PlusKlassiek

Pure estheet Zimerman laat Beethoven nooit vloeken

Krystian Zimerman was de afgelopen week in Amsterdam voor een krachttoer. Met het Concertgebouworkest onder leiding van Gustavo Gimeno speelde de Poolse meesterpianist alle vijf de pianoconcerten van Beethoven, eerst verdeeld over verschillende avonden met elke dag steeds één concert.

Beeld KASSKARA & DGG

De culminatie van het project vond plaats op zondag met alle vijf pianoconcerten uitgespreid over drie concerten, om 10.30, 13.15 en 15.30 uur. Het had in Amsterdam de apotheose moeten worden van het Beethovenjaar. Maar de 250ste geboortedag van de componist is vanwege de pandemie compleet in het water gevallen. 

Hoe mooi Zimerman ook speelde en hoe dienstbaar het orkest onder Gimeno ook begeleidde, er is bitter weinig feestelijks aan al die coronarituelen.

Met een mondmaskertje op sta je toch wat bezorgd in de rij, bij binnenkomst in de zaal krijg je een plek toegewezen die voor de klank soms minder ideaal uitpakt, de akoestiek van dat schitterende Concertgebouw is met maximaal 250 man publiek verre van optimaal en als de musici en de dirigent het podium betreden, lijkt het alsof de boel wordt overgenomen door een menigte struikrovers.

Geestig

Vrijdag speelde Zimerman de Pianoconcerten 4 en 5. Op beide avonden werden de stukken voorafgegaan door een nieuw werk van de Nederlandse componist Christiaan Richter (30), geestig 2270 getiteld, het jaar waarin de mensheid, als die dan nog bestaat, met enige goede wil de 500ste geboortedag van Beethoven herdenkt.

Een nieuw stuk twee keer op een dag horen is een grote luxe, want zo’n tweede keer hoor je altijd meer dan wanneer het bij één uitvoering blijft. Richter, een pupil van Padding, Guus Jansen en Tsoupaki, toont zich in 2270 een vaardig orkestrator, die meer in een abstract kleurenspel is geïnteresseerd dan in onthoudbare of nafluitbare melodieën. Problematischer is dat hij weinig persoonlijks weet toe te voegen aan het atonale idioom dat hij hanteert.

Krystian Zimerman kwam op met een zwart mondkapje op en realiseerde zich bij het Pianoconcert nr. 4, dat met een pianoinzet begint, pas op het allerlaatste moment dat hij dat kapje nog op had toen hij wilde gaan spelen. Daarna ging ook nog een telefoontje af, een stukje klassieke muziek. Zimermans reactie was ad rem en superieur: ‘Sorry, it’s me that starts.’

Zimerman maakte indruk met een prachtige kristallen toon, maar ook hij leverde een ongelijke strijd met de omstandigheden.

Veel passagewerk ging verloren in de ruime akoestiek. Daardoor was het langzame deel, dat hij zacht en dromerig speelde, moeiteloos het hoogtepunt.

Potverdikkie

In het Pianoconcert nr. 5 toonde hij zich, zoals altijd, de pure estheet, die Beethoven nooit laat vloeken en tieren, maar hem op zijn ergst potverdikkie laat zeggen. Ook hier maakte het langzame deel de meeste indruk, al had dirigent Gimeno wel iets meer kunnen maken van dat tranentrekkende Trugschluss, de momenten waarop de muziek niet stilvalt in de grondtoon, maar juist voortstroomt in mineur.

Het applaus, met het inmiddels onvermijdelijke voetengetrappel (de nieuwe staande ovatie), was zo groot als het met 250 man kon zijn.

Klassiek
Beethoven
Door Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Gustavo Gimeno
Met Krystian Zimerman (piano)
Gehoord 9/10, Concertgebouw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden