PlusAchtergrond

Raadselachtige foto’s uit Hongarije, want wat doet die man daar bij die telefooncel?

Op de Hongaarse foto’s van Hans van der Meer is vaak iets mysterieus aan de hand. Een man hangt onhandig aan het traliewerk voor een raam. Een andere man wisselt midden op straat van schoenen. Zijn werk is nu te zien in Galerie Wouter van Leeuwen.

Kees Keijer
Een Hongaarse foto van Hans van der Meer, 1985. Beeld Hans van der Meer
Een Hongaarse foto van Hans van der Meer, 1985.Beeld Hans van der Meer

In 1982 ging Hans van der Meer voor een dag of vijf naar Hongarije. In Nederland waren in die tijd grote demonstraties tegen de wapenwedloop, het vijandbeeld van de Koude Oorlog was langzaam aan het afbrokkelen. Men werd steeds nieuwsgieriger naar het leven achter het IJzeren Gordijn.

De vijf dagen smaakten naar meer en in 1984 ging Van der Meer terug voor een langer verblijf. Hij was het jaar ervoor aangenomen op de Rijksakademie. “Ik wilde meer grip krijgen op wat ik eigenlijk met die fotografie wilde. Ik maakte in die tijd wel vrij werk, maar het idee om projectmatig te werk gaan of het begrip documentairefotografie, dat was er allemaal nog niet.” Van der Meer kwam in Hongarije op het spoor van een andere benadering om met foto’s een verhaal te vertellen.

Trabantjes

Een eerste tentoonstelling van dit Hongaarse werk vond in 1986 plaats in Boedapest. Een jaar later volgde een boek. Nu is er een nieuw boek, met veel meer foto’s. Tegelijk presenteert Galerie Wouter van Leeuwen een ruime selectie uit de serie. De foto’s hingen vorige maand in het Robert Capa Contemporary Photography Center in Boedapest. “Ik kreeg mooie reacties. Er is natuurlijk een hele generatie die dat niet heeft meegemaakt, jonge mensen zien iets wat ze niet kennen.” Voor ouderen zijn beelden van volgepropte Trabantjes juist weer heel herkenbaar.

“Wat ik hier eigenlijk aan het doen ben, is steeds de vraag oproepen: waar kijk je naar? Door het raadsel als het ware te vergroten.” In bijna elke foto zijn mensen te zien in vreemde houdingen of situaties. Een man leunt met zijn voorhoofd tegen een telefooncel. Kijkt hij naar iets dat in de cel op de grond ligt? Heeft hij net een emotioneel telefoongesprek gevoerd? Of ziet hij ertegen op om iemand te bellen? Bij de kijker wordt elke keer de verbeelding in gang gezet.

“Ik was bezig om met beeld iets te doen wat bekend is van visual comedy, van tekenfilms of het theater: dat je visueel iets uitdrukt met je lichaam – zoals een agent die een bon schrijft. Daar was ik in de eerste plaats een studie van aan het maken.”

Onhandig

Tegelijk wilde Van der Meer het toeval een rol laten spelen in zijn foto’s. “Dat heb ik altijd heel mooi gevonden, maar hoe doe je dat? In deze foto’s door de sluitertijd op 250 te zetten en af te drukken zonder dat je door de zoeker kijkt.”

“In die tijd heb ik veel gelopen. Als ik ergens langskwam, drukte ik af. Vaak zag ik pas wat erop stond als het filmpje was ontwikkeld, wow!” Van der Meer vergelijkt de raadselachtigheid van de foto’s met fietsen door de stad. Twee mensen komen langs en je hoort één zin uit het gesprek. “Als je een foto maakt haal je iets los, je tilt het ergens uit.”

Soms dikte hij het mysterie nog wat aan. Een oudere man die heel onhandig aan het traliewerk voor een raam hangt, was daar met een vrouw die zich ook tot het raam lijkt te richten. Van der Meer maakte eerst een foto van het hele tafereel en toen nog een foto waar de vrouw niet op staat. En inderdaad, daar wordt het tafereel net iets vreemder van.

Slootjes met koeien

Sommige foto’s zijn geestig, zoals een kat die achter het loket van een kiosk opduikt. Maar veel vaker is de situatie triest. Zoals een beeld van een oudere vrouw die met een touw een stapel karton meesleept over straat. “Veertig jaar na Churchill, Stalin en Roosevelt. Waar gaat het over? Wat zie je hier? Waarom loopt die vrouw daar? Ze is zoals veel oudere mensen jarenlang in de steek gelaten. Door karton te verzamelen konden mensen hun pensioen een beetje aanvullen.”

Om te laten zien hoe bepalend de Hongaarse periode is geweest voor Van der Meers latere werk, laat Wouter van Leeuwen ook een aantal foto’s zien uit de serie Hollandse velden. Het boek met die titel kwam in 1998 uit en was een ode aan het amateurvoetbal. “Mensen trekken een korte broek aan en stappen het veld in. Vanaf dat moment zitten ze in een soort parallelle realiteit. Dat is dat spel.”

De serie is ook een ode aan een manier van fotograferen die verloren gegaan was. Want veel sportfoto’s zijn ingezoomd en worden gedomineerd door dramatische momenten van een of twee spelers. Van der Meer houdt liever het overzicht over het veld, en de slootjes met koeien of Vinex-wijken eromheen. “Vroeger konden mensen pas op woensdag in het Polygoonjournaal zien hoe het doelpunt erin gegaan was. Op maandag stond een foto in de krant. Met stippellijntjes tekenden ze de weg die de bal had afgelegd, dus dat was gewoon informatief.”

“Het is grappig dat mensen Hollandse velden associëren met lulligheid en nostalgie, maar dan denk ik: ga eens kijken in Durgerdam. Het ziet er gewoon zo uit, ik heb het echt niet verzonnen.”

Hans van der Meer, Minor Mysteries / Hollandse velden, Galerie Wouter van Leeuwen, t/m 18 februari

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden