom blijven we ook muziek draaien. Twee plaatjes per uur, maar toch even nodig.”

Komt die knipoog standaard met u mee?

“Door mij te kiezen, weet je dat je bijna het tegenovergestelde van Sven Kockelmann in huis haalt. Ik ben blij dat Sven op Radio 1 presenteert want ik vind zijn stijl fantastisch, maar die zou niet drieënhalf uur lang in de ochtend kunnen. Ik ben meer radiomaker dan journalist. Dat uit zich in de toon. Nieuwe onderzoeken tonen aan dat het aanslaat: de waardering is hoger en we trekken meer luisteraars. Inmiddels zijn we de derde ochtendshow van Nederland. Mooi om dat voor elkaar te krijgen zonder grote promotiecampagnes. Als je kijkt hoeveel geld die commerciële stations ertegenaan smijten. Ik kan geen abri voorbij lopen of die Mattie en Marieke van Qmusic hangen erin.”

Toch trekt Radio 1 als geheel minder luisteraars dan een jaar eerder. Je zou verwachten dat er tijdens de coronacrisis juist meer behoefte is aan nieuwsvoorziening.

“Dat valt mij ook tegen, ja.”

Hoe kan dat, denkt u?

“Eigenlijk moet je dat aan onze zenderbaas vragen. Maar in zijn algemeenheid: de ochtend op Radio 1 gaat best wel goed. Spraakmakers met Ghislaine Plag, dat na ons komt, is een hartstikke leuk programma en wordt goed beluisterd. Tussen de middag is het nog oké, maar daarna zakt het in. Eigenlijk is dat al een paar jaar zo.”

“Sinds begin dit jaar hebben Dionne Stax en Toine van Peperstraten samen een programma in de namiddag. Je kunt je afvragen of dat nu al goed genoeg is om het allemaal vlot te trekken. Maar ook dat is een vraag voor de zendermanager, niet voor mij.”

“Je moet trouwens wel meerekenen dat jij nu de cijfers van de zomer noemt. Dat is normaal gesproken de sportzomer. Radio Tour de France is, precies in die moeilijke uren tussen twee en vijf, een echte publiekstrekker. Die missen we nu. Maar los daarvan: we moeten als zender gewoon beter scoren.”

Hoe zou u dat dan aanpakken?

“Als ik morgen de baas van Radio 1 zou zijn en alles mag omgooien, zou ik er een heel andere zender van maken. Stel: je hebt een hele goede interviewer in huis, type Tijs van den Brink. Waarom zou die niet een talkshowachtig programma kunnen krijgen tussen 14 en 16 uur?”

“Met dat soort plannen stuit je bij ons meteen op omroeppolitiek. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld Radio 2: dat is veel meer één zender. Weet jij van welke omroep de ochtendshow daar is? Nee toch? Maar hij is wél goed. En als die presentatoren op vakantie gaan, komt er rustig iemand van een andere omroep invallen. Er is bij Radio 1 al veel verbeterd, maar dat kan hier echt nog niet.’’

U zei eerder na te denken over een loopbaan ná het Radio 1 Journaal. Het beginnen van een bed & breakfast of een cocktailbar leek u een aantrekkelijke optie. Hoe lang wilt u nog door in de ochtend?

“De afspraak loopt tot eind volgend jaar. Dat ga ik sowieso volmaken. Ik heb inderdaad gezegd dat ik wel eens weg wil uit dat eerstelijns nieuws. Maar we gaan volgend jaar gewoon met z’n allen om tafel. Als iedereen er nog een goed gevoel over heeft, plakken we er nog een jaar aan vast.”

Wat zijn de argumenten om ermee op te houden?

“Dat is zeker niet het vak van radio maken. Dat vind ik nog steeds ontzettend leuk. Het gaat om al dat gedoe eromheen. Dat je zelf maar moet blijven verdedigen om te bewijzen dat je als journalist niet te links of te rechts bent. In die discussies ben ik een tijdje meegegaan. Maar ik hoor het van collega’s als Ghislaine of Lara Rense ook: hoe goed je het ook probeert te doen, het is eigenlijk nooit goed. En dat commentaar komt van beide kanten, hè. We hadden laatst Wilders in de uitzending over het Europese coronahulppakket. Dan krijg je dus meteen allemaal berichten: Hoe kun je! Die man verdient geen podium!”

“Goed dat Marcel Gelauff (hoofdredacteur van NOS Nieuws, red.) laatst bij Op1 vertelde wat onze verslaggevers in het land allemaal meemaken. Ze worden uitgescholden, bespuugd, bedreigd en de reportagewagens ondergepist. Vreselijk dat dat er tegenwoordig blijkbaar bijhoort.”

Wat merkt u daar zelf van?

“Toen ik in 2016 begon bij het Radio 1 Journaal, ben ik op Twitter gegaan om contact met luisteraars te houden. Maar het heeft geen zin: ik heb weleens een heel weekend online met allerlei boeren moeten discussiëren. De eerste luisteraar die me aansprak maakte nog een terecht punt over een item van ons. Ik gaf hem gelijk. Maar vervolgens kwam daar een stortvloed aan commentaar overheen van anderen die het originele bericht niet eens meer lazen en meteen begonnen te schelden op ‘die klootzak van de NOS’. Ik probeer dan netjes te blijven, maar leuk is het niet.”

“Zelfs hele basale journalistieke principes, zoals dat je als interviewer soms even de advocaat van de duivel speelt en tegengas geeft, lijken mensen niet meer te willen snappen. Dan wordt je vooringenomenheid verweten.”

En daarom wilt u ermee ophouden?

“Kijk, ik wil iets doen wat nuttig is, maar er ook lol in houden. Het gaat natuurlijk dieper dan een boze luisteraar naar ons programma, het gaat over ons vak. Bekijk het even op wereld­niveau, kijk naar Trump. Hij heeft heus niet altijd ongelijk in wat hij over de media zegt, maar met wat hij roept over de pers wordt ons mooie vak wel te grabbel gegooid. Op kleinere schaal zie je in Nederland dezelfde trend.”

Is de tactiek van het negeren van alle reacties met grof gescheld geen manier om door te gaan?

“Je hebt gelijk: je moet niet bij de eerste tegenslag aan de kant stappen. Je doet het voor de grootste groep die je niet hoort, maar wel luistert of leest. Maar het gemak waarmee journalisten op voorhand al gediskwalificeerd worden omdat ze van de zogenaamd bevooroordeelde NPO zijn, neemt alleen maar toe. Terwijl iedereen bij ons zijn uiterste best doet zich bij cijfers en feiten te houden.”

U bent inmiddels niet meer actief op Twitter.

“Het kostte me te veel tijd en energie en het leverde niets op. Ik heb nu Instagram. Daar zet ik af en toe een foto op van een mooi bord eten of van Geert, de kat van mijn vriendin. Krijg ik hele vriendelijke reacties op.”

Wat denkt u dat u straks gaat beslissen over uw toekomst?

“Ik kan er niet over liegen: de kans dat ik stop is er zeker. Ik zou het programma in eerste instantie drie jaar doen, eind volgend jaar zijn dat er al zes geworden. Dat is een mooi moment om iets anders te proberen. Omdat ik graag kook, speelde ik met de gedachte daarmee aan de slag te gaan. Ik had de informatie over professionele opleidingen al in huis. Maar goed, dat was in de tijd vóór corona toen er nog een tekort was aan koks in Nederland. De tijden zijn veranderd.”

U wilt niet zoals uw radiocollega’s Margje Fikse, Renze Klamer en Tijs van den Brink overstappen naar de televisie?

“Tv trekt me totaal niet. Daar is veel te veel gedoe eromheen. En ik vind mezelf ook niet prettig in beeld. Aan de andere kant: zappend van NPO1 naar SBS9 en terug, zie ik wel dat sommige programma’s af en toe door de ondergrens zakken. Dat denk ik dan wel beter te kunnen. Maar als ik kijk naar Jeroen Pauw, Paul Witteman of Matthijs van Nieuwkerk, weet ik dat ik dat niveau nooit zal halen. Daar moet ik dus niet aan beginnen. Zouden meer mensen in Nederland moeten doen, denk ik: kijken naar je eigen mogelijkheden en dan het leukste uitzoeken wat je wel kunt.”

NOS Radio 1 Journaal, elke werkdag van 6.00 tot 9.30 uur, NPO Radio 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden