PlusAchtergrond

Portretbiënnale: dat monkelende mondje van Geert Wilders is helemaal raak

Het kwartet, van Wendelien Schönfeld.
 Beeld Thijs Quispel
Het kwartet, van Wendelien Schönfeld.Beeld Thijs Quispel

Het portret is al ruim vier eeuwen lang een beproefd kunstzinnig genre in de schilder- en beeldhouwkunst. De Portretbiënnale laat zien dat het in al zijn veelzijdigheid nog steeds springlevend is.

Edo Dijksterhuis

Het fotografisch portret is al jaren razend populair – denk aan Rineke Dijkstra, Alex Soth en Koos Breukel. Maar als genre in de schilder- en beeldhouwkunst, zat het portret lange tijd in het verdomhoekje. Het tij is echter gekeerd. Dat blijkt wel uit de goed bezochte tentoonstelling Icons vorig jaar in het Fries Museum en iets recenter Vergeet me niet, de Rijksmuseumexpositie met renaissanceportretten.

Bij het Nederlands Portretgenootschap zijn ze al ruim dertig jaar standvastig in hun geloof. Iedere twee jaar organiseert de groep kunstenaars – grotendeels specialisten – de Portretbiënnale. Zaterdag opent de editie van 2022 in Loods 6.

Andere zeggingskracht

Onder de deelnemers bevindt zich een flink aantal broodschilders. Zij maken portretten in opdracht, zoals de uitvinders van het genre in de 17de eeuw al deden voor de toen opkomende en zelfbewuste burgerij die weleens iets anders aan de wand wilde dan een religieus tafereeltje. Opmerkelijk is dat nogal wat hedendaagse portrettisten pertinent niet naar foto’s werken. Zoals Vera Jongejan, die op haar website stelt liever te worden ‘geïnspireerd door de aanwezigheid van de af te beelden persoonlijkheid’. Ook Wendelien Schönfeld zweert bij het live model, maar houdt haar zitsessies beperkt door schetsen te maken die ze later uitwerkt in verf of hout.

Hoewel veel portrettisten ernaar streven iets ongrijpbaars te vatten – een persoonlijkheid, de zweem van een ziel – drukken ze zich opvallend vaak realistisch uit, liefst met een pastelkleurig romantisch sausje. Maar er zijn genoeg kunstenaars die de een-op-een gelijkenis laten varen in ruil voor een andere zeggingskracht. Zo lijken de koppen van Paul Vester van binnenuit licht te geven. En Sander Steeman tekent heel stripachtig, overigens zonder karikaturaal te worden. Zijn Geert Wilders met rancuneus over elkaar gevouwen armen en monkelend mondje, is helemaal raak.

Zichtbaarheid en identiteit

Bij Paul de Reus, verreweg de bekendste van de exposanten, zijn de personen meer typetjes dan personages. Het ontbreekt ze vaak aan gezichtsuitdrukking of uitgesproken lichaamstaal, maar hun houding en opstelling spreekt boekdelen over hun relatie tot anderen of hun omgeving. Die is een stuk moeilijker te lezen bij Aafke Ytsma, die gezichten schildert die bijna altijd onzichtbaar zijn omdat ze afgewend zijn, in het donker oplossen of achter een deels reflecterende autoruit zitten. Er is aanwezigheid, maar het blijft gissen naar de identiteit.

Identiteit en zichtbaarheid staan juist helemaal centraal in het werk van Dylan Asare, een jonge Belg die via portretten zijn Ghanese roots onderzoekt. Indrukwekkend is zijn schilderij van drie Afrikaanse mannen die in het donker rond een aansteker samendrommen voor een vuurtje. Ogen, lippen en jukbeenderen doemen op dramatische wijze op uit het donker. Een kort moment, een foto eigenlijk, maar dan uitgevoerd in trage verf.

Portretbiënnale 2022: t/m 22 mei in Loods 6, NDSM-laan 143

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden