PlusAlbumrecensie

Prima spel op album met prijswinnaars Pulitzer

De belangrijkste onderscheiding die je in Nederland als componist kunt krijgen, is de Matthijs Vermeulenprijs. (Matthijs Vermeulen was een van de intrigerendste componisten van de vorige eeuw.) Die wordt om het andere jaar aangereikt aan degene die volgens de jury van dienst het beste, aansprekendste of bijzonderste stuk heeft geschreven. De componist ontvangt (tegenwoordig) 20.000 euro en is twee jaar lang onderwerp van collegiale jaloezie en ergernis, want niemand is het ooit met zo’n juryoordeel eens natuurlijk.

Toch is het heel goed dat die prijs bestaat, zeker nu de positie van de eigentijdse componist zó marginaal is geworden dat je je op je zwartste momenten afvraagt waarop ze überhaupt nog ooit een noot op papier zetten. Het is om meerdere redenen een uiterst zorgwekkende ontwikkeling. Een land waarin de actuele muziek een zieltogend bestaan leidt, is een geestelijk armoedig land. (Richt even de blik naar het Binnenhof en huiver.)

In Nederland is deze muziekculturele afkalving een recente ontwikkeling. Als we niet oppassen, wordt het hier op den duur een soort Amerika, waar componisten amper kunnen bestaan en orkesten en operahuizen financieel geheel afhankelijk zijn van de stinkend rijken die van gekkigheid niet weten wat ze met hun immense fortuin aanmoeten.

In de Verenigde Staten hebben ze ook een Matthijs Vermeulenprijs, die overigens niet is vernoemd naar een componist, maar naar krantenmagnaat Joseph Pulitzer. De prijs wordt sinds 1917 uitgereikt aan journalisten en schrijvers (zelfs muziekcritici kunnen hem winnen). Sinds 1943 is er ook een categorie voor componisten ingesteld. William Schuman was de eerste componist die een Pulitzer won. Ellen Reid was vorig jaar de laatste. Het jaar daarvoor veroorzaakte de jury opschudding door de prijs toe te kennen aan rapper, songwriter en producer Kendrick Lamar voor zijn album Damn. Toen werd er wel weer even over die Pulitzer gepraat.

Obscure namen

Wie de Pulitzer Prize zou willen beschouwen als een blauwdruk van muzikale actualiteit in Amerika, komt bedrogen uit. Belangrijke en invloedrijke componisten als John Cage en Morton Feldman wonnen hem nooit en vanuit Europees perspectief obscure namen als John LaMontaine, Leo Sowerby en Gail Kubik wel. Samuel Barber, Walter Piston, Elliott Carter en Gian Carlo Menotti wonnen hem tweemaal. De stukken die sindsdien tot het repertoire zijn doorgedrongen, zijn op de vingers van één hand te tellen (Coplands Appalachian Spring).

De Oregon Symphony laat onder leiding van dirigent Carlos Kalmar zijn licht schijnen op drie Pulitzerprijswinnende stukken: de Zevende symfonie van Piston (winnaar in 1961, een soort obese Bartók), Stringmusic van Morton Gould (1995, onderhoudend neoclassicisme) en de Vierde symfonie van Howard Hanson (1944, geen hoogvlieger). Interessante cd. Prima gespeeld ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden