PlusInterview

Quo vadis, Aida? is een essentiële film over Srebrenica: ‘Er is niets moois aan iemand zien doodgaan’

Jasmila Žbanić wist dat ze in een politiek mijnenveld stapte toen ze begon aan Quo vadis, Aida? Het gefictionaliseerde ooggetuigenverslag toont de val van Srebrenica door de ogen van VN-tolk Aida.

Jasna Djuricic als tolk Aida en rechts van haar Johan Heldenbergh als kolonel Thom Karre-mans in Quo vadis, Aida?.  Beeld Cinéart
Jasna Djuricic als tolk Aida en rechts van haar Johan Heldenbergh als kolonel Thom Karre-mans in Quo vadis, Aida?.Beeld Cinéart

Vele politici in Bosnië en Herzegovina ontkennen nog ­altijd dat de genocide heeft plaatsgevonden – inclusief de huidige burgemeester van Srebrenica. “Daardoor kregen we geen toestemming om op de echte locaties te filmen,” vertelt Jasmila Žbanić. “Ook het leger wilde niet meewerken, dus we hadden geen toegang tot tanks. De Bosnische filmindustrie is piepklein, dat soort materieel staat niet zomaar klaar. Pas op het allerlaatst, toen de opnamen eigenlijk al afgerond waren, kregen we toch één tank ter beschikking. Hoe dat gebeurde is een krankzinnig verhaal – maar daar kan ik niet over uitweiden.”

Juist omdat de genocide wordt ontkend, was het voor Žbanić belangrijk zo feitelijk mogelijk te blijven. “Een voorbeeld: alles wat Mladic in de film zegt, is woordelijk gebaseerd op archiefbeelden. In Servië wordt hij gevierd als held, terwijl hij een oorlogsmisdadiger is. Maar als ik dat sterker had aangezet, zou ik zeker beschuldigd worden van propaganda.”

Naast de politieke gevoeligheden in eigen land moest Žbanić ook rekening houden met de onwetendheid van buitenlandse kijkers. “Als je een film over de Holocaust maakt, is de context bekend, dat hoef je niet uit te leggen. Over Srebrenica weet men wel in Bosnië, en in Nederland misschien ook nog, maar in de rest van de wereld niet.”

Verraad

Žbanić begon aan het schrijfproces samen met Hasan ­Nuhanović, die tolk was op de VN-basis en daar het boek Under the UN Flag over schreef. “De details die hij me vertelde, bovenop wat al in zijn boek stond, waren enorm waardevol. Maar op een bepaald moment lukte het hem niet meer om mijn fictieverhaal, dat toen nog een mannelijke hoofdpersoon had, los te zien van zijn eigen ervaringen en zijn eigen gezin en heeft hij zich teruggetrokken.”

Toen Žbanić vervolgens besloot om van haar hoofdpersoon een vrouw te maken, vielen alle stukjes op hun plek. “Een vrouw die haar man en kinderen probeert te redden, daar kan iedereen ter wereld zich mee identificeren.”

null Beeld Cinéart
Beeld Cinéart

Žbanić maakte de oorlog als tiener mee in het belegerde Sarajevo; wat er precies in Srebrenica gebeurd was, hoorde ze pas later. “We waren vooral bezig met zelf overleven. Maar ik herinner me nog goed het gevoel van verraad dat me overviel toen we hoorden dat het Servische leger de safe zone was binnengevallen. Blijkbaar waren al die ­beloftes van de VN niets waard. Het gaf me het gevoel dat geweld het enige was waar je nog in kon geloven.”

In zekere zin duurt dat verraad tot op de dag van vandaag voort, zegt Žbanić. “Srebrenica zit niet in het Europese ­bewustzijn – alsof die genocide buiten Europa plaatsvond. Maar dat is niet zo, en als je dat niet onder ogen ziet, kun je ook niet begrijpen waar we nu staan. Want ik ben ervan overtuigd dat als er destijds was ingegrepen, extreemrechts in Europa nu niet zo sterk zou zijn.”

Een mannenspel

Quo vadis, Aida? is een ooggetuigenverslag. De massamoorden worden dus niet direct in beeld gebracht – alle ooggetuigen daarvan zijn óf dood óf doen er het zwijgen toe. Die keuze had niets met wegkijken te maken, benadrukt Žbanić. “Maar ik heb die oorlog zelf meegemaakt, en ik weet dat er niets spectaculairs of moois of interessants aan is om iemand dood te zien gaan. Dus oorlogsfilms die het moorden verheerlijken, die een money shot van de dood maken, daar erger ik me kapot aan.”

Die afkeer van het oorlogstuig is wellicht ook ingegeven door haar feministische inborst, zegt Žbanić. “Oorlog is een mannenspel, als vrouw zie ik alleen de banaliteit van het kwaad. Weet je wat mij opviel? Toen we die ene tank hadden geregeld, doken alle mannen in de crew er meteen bovenop, zo blij als een kind, selfies maken en alles. Ik dacht alleen maar: je gaat toch niet op de foto met zo’n móórdmachine?”

Het belangrijkste oorlogsbeeld in Quo vadis, Aida? is voor haar dan ook geen wapengekletter, maar een veel ­intiemere scène. “Een shot van een oude vrouw die in haar rug werd geschoten toen ze stond te koken, en nu dood ligt terwijl soldaten haar huis plunderen. Niks patriotten en helden, dát is oorlog.”

Regisseur Jasmila Žbanić. Beeld AP
Regisseur Jasmila Žbanić.Beeld AP

Quo vadis, Aida?

Jasmila Žbanić maakt, 25 jaar na de gebeurtenissen, de allereerste speelfilm voor een groot en wereldwijd publiek over de val van Srebrenica. Dat alleen al maakt Quo vadis, Aida? een essentiële film. Dat het ook nog een sterke film is, is bijna bijzaak – maar dat is het wel. Žbanić giet haar nauwgezette research in het verhaal van VN-tolk Aida. Wanneer duidelijk wordt dat de basis waar zij werkt ten prooi zal vallen aan het oprukkende Servische leger, probeert zij haar man en twee volwassen zoons te redden. Zo maakt Žbanić van het geopolitieke strijdtoneel een aangrijpende, intieme odyssee.

Quo vadis, Aida? is te zien in Cinecenter, City, Eye, Filmhallen, Het Ketelhuis, Kriterion, Rialto, Studio K, Tuschinski

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden