PlusBoekrecensie

Prokofjev, Sjostakovitsj en al die anderen componeerden in de hel

Prokofjev, Sjostakovitsj en al die anderen moesten onder de terreur van Stalin dagelijks voor hun leven vrezen. Michel Krielaars schreef er een boek over.

Erik Voermans
Componist Dmitri Sjostakovitsj luistert achter de schermen naar de première van zijn Twaalfde symfonie, het jaar 1917. Beeld Universal Images Group via Getty
Componist Dmitri Sjostakovitsj luistert achter de schermen naar de première van zijn Twaalfde symfonie, het jaar 1917.Beeld Universal Images Group via Getty

Ergens in de late jaren zeventig schreef de Poolse componist en musicoloog Boguslaw Schaeffer in opdracht van het Nederlandse tijdschrift Key Notes: Musical Life in the Netherlands een prikkelend verhaal over de aard en kwaliteit van de Nederlandse gecomponeerde muziek. Dat stuk zorgde voor ophef, omdat Schaeffer vanuit zijn oostblokperspectief harde noten kraakte. De muziek van al die Nederlandse componisten, was ambachtelijk allemaal dik in orde, maar waar waren de onderliggende schuring en wrijving? Hij vond dat je aan hun muziek kon horen dat er in het keurig aangeharkte Nederland niets op het spel stond.

Hatsee.

Was het waar wat Schaeffer schreef? Na lezing van Michel Krielaars’ fascinerende boek De klank van de heilstaat: musici in de tijd van Stalin zeg ik nee. Kun je aan de lichtgevende muziek van Prokofjev dan horen dat veel ervan tot stand is gekomen in het repressiefste culturele systeem van de twintigste eeuw, een systeem waarin kunstenaars dagelijks voor hun leven moesten vrezen? En hoe zit het met Sjostakovitsj en Vajnberg, of met het pianospel van de grote virtuoos Svjatoslav Richter, aan wie Krielaars allemaal lange hoofdstukken wijdt. Of desnoods met Vsevolod Zaderatski (1891-1953), van wie zowel het geboorte- als het sterfjaar precies samenvalt met dat van Prokofjev?

Voer voor een roman

Het hoofdstuk over Zaderatski is het klapstuk van het boek, omdat het nu eenmaal altijd leuk is over een componist te lezen van wie je echt helemaal nog nooit hebt gehoord. Gelukkig schrijft Krielaars dat dit bijna voor iedereen op de wereld geldt. Zijn werk was in de Sovjet-Unie verboden, hij vocht in het leger, zat in de gevangenis en in het strafkamp en stierf als een anonymus. Zijn door Krielaars met gevoel voor theater opgevoerde biografie is voer voor een roman, maar dan wel een waarvan je na lezing zou mopperen dat de auteur het allemaal wel wat minder absurd had mogen opdienen. Maar juist dit angstaanjagende absurdisme is het grondsop van dat bizar rijke Russische kunstleven, dat de basis vormt van Gogol en Charms, Skrjabin, Sjostakovitsj en Schnittke, Malevitsj en Tatlin.

Krielaars beschrijft op aanstekelijke wijze een cultuur die eeuwig zal verbijsteren vanwege haar ongehoorde wreedheid, nonchalance ook, en vooral de volstrekte willekeur waarmee ze vorm kreeg. Die willekeur kwam voort uit één man, Stalin, die een systeem optuigde waarin geen systeem zat, met als gevolg dat naar beneden afgerond iedereen voortdurend in angst leefde. Dat Prokofjev, Sjostakovitsj en al die anderen onder die omstandigheden zulke vaak waanzinnig goede muziek vermochten te schrijven, blijft een mirakel.

Genuanceerd beeld

Het interessantste hoofdstuk in het boek gaat over Tichon Chrennikov, die van 1948 tot 1991 de almachtige secretaris-generaal was van de Componistenbond en die in zijn eentje verantwoordelijk was voor evenzovele hellejaren van de componisten in de Sovjet-Unie. Krielaars doet zijn best dit beeld te nuanceren. Dat beeld kreeg vleugels na de publicatie van Solomon Volkovs boek Testimony, waarvan het waarheidsgehalte sterk wordt betwist. (Krielaars meldt dat er nog altijd geen Russische vertaling van bestaat. Veelzeggend.)

Chrennikov wordt geschetst als een man die uit hoofde van zijn positie weinig kanten op kon, maar waar nodig wel degelijk componisten hielp, of zelfs hun leven redde. Dat hij het bijna zestig jaar volhield als muziekpaus en nooit deemoedig het hoofd heeft gebogen over zijn rol in de gruweljaren van Stalin, maakt dat hij zeker in het Westen nooit veel sympathie heeft gekregen. Krielaars houdt zich uiteindelijk op de vlakte. Of hij handelde uit ijdelheid, eerzucht, hebberigheid of domweg uit angst – ‘we zullen het nooit weten, al was het maar omdat we nooit in zijn positie hebben verkeerd’.

Michel Krielaars: De klank van de heilstaat: Musici in de tijd van Stalin, Pluim, €25.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden