Radicaal ingrijpen

RONALD HOOFT

Denkend aan Holland rijden we de heuvels uit, noordwaarts.

Zodra je de ' long and winding roads' achter je heb gelaten, blijkt -godzijdank- dat niet alles in Italië van een idyllische schoonheid is. Geen aaneenschakeling van met cipressen en opgerolde hooibalen bestrooide, eindeloos glooiende okergele hellingen; niet alleen maar ogenschijnlijk nonchalant tegen een bergwand gedrapeerde middeleeuwse nederzettingen; niet slechts verstilde met terrassen omringde dorpspleinen, waar de lokale goedgeconserveerde aow'ers, rond de fontein aan de voet van de gotische kerk of het Palazzo Ducale, ruziën over politiek of de laatste aankopen van Inter Milan.

Wanneer de wegen waterpas en parallel lopen met de Adriatische kustlijn, is er een wrede confrontatie met de rauwe realiteit. Belandend in een bleek landschap van tankstations, autodealers, cementfabriekjes, bouwmarkten en factoryoutlets, knaagt een schrijnend besef.

Zou dit liefdeloze landschap zonder identiteit zich niet overal kunnen bevinden? Is dit de San Fernando Valley? De péripherique van Lyon? Rijden we door het Ruhrgebied? Over de A2 richting 't Gooi? Ligt hier geen heilige taak voor de meestal alomtegenwoordige maar hier nadrukkelijk niet thuis gevende Nederlandse overheid? Het is volkomen ondenkbaar dat je binnen de stedelijke begrenzingen van Amsterdam een brievenbus in je eigen voordeur zaagt zonder de gestempelde toestemming van zowel de brandweer, de commissie welstand, de juridische afdeling van de Dienst Ruimtelijke Ordening, de Arbo en de HAACP en alle ambtenaren van bureau Monumenten en Archeologie -en dan nog pas nadat je in twaalfvoud ingeleverde aanvraag de veertienweekse inspraak- en bezwaarschriftperiode zonder kleerscheuren is doorgekomen, maar zodra je de bebouwde kom verlaat, begint ineens de Alles-is-andersshow.

Goedkope, milieuvijandige materialen, schreeuwerige kleuren, minimale inspanning, maximaal rendement. In optima forma het verschil tussen bouwkunst en bouwkunde, tussen architectuur en stenen stapelen.

Alle hoop is gevestigd op de volgende week aantredende nieuwe rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. Als architect bewijst zij als geen ander keer op keer dat het mogelijk is om utilitaire bouw van een duurzaam, economisch verantwoord en desondanks toch oogstrelend uiterlijk te voorzien. Haar wonderschone ontwerp voor zoiets banaals als de schilderijenopslag van het Scheepvaartmuseum -het met een flinterdunne huid van glanzend titanium beplakte bouwwerk dat als een mysterieus ruimteschip geland lijkt te zijn achter de afgebrokkelde beschermingswal rondom het marine-etablissement op Kattenburg- zou de absolute standaard moeten zijn voor alle Nederlandse bedrijfsverzamelterreinen.

Afgelopen met de halfzachte adviesfunctie die de titel van rijksbouwmeester nu behelst, een keiharde volmacht zou zij moeten krijgen. Besluitvorming met onverbiddelijke consequenties. De sloopkogel in alle lelijkheid en binnen een jaar de boel herbouwen, conform bijzonder strenge door haar persoonlijk geformuleerde schoonheidseisen, op straffe van onteigening, zonder mogelijkheid tot beroep!

Verlicht despotisme is de enige oplossing. Noodsituaties vergen nu eenmaal radicale ingrepen. Liesbeth, een smeekbede: red het Nederlandse landschap!

Gelukkig stoppen we onderweg een paar dagen in Venetië voor een reservevoorraad schoonheid. Daarna via Bolzano, Bregenz, Ulm, Karlsruhe, Venlo, Eindhoven en Lage Weide de lange taaie terugtocht. Ogen op de weg en plankgas dan maar.

null Beeld
null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden