PlusInterview

Prentenboekenmaker Charlotte Dematons: ‘Als je eenmaal begint, wordt het idiotie’

De p van planken, volgestouwd met voorwerpen, zoals bij Dematons thuis. Beeld Charlotte Dematons

Een happening in kinderboekenland: eindelijk is er weer een nieuw woordenloos prentenboek verschenen van Charlotte Dematons. In Alfabet is elke spread is gewijd aan één letter.

Ze zijn alomtegenwoordig in het kleurrijke huis van Charlotte Dematons (62) en haar geliefde Bas Blankevoort: poppetjes en beestjes, van klein tot kleiner tot miniatuur. In kastjes, op plankjes, op de vensterbanken – een verzameling die ze begon toen ze voor het eerst op kamers woonde en weinig ruimte en geld had. Daarom waren de voornaamste criteria: klein en goedkoop. Mooi hoefde niet.

Wie de kans krijgt de opstellingen van Dematons te bekijken, ziet de raakvlakken van haar leven met haar werk. Al is het maar met de inrichting van de keukenkast, waarin elk kopje en schaaltje zijn eigen plek heeft. “Verdomd,,” reageert ze op de constatering. “Ja, zo leef ik. Zo doe ik het altijd. Ik zet alles zo neer dat ik denk: ja, zo is het te halen, zo is het te doen. En mijn man verstoort dat ook niet.’”

Bekijk de prent die op deze pagina’s staat afgebeeld uit haar nieuwe prentenboek Alfabet, waarin ze aan alle letters van het alfabet zo’n dubbele pagina schenkt, bezaaid met wezens en voorwerpen die beginnen met dezelfde letter. In dit geval de p. Van planken natuurlijk, volgestouwd met voorwerpen zoals ze dat ook thuis heeft. Met rechts in de hoek een poppendokter in een kastje zoals die in haar werkkamer op zolder en elders in het huis.

Ze heeft zelf de p verkozen voor plaatsing in de krant vandaag – de p van Parool. Toch ontbreekt die titel op de prent. Dematons is streng. “Het Parool is een krant en die hoort bij de k.” Zo heeft ze drie jaar met zichzelf gedelibereerd over ons alfabet, de woorden en hoe daaromheen verhalen te spinnen die van elke prent een avontuur maken – haar boek is voorzien van een app en lesmateriaal waarop de meer dan 3000 woorden terug te vinden zijn. Ze verzamelde die in kleine aantekenboekjes, geel gemarkeerd en met een rode krul als ze hun plek gevonden hadden.

Handen schudden, dat kon ze niet verbeelden. Want een h is een h en schudden is met een s. Aaien is met een a – maar hoe laat je die zich herhalende beweging zien? Lukte niet. En toen ze de k zo goed als af had, ontdekte ze dat ze kampvuur was vergeten, en kussengevecht. “Ik weet dat iets goed is als er een probleem is en ik dat oplossen kan. Kan ik het niet oplossen, dan heb ik het niet goed bedacht.” Nu wist ze het ineens: er kwamen een kabouterkampvuur en een kabouterkussengevecht, en ze kreeg er karatekabouters als bonus bij.

Haar enthousiasme is na die drie jaar nog steeds tomeloos. Elk object op de pagina’s heeft een wordingsgeschiedenis. Ze moet enorm om zichzelf lachen als ze haar vondsten aanwijst en dat werkt zeer aanstekelijk.

“Een pot, met pindakaas, en een pinda. Eén ding, drie woorden. Yes! Ook deze is een voltreffer: een pak pasta – penne ook nog. De poppendokter draagt een pyjama en zit op een poef aan een pingpongtafel met zijn poes, op de planken Pierrot, en Pipo de Clown, en Pokémon, aan de muur een tekening van Peter Pan. Het puttertje van Fabricius, zoiets doe ik ook als het even kan, geplagieerde kunst vind ik heerlijk. Een parmantige poedel met een petticoat, een parasolletje en papillotjes die verliefd is op een pitbull in een plusfour met een pijp, en aan de lijn heeft ze een pekineesje in een parka die zit te poepen, en een puppy’tje, een piepklein pekineesje.”

Zoete wraak

Blankevoort heeft drie jaar met een partner geleefd die alleen maar aan het alfabet kon denken. Wat dat betreft, zegt hij, is Dematons een echte monnik, uiterst consciëntieus werkt ze aan zo’n groot project. “Dit is egotripperij,” zegt Dematons zelf over haar beroemde, tekstloze prentenboeken. “Als je eenmaal begint, wordt het idiotie. Dat moet gezegd. Illustreer ik boeken van anderen, dan is dat in dienst van het geschreven woord– andere koek.” Nu begon ze met het opschrijven van woorden, om die te lezen en te her- en herlezen. “Ik hoopte dat er, als ik dan zo’n afdeling klaar had, een verbindend beeld in mijn hoofd zou oppoppen. Eerst is er chaos, en dan ga ik muurtjes plaatsen: voor wie is het bedoeld? Hier zag ik een kind voor me dat nog niet kan lezen maar wel al woorden tot zijn beschikking heeft. Wat ik teken, moet dat kind aanspreken, puur herkenbare dingen. En als ik dan die muurtjes heb geplaatst, een korset heb gecreëerd binnen het korset, moet de klus te klaren zijn.”

Wil van staal

Als kind, opgroeiend in Normandië met een Nederlandse moeder en een Franse vader, wist ze diep van binnen al dat tekenen iets was waar zij wat van kon. Maar dat vertelde ze niet aan haar ouders, het was ook niet de bedoeling dat ze daarmee iets zou gaan doen. “Mijn vader zei altijd: ‘Kunst, dat is wat de gek ervoor geeft, daar kunnen wij niet op bouwen.’ Dus ben ik in Nederland aan een lerarenopleiding begonnen. Ik dacht: dan kan ik mijn ouders tevredenstellen en toch ook tekenen. Maar zo werkte dat niet. Want op die opleiding zeiden ze dat ik geen talent had voor het vak tekenen. Dit is wel een zoete wraak, dat wel. Ik denk dat, als mensen zulke dingen tegen je zeggen, je wil van staal wordt. O ja, O ja? dat zullen we nog wel eens zien.”

Ze deed vervolgens het toelatingsexamen voor de Rietveld Academie. “Ik heb me het schompes getekend om naar de afdeling tekenen te mogen. Zonder tekenen was ik doodgegaan. Dit is mijn bestaan. Dit is mijn leven. Maar daarboven staat mijn kind. Mijn dochter Julie, dertig inmiddels. Voor haar laat ik, als het moet, de tekenpen uit mijn handen vallen. Als het óf haar óf tekenen is, dan is zij het. Ik heb haar altijd in mijn boeken staan, in de boeken die ik voor mezelf maak. Net zoals ik Roodkapje er altijd in heb. Maar nu kon ik mijn kind er niet meer inzetten, want kind met een k is ze niet meer.”

Toch haalde Julie ook Alfabet, met haar vriend Erik van der Veen bouwde ze de bijbehorende website. Het staat voorin vermeld, net als de namen van de kinderen die tijdens het wordingsproces werden gebakken. En het boek is opgedragen aan de dierbaren die de planeet verlaten hebben, onder wie haar moeder en haar tante Erna, die schilderes was en Dematons ‘schildermoeder’. Verdriet, zegt ze, het is een wereld apart.

Ze heeft het tekengen van haar grootvader die architect was en door wie ze nu ook altijd naar gebouwen ‘loopt te loeren’. En van haar tante, die ook de Rietveld Academie had gedaan. “Ze verheugde zich enorm hierop, helaas heeft ze het niet meer meegemaakt. Met haar had ik het altijd over schilderen, over de techniek, over hoe je kleuren mengt. Als ik naar haar ging, was het: ‘Zeg, kun je nog wat Napelsgeel voor me halen?’ Zo spraken we met elkaar.”

Ze bladert naar de n, waar een nijlpaard haar nagels Napelsgeel lakt. “Dat is van mijn tante. Want, o jongen, Napelsgeel daar kun je veel mee. Ik heb het zelf meteen gekocht, ze had gelijk.”

Hindernisje

Een boek moet voor Dematons een geheel zijn, met een voor en een achter en een inhoud. Met samenhang. Dus die letters van a tot z die niets met elkaar gemeen hebben, moest ze tot een familie verbinden. “Ik heb het meegemaakt dat kinderen in een paar seconden zo’n tekening scannen en dan vinden dat ze alles hebben gezien. Ik dacht, zit ik verdomme daarvoor een maand aan zo’n ding te tekenen? Dus ik dacht: ik ga een hindernisje inbouwen. Een poppetje dat ze moeten zoeken en dat de bladzijden verbindt.”

Dat poppetje werd de letterdief die op de omslag prijkt met zijn eerste buit, de a. “Maar die a is van apie. Eerst is de dief alleen zwart-wit gestreept, met een rode rugzak om de letters in te doen. Maar langzaam verandert hij van aangezicht, want bij elke letter steelt hij ook een kledingstuk. Of een voorwerp – zoals bij de r, daar steelt hij een roze koek. Bij de w heeft hij een waslijn gestolen, die heeft hij nodig want bij z gaat hij de zee in. Dan heeft hij op het eind die waslijn nodig om, op alfabet, die kleren te drogen te hangen.” Onder de waslijn, bij de r, een roze vlek. De roze koek bleek niet echt waterbestendig. Dematons lacht haar schallende lach: “Als ik zo’n dingetje had bedacht, zo’n klein detail, had ik weer een hele middag lol.”

www.alfabetboek.nl

Nederland, De gele ballon

Charlotte Dematons (Évreux, 1957) is een veelbekroond Nederlands kinderboekenillustrator. Na haar afstuderen aan de Rietveld Academie in 1982 debuteerde ze met het prentenboek Dido. In 2008 won ze een Gouden Penseel voor haar tekstloze prentenboek Sinterklaas. Eveneens tekstloos waren haar bekende boeken De gele ballon (2003) en Nederland (2012).

Charlotte Dematons.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden